AMSTERDAM - Het is niet alleen de vrouw die wikt en beschikt bij de vraag of zij aan het moederschap begint. Mannen spelen ook een belangrijke rol bij het uitstellen van kinderen krijgen.
Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat gisteren is gepubliceerd. "Nu mannen meer zorgtaken op zich nemen, merken we dat zij zich ook wel even bedenken voordat zij aan kinderen beginnen", aldus onderzoeker J. Latten van het CBS. Volgens hem kwam de rol van de man minder nadrukkelijk naar voren uit eerder onderzoek naar het moederschap.
Gemiddeld krijgen vrouwen hun eerste kind wanneer ze 29,2 jaar zijn. Sinds de jaren zeventig is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind baren voortdurend gestegen. In 1970 begonnen vrouwen doorgaans op hun 25e jaar aan het moederschap.
Uit het CBS-onderzoek blijkt dat de expliciete keuze van de man om nog niet aan kinderen te beginnen voor 15 procent de reden was voor uitstel. De lastige combinatie van werk en zorg was voor 15 procent van de ondervraagden reden voorlopig even te wachten.
Bij een kwart van de mannen en vrouwen heerste algemene twijfel of ze überhaupt wel kinderen willen. Nog een kwart van de ondervraagden gaf aan geen geschikte partner te hebben. Materiële zaken als het ontbreken van goede huisvesting en financiële onzekerheid speelden volgens onderzoeker Latten in mindere mate mee.
"Stellen waarvan beiden moderne opvattingen hebben en de zwangerschap echt inplannen in hun carrière, stellen een eerste kind het meeste uit. Voor hen is kinderen krijgen vaker minder vanzelfsprekend", licht Latten toe.
Het opleidingsniveau van beide partners hangt ook samen met uitstel van het moederschap. De vrouw met een hoogopgeleide partner stelt langer uit dan bij stellen waar de man minder opleiding heeft dan de vrouw. Paren waarvan beiden hoogopgeleid zijn, stellen kinderen het meest uit. Ruim 60 procent van hen krijgt het eerste kind later dan gemiddeld. Terwijl dat bij stellen met een laag opleidingsniveau slechts een op de vijf is.