door René Steenhorst en Marcel Frost DEN HAAG - De Nederlandse jazz heeft de hoogste sporten van de internationale toonladder bereikt. Er is hoegenaamd geen verschil meer tussen de muzikale prestaties van alom geprezen buitenlandse bigbands en jazzorkesten 'from Holland'.
(Foto: ANP)
Dat bleek het afgelopen weekeinde tijdens de 27ste editie van het door circa 69.000 muziekliefhebbers bezochte North Sea Jazz Festival in Den Haag. Internationaal vooraanstaande, zelfs bijna legendarische musici zoals mondharmonicaspeler Jean 'Toots' Thielemans, toetsenist-vocalist Gino Vanelli en saxofonist Johnny Griffin, willen inmiddels dolgraag soleren bij orkesten van Nederlandse makelij, zoals het Metropole Orkest onder leiding van Dick Bakker, het Dutch Jazz Orchestra met dirigent-saxofonist John Ruocco en het Concertgebouw Jazzorchestra.
Vooral het laatstgenoemde orkest, geleid door de buitengewoon productieve arrangeur Henk Meutgeert, die zich door de hoge kwaliteit van zijn werk meer en meer ontpopt als een fenomeen, deed zaterdagavond kippenvel ontstaan bij de circa 2000 toehoorders in de Prins Willem Alexander Zaal van het Nederlands Congrescentrum. Meutgeert, die met het uitspreken van zijn naam over onze landsgrenzen heen veel tongen doet vastlopen, wijdde het complete programma van zijn band aan de muziek van de inmiddels 94-jarige Amerikaanse trompettist en altsaxofonist Benny Carter, één van de belangrijkste architecten van de bigbandswing en de uitvinder van de vijfstemmige saxen. Carter, de man die in zijn eigen orkest in de jaren dertig nog opkomende talenten had opgesteld als Miles Davis en Dizzy Gillespie.
Wekenlang werkte Meutgeert in het 'muziekschuurtje' bij zijn bescheiden woning te Soest, aan het in notenschrift vastleggen van de talrijke Carter-composities, om ze vervolgens samen met Rob Horsting te bewerken voor het 18-koppige jazzorkest van het Amsterdams Concertgebouw. Eén van de leden van de bigband vertelde: "Er lag helemaal niets vast van de muziek van Carter. Noot voor noot heeft Henk het materiaal van de plaat overgebracht op papier. Een ongelooflijk werk. Bovendien staat er nog een koffer vol niet-gearchiveerde bladmuziek van Carter in het fameuze Smithsonian Institution in Washington. Arrangementen, die sinds de jaren twintig niet meer zijn gespeeld."
Ondanks dat hij was aangekondigd, kon Benny Carter (vliegen was om ouderdomsredenen niet verantwoord) niet bij het concert van de Concertgebouw-bigband aanwezig zijn. Wel waren er prominente solisten, zoals 'Toots', de lyrische flugelhornspeler Warren Vaché (die de zieke Clark Terry verving), de weergaloos goede tenorist Jimmy Heath, net als Johnny Griffin ook al op leeftijd, en de bescheiden doch zeer imponerende Italiaans-Amerikaanse zangeres Roberta Gambarini. Over een aantal jaren zal zij de échte opvolgster van Ella Fitzgerald blijken - en niet Dee Dee Bridgewater, de zelfbenoemde jazzdiva die zichzelf menigmaal overschreeuwt en haar weliswaar 'gelikte' show bijna hinderlijk aanstellerig presenteert.
Verademing
Een verademing te midden van het soms intellectuele gepriegel van amechtig beluisterde grootheden als pianist Herbie Hancock en saxofonist Wayne Shorter, door de organisatie uitgeroepen tot de centrale gast van het festival, was het concert van de Noorse zangeres Silje Nergaard. Blonde, gracieuze Silje, bijgestaan door een werkelijk zeer begaafd kwartet van hier goeddeels onbekende Scandinavische musici, betoverde het publiek op het Dakterras met welhaast feeërieke poppy jazzsongs zoals het prachtige 'Japanese Blue'. Dromerig was ook de muziek van pianist Wolfert Brederode en de in Nederland wonende Duitse vocaliste Anette von Eichel met haar band.
Exotische muzikale passie kwam van de Nederlandse Brasil-band Zuco 103. De voor North Sea Jazz drastisch met percussionisten en zangeressen versterkte band rond zangeres Lilian Vieira wist als één van de weinige acts met opzwepende ritmen het voltallige publiek tot dansen te brengen. Het geheim van Zuco is zonder twijfel zangeres Lilian, die eenieder vertedert met niet gespeeld enthousiasme en haar aandoenlijke Braziliaans-geaccentueerde Nederlands.
De Amerikaanse Angie Stone, was de publiekstrekker bij uitstek en maakte haar reputatie van soul en R&B-koningin helemaal waar. Stone, twee jaar geleden nog te zien in het Paul Acket Paviljoen, is terecht 'verhuisd' naar de veel grotere Statenhal, die dan ook bomvol was tijdens de show vol stampende beats.
In de altijd knusse spiegeltent zorgden Judy Roberts en Greg Fishman voor de juiste swing op piano en tenorsaxofoon. Groot waren soms de verschillen in niveau: grootmeesters als Herbie Hancock, Roy Hargrove en Michael Brecker vormden een haast geniaal trio, terwijl een zaal verderop zanger Andy Bey net iets té subtiel en té complex voor zich uit zat te 'scatten'. Ike Turner & The Kings of Rhythm liet oude soultijden herleven en de bij leven al legendarische Buddy Guy bediende de bluesliefhebbers op hun wenken.
De organisatoren van het festival moeten zich nu wel haast de vraag stellen of zoveel bezoekers nog wel verantwoord is in het Nederlands Congres Centrum. Op momenten dat iedereen naar binnen vluchtte om te schuilen voor de buien, die vooral vrijdag met grote regelmaat op Den Haag neerdaalden, ontstonden herhaaldelijk gevaarlijke situaties in de toch al nauwe doorgangen.
Moet ook bij de 27ste editie wéér een kritische kanttekening worden geplaatst bij de exorbitant hoge prijzen? Ja, dat moet: menig cateraar probeerde regelrecht een slaatje te slaan uit het muziekfestijn. Want een eenvoudig waterijsje hoeft echt geen €1,65 te kosten, evenals bijna €7,00 voor vier stokjes saté. En de driedaagse All-in Festival Pas kostte dit jaar de lieve somma van €279. En aangezien een aantal belangrijke sponsors overweegt af te haken, zal het volgend jaar alleen maar erger zijn.