AMSTERDAM - "Ongelooflijk gezond eten dat niet lekker is, kopen mensen niet." Ziedaar het dilemma van was- en voedingsmiddelenconcern Unilever, verwoord door bestuursvoorzitter Antony Burgmans zelf. Natuurlijk wil het bedrijf zijn steentje bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke problemen als overgewicht. Maar met rauwkost alleen zet je geen €52 miljard om.

|
Unilever speelt met verschillende middelen in op het steeds groter wordende probleem van overgewicht. (Foto: UPI)
|
In een poging 'smaak' te begrijpen - en op basis daarvan nieuwe producten in de markt te zetten - heeft Unilever zes centrale onderzoekscentra draaien. Die in het Nederlandse Vlaardingen richt zich met name op voedingsmiddelen, legt Ed Veltkamp, senior vice president research & development van Unilever Bestfoods, uit.
Het gaat dan om spreads en bak- en braadproducten, 'voeding en gezondheid' en culinaire producten. Een tweede 'foodlab' in het Britse Bedfordshire houdt zich bezig met kant-en-klare theedranken, ijs en diepvriesproducten.
Onderzoek en ontwikkeling op het gebied van huishoudelijke en persoonlijke verzorging vindt plaats in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, China en India. In totaal investeert Unilever jaarlijks 1,8 à 2% van de omzet in research & development (vorig jaar een slordige €1,2 miljard euro, ruim 2% van de omzet en 66% van de nettowinst).
Het Unilever-onderzoek is er om de mensen te helpen, zegt Veltkamp. De wereldbevolking neemt snel toe, vooral in onderontwikkelde gebieden. Is daar een gebrek aan goede voeding, in de geïndustrialiseerde wereld eten we met zijn allen juist te veel. Het gevolg? Overgewicht is een 'epidemie' die 'uit de hand dreigt te lopen'.
Ongeveer één miljard mensen van de zes miljard die de aarde bewonen, is te zwaar, zegt Veltkamp. In de Verenigde Staten alleen al overlijden er jaarlijks 300.000 mensen aan. Acht op de tien dikkerdjes krijgen last van diabetes en één op de drie van hart- en/of vaatziekten, of kanker. Unilevers oplossing? Het afslankmiddel Slim Fast, Becel Pro Active (cholesterolverlagend) en Bertolli (olijfolie en producten op basis van olijfolie).
In onderontwikkelde landen is het probleem niet: te veel eten, maar juist: te weinig. Ruim één miljard mensen moet het doen met een inkomen van één dollar per dag, ongeveer tweeëneenhalf miljard krijgen onvoldoende vitamines, ijzer en jodium binnen. Elke dag komen 19.000 kinderen om door ondervoeding. Unilevers oplossing? Annapurna: zout en meel verrijkt met de basale hoeveelheden vitaminen en mineralen.
Maar er is een grens aan Unilevers probleemoplossende vermogens. Er moet natuurlijk wel gewoon geld worden verdiend. Het was- en voedingsmiddelenconcern streeft naar een autonome omzetgroei van vijf à zes% per jaar en "die groei moet komen door innovatie, nieuwe producten", is bestuursvoorzitter Burgmans de eerste om toe te geven.
Die nieuwe producten mógen heel gezond zijn, maar een goede smaak is de eerste vereiste. En wat blijkt? Smaken zijn niet uniek, maar geografisch in te delen.
Zo hebben inwoners van grofweg Noord-Europa en de voormalige Sovjet-Unie een voorkeur voor vleesextracten en zuivel. Inwoners van Zuid-Europa, Noord-Afrika en Latijns-Amerika lopen warm voor tomaat en knoflook. Centraal- en Zuid-Afrikanen en inwoners van het Midden-Oosten doen dat ook, evenals voor kruiden, en Aziaten kun je wakker maken voor gefermenteerde sauzen (soja), kruiden en glutamaat (een aminozuur, ofwel een organische verbinding waaruit eiwitten zijn opgebouwd). Noord-
Amerikanen en Australiërs ten slotte eten zo'n beetje alles.
Unilever houdt bij de lancering van producten rekening met dit soort voorkeuren. Doet men dat niet, dan kan een product uitlopen op een gigantisch fiasco, weten ze bij het was- en voedingsmiddelenconcern. "Een product dat faalt in de markt, drukt je met de neus op de feiten", zegt De Rooij.
In het geval van de Unilever-onderzoekers letterlijk, zo lijkt het.