De Telegraaf-iDe KrantNieuwsLinkSportLinkDFT.nlDigiNieuwsCrazyLife
vr 5 juli 2002  
---
Nieuwsportaal
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Over Geld 
Scorebord 
Autotests 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
Vacatures 
DFT 
Privé 
Tournieuws 
Weerkamer 
Al onze specials 
Headlines 
Wereldfoto's 
Wereldfotos 
---
Kopen 
Speurders 
Koopjesjager 
---
Met Elkaar 
Dating 
---
Mijn leven 
Zomerhoroscoop 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
Uw horoscoop vandaag 
---
Contact 
Lezerservice 
Advertentietarieven 
Mail ons 
Over deze site 
Bij ons werken 
Alle uitslagen, standen, programma's 
[terug]
 D E   T E L E G R A A F   T E L E S P O R T 
SPORT ACTUEEL: NIEUWSPORTAAL
 
  'Het feest kan beginnen'
   
 

LUXEMBURG - Er is geen zorgelijke blik waar te nemen. Zelfs de diepe zucht ontbreekt. Bij het vooruitzicht op de komende Tour de France verschijnt er verrassend een frêle glimlach op zijn gelaat. De 3277,5 lange kilometers ten spijt, zelfs de gedachte aan de zes loodzware bergetappes, doet geen onzekerheid ontlokken. Aart Vierhouten weet het ditmaal zeker. "Het feest begint", zegt de landgenoot in Lottodienst op zangerige toon. Typerend voor zijn zelfverzekerdheid. "Onze ploeg gaat de komende weken iets laten zien. Met Robbie McEwen slaan we zeker toe."

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (426x284, 20kb)
De knecht en zijn kopman. Robbie McEwen (r) roemt nadrukkelijk de rol van zijn Nederlandse meesterknecht Aart Vierhouten. (Foto: ©Cor Vos)
De relaxte sfeer in het Belgische kamp straalt ook van de Australische kopman af. Er is tijd voor een dolletje en uiterst relaxed kijkt hij vooruit naar de komende dagen. Elf ritten lijken uiterst geschikt voor de sprinters en kenners voorspellen dat McEwen zeker met twee overwinningen huiswaarts keert. "Ik heb een goed gevoel voor deze Tour", beaamt de man uit Brisbane. "Ik ben niet meer nerveus, niet onder de indruk van dit evenement. Nee, eigenlijk blaak ik van het zelfvertrouwen. Voor het eerst sta ik aan de start met een ploeg die voor de helft rond mij gebouwd is. Als ik geen rit win, ben ik héél ontgoocheld."

Dat sprinten millimeterwerk is en dat de kleinste details het verschil maken, demonstreert de gedrongen Australiër na de ochtendtraining. Een half uur draait hij rond zijn nieuwste titaniumfiets en meet alle afstanden uiterst nauwkeurig. "Het is een nieuwe fiets, die weer 800 gram minder weegt dan mijn voorgaande. Voor een sprinter zit het verschil soms in de kleinste dingen. Zeker zondag in de eerste rit hoop ik hier voordeel uit te halen. De laatste twee kilometer gaan omhoog. Erik Zabel en Oscar Freire zijn dan de favorieten, maar juist daar scheelt het wanneer ik één kilogram minder moet meeslepen."

Met twaalf officiële overwinningen, waaronder twee ritten in de Giro d'Italia en de Grote Scheldeprijs, is McEwen dit seizoen de absolute zegekoning. "Eigenlijk zit voor het eerst eens alles mee. Vorig jaar begon ik goed, maar werd ik door drie zware valpartijen in een korte periode genekt. Bij Domo-Farm Frites ontbrak het vertrouwen. De sfeer bij Lotto is heel anders. Deze ploeg gelooft in mij. Ploegleider Walter Planckaert heeft daar een belangrijk aandeel in gehad. Hij kan de ploeg enorm goed motiveren. Hij geeft iedereen een taak, zonder druk op te leggen. Alles draait gewoon lekker. En het klopt inderdaad dat een sprinter alleen maar beter wordt van overwinningen. Dan groeit dat zelfvertrouwen."

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (110x598, 25kb)

McEwen roemt ook nadrukkelijk de rol van zijn meesterknecht Aart Vierhouten. Normaal gesproken is de Noord-Hollander de laatste man die hem in de sprint bijstaat. "Wanneer je Aart een taak geeft waar hij zelf in gelooft, dan gaat hij daar voor de volle honderd procent voor. Wij hebben niet echt een ploeg die een treintje kan vormen. Alleen Acqua & Sapone (Cipollini) en Telekom (Zabel) kunnen dat. Daarom heb ik een man nodig die zich in dat duw- en wringwerk durft te begeven. Aart kan me perfect in een positie loodsen. Ik wilde hem dan ook per se erbij hebben in de Tour."

Een duidelijke reden waarom hij zich dit jaar voor het eerst aan de top van de sprint-elite heeft gemengd, kan McEwen niet echt aandragen. Zijn progressieve evolutie noemt hij een proces; de ontwikkeling van een laatbloeier. "Altijd was ik de kleinste van de klas. Ik had tijd nodig voordat ik op gelijke hoogte kwam met mijn leeftijdsgenoten. In het verleden heb ik af en toe een seintje gegeven dat ik met de top kon wedijveren. Nu hou ik voor het eerst mijn piek enkele maanden aan. Ik ben dertig jaar, maar alle topsprinters zijn boven de dertig. Cipollini is 35, Kirsipuu 33, Zabel 32 en Steels 31. Uithoudingsvermogen wordt steeds belangrijker. Zeker omdat de treintjes meer de sprint bepalen. Tegenwoordig worden de sprinters al op tien kilometer van de streep in stelling gebracht. Dat gebeurde vroeger zelden."

Een ander belangrijk verschil dat McEwen constateert, is het respect dat hij inmiddels in het sprintergilde heeft afgedwongen. In de zogenaamde treintjes lijkt er nu van voren een plaats voor hem gereserveerd. "Voorheen werd ik daar nooit geaccepteerd. Dan moest ik echt knokken voor mijn plek. Vanaf ongeveer de achtste positie ging ik dan de sprint aan. Nu zit ik meestal wel bij de eerste vier. Dat recht heb ik afgedwongen. Vanuit die positie is het veel gemakkelijker te winnen."

In deze Tour de France steken er vijf sprinters boven de rest uit. Zabel, Steels, Kirsipuu, Freire en McEwen. "Qua snelheid zitten wij inderdaad op hetzelfde niveau. Het gaat heel belangrijk worden welke ploeg de sprinter in de beste positie kan manoeuvreren. Zabel heeft daarin een voorsprong. Met jongens als Aldag, Wesemann, Fagnini en Hondo voor zich zal hij moeilijk te kloppen zijn."

Toch rekent McEwen op succes. Zoals zijn hele ploeg daarop rekent. "Het feest kan beginnen", is een duidelijk credo dat Vierhouten heeft aangegeven. "Ik besef dat de ploeg op mij rekent", erkent McEwen. "Zelf doe ik dat ook. Ik zit nu aan mijn top. Winnen is de beste motivatie voor een sprinter. In de Tour geldt maar een ding; zo snel mogelijk toeslaan. Ik kijk voorlopig niet verder dan een ritzege. Dan is mijn Tour geslaagd. Hoe eerder ik echter win, hoe makkelijker ik mijn doelstelling kan bijstellen."




 

zoek naar gerelateerde artikelen


vr 5 juli 2002

[terug]
     
© 1996-2002 Dagblad De Telegraaf, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.