AMSTERDAM - Met de verbouwing van het restaurant ging het al goed mis. Dat kostte veel meer geld dan verwacht. "Ik heb dat vreselijk onderschat", zegt Sylvia, die liever niet bij haar echte naam genoemd wil worden. "Toen het restaurant open ging, was ik al bijna door al mijn geld heen." In augustus 2000, anderhalf jaar later, verkocht de 29-jarige ondernemer haar bedrijf voor een appel en een ei. "De nieuwe eigenaar hoefde alleen maar het lichtknopje aan te doen." Maar voor Sylvia ging het licht uit met een schuldenlast van €73.000. Het aantal ondernemers dat over de kop gaat, blijft fors stijgen.

|
Faillisse- menten blijven fors toenemen. (Foto: lex hiemstra)
|
Vele starters gaan om de verkeerde redenen failliet, zegt directeur Arend Vrind van Ondernemersklankbord, een club van adviseurs met veel ervaring in het bedrijfsleven die ondernemers belangeloos bijstaan. Zij worden gefinancierd door het bedrijfsleven en organisaties als VNO-NCW. "Een goed idee of een timmerman die uitstekend kan timmeren, is niet genoeg. Een ondernemer moet je zoveel in huis hebben zoals kennis van financiële zaken en hoe een goed personeelsbeleid te voeren", zegt hij. "Dat wordt wel eens vergeten."
Volgens Vrind is het aantal starters in de afgelopen drie jaar explosief gestegen en daarom ook het fors aantal toegenomen faillissementen. "Van de starters valt in het eerste jaar 20% uit en na vijf jaar voert nog maar 40% hun bedrijf."
Vorig jaar werden ruim 5800 faillissementen vorig jaar uitgesproken, 30% meer dan een jaar eerder, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal eenmanszaken en besloten vennootschappen dat failliet ging, bedroeg 3940. Voor het eerste kwartaal van 2002 was het totaal aantal faillissementen ruim 1600, een toename van 20% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.
Vrind ervaart dat beginnende ondernemers zich steeds minder goed voorbereiden. "Mensen denken veel gemakkelijker over het opzetten van een bedrijf." Ook ligt het opleidingsniveau van starters lager dan een aantal jaren terug, meent hij.
Sylvia had een goed ondernemersplan geschreven en kreeg van de bank een lening van €73.000. "Het rond krijgen van de financiering was helemaal geen probleem", zegt ze. "Dat was bij wijze van spreken het makkelijkste gedeelte. Niemand had verwacht dat ik zo'n bedrag zou kunnen lenen." De verbouwing was niet het enige wat haar hoofdbrekens gaf. "Het personeel kwam vaak te laat of ze belden op het laatste moment af." Na een tijdje kon ze de salarissen van de bediening niet meer betalen. "Maar ik moest doordraaien en de boodschappen betalen. Dat waren slapeloze nachten."
Met hulp van Ondernemersklankbord heeft Sylvia een beroep gedaan op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) die sinds 1998 bestaat. Particulieren en zelfstandige ondernemers staan drie jaar lang een deel van het inkomen af aan schuldeisers waarna ze, bij 'goed gedrag', met een schone lei weer in het leven staan. De rechter bepaalt of iemand voor deze schuldsaneringsregeling in aanmerking komt. "Een rechter kan bijvoorbeeld in het geval van uitkeringsfraude bepalen dat een persoon niet voor de WSNP in aanmerking komt", zegt landelijk coördinator Han Von den Hoff van Bureau WSNP. In 2001 waren er 8700 personen in de regeling opgenomen waarvan 18% ondernemer met een gemiddelde schuldenlast van tussen de 90 en 100.000 euro.
"Wat zo enorm jammer is, is dat ondernemers pas te laat aan de bel trekken, wanneer ze al diep in de problemen zitten", zegt Vrind. "Veel ondernemers zijn te eigenwijs. Advies vragen is geen schande." Hij begeleidt zelf een bedrijf in Rotterdam. "Altijd als ik daar binnenstap, zeggen ze: Arend, je komt als geroepen, ik wilde je net wat vragen."
Sylvia is nu bijna dertig jaar en is weer in loondienst. Per maand mag ze €890 houden. De rest gaat naar de schuldeisers. "Pas de laatste maanden krabbel ik weer wat overeind", zegt ze. "Als ik maar rondkom en iedereen me met rust laat, dan ben ik al tevreden."