JERUZALEM - Van een ontluikende toenadering tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit leek gisteren weinig over na boze verklaringen over en weer.
De woordvoerder van premier Ariel Sjaron, Raanan Gissin, maakte duidelijk dat als de Palestijnse 'president' Jasser Arafat het land zou verlaten, hij niet terug mag keren.
Palestijnen hadden de Israëlische regering gevraagd of Arafat, die sinds april de stad Ramallah niet meer heeft verlaten, naar internationale conferenties kon gaan. Sjaron had zijn weigering herhaald, aldus Gissin: "Wij beschouwen Arafat al geruime tijd als een persoon zonder betekenis, net als veel anderen in de wereld. Als hij er niet meer was, zouden de Palestijnen misschien wel een ander koers inslaan en een nieuwe leiding kiezen".
Op zijn beurt had Arafat de 11 Palestijnen die het afgelopen weekeinde door Israëlische soldaten waren gedood, als slachtoffers van moord betiteld. Ook had hij gezegd dat alle pogingen om een eind te maken aan de al 23 maanden durende Al Aksa Intifada, van Israëlische zijde gesaboteerd werden; volgens zijn minister Saeb Erakat door elementen die "staatsterrorisme" bevorderen.
Erakat had niets dan hoon over voor de opdracht van de Israëlische minister van Defensie, Benjamin Ben-Eliezer, dat nog deze week een rapport moet worden uitgebracht over de schietincidenten van het weekeinde, waarbij ook 2 kinderen om het leven kwamen. Zelfs Israëls president Katzav uitte de vrees dat het leger wel eens al te schietgraag kon zijn geworden.
"Allemaal voor binnenlandse consumptie", oordeelde Erakat.
Toch wezen waarnemers in Jeruzalem erop dat het onderzoek, en de haast die daarbij geboden is, aanwijzingen zijn voor een slechte verstandhouding tussen de minister van Defensie en de nieuwe chefstaf van de strijdkrachten, generaal Mosje Yaalon, die zijn debuut had gemaakt met een verklaring, tegenover rabbijnen, dat de Palestijnen een "kankergezwel" zijn dat weggesneden moet worden.
(AP/Reuters)