door Arianne Mantel DEN HAAG - Een gemeentelijk spreidingsbeleid op onderwijsgebied, gebaseerd op de thuistaal of de onderwijsachterstand van de leerling, kan een einde maken aan zwarte en witte scholen in Nederland. Het huidige artikel 23 van de Grondwet biedt ruimte voor zo'n beleid en hoeft dus niet te worden gewijzigd.
Dit advies brengt de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, vandaag aan demissionair minister Hermans (Onderwijs) uit. Dit nadat demissionair minister van Grote Stedenbeleid Van Boxtel onlangs pleitte voor een ingrijpende wijziging van artikel 23, waarin zowel het recht op openbaar onderwijs als de vrijheid van bijzonder onderwijs is verankerd.
Volgens Van Boxtel moet het bijzonder onderwijs worden afgeschaft, in het bijzonder het religieus gebonden onderwijs, omdat bijvoorbeeld de moslimscholen de integratie van moslims in Nederland in de weg zou staan. Dit zou echter ook verregaande gevolgen voor christelijke scholen hebben.
De Onderwijsraad signaleert wel witte en zwarte scholen, maar meent dat een spreidingsbeleid niet mag worden gebaseerd op etnische afkomst - in strijd met internationale discriminatieverboden - maar wel op de thuistaal of onderwijsachterstand van leerlingen: ,,Die achterstand is af te leiden uit het opleidingsniveau van de ouders. Bovendien is artikel 23 ook ruim genoeg om grenzen te stellen aan fundamentalistische scholen."
Volgens het advies zijn er genoeg positieve gronden om het huidige duale onderwijsstelsel, bestaande uit het openbaar en bijzonder onderwijs, te handhaven.
Behoud van het duale stelsel zorgt echter wel voor de associatie met tweedeling, stelt de Onderwijsraad. ,,Het vermoeden bestaat dat het bijzonder onderwijs met artikel 23 in de hand kinderen uit minderheidsgroeperingen en ook autochtone achterstandsleerlingen weert."
"Cijfers geven evenwel aan dat bijzondere scholen meer van deze leerlingen hebben. Slechts een beperkt aantal streng confessionele scholen selecteert op religieuze grondslag."