DEN HAAG - De nieuwe fiscale levensloopregeling die de nieuwe coalitiepartijen CDA/LPF/VVD volgend jaar door schrappen van het populaire spaarloon willen lanceren, blijkt veel minder gunstig dan beloofd.
Een groot aantal werknemers die via deze weg fiscaal vriendelijk gaat sparen voor studieverlof, een sabbatical of vrije tijd voor zorgverlof en dit tijdsparen opneemt, zal na het 65e jaar met een lager pensioen genoegen moeten nemen.
Dat blijkt uit de opzet van de in het regeerakkoord met veel tamtam gepresenteerde levensloopregeling die volgend jaar onder druk van het CDA wordt ingevoerd.
Inmiddels groeit het verzet tegen het opheffen van het vele malen gunstiger spaarloon, hetgeen zich uit in honderden boze brieven, telefoontjes en e-mails die de afgelopen dagen bij zowel CDA als VVD zijn binnengekomen.
Veel burgers willen het spaarloon behouden omdat zij daar jaarlijks wat geld van opzij kunnen zetten voor een belangrijke uitgave later en hechten weinig waarde aan onder meer de hogere arbeidskorting die zij in ruil hiervoor krijgen.
Nu de levensloopregeling veel minder blijkt voor te stellen dan gedacht, zal dit protest waarschijnlijk alleen maar toenemen.
Ook volgens PvdA-Kamerlid Crone is sprake van een "duidelijk sigaartje uit eigen doos" dat de burgers uiteindelijk dus zelf moeten ophoesten nu blijkt dat levensloopspaarders hun fiscale voordeel waarschijnlijk voor een groot deel weer moeten inleveren zodra ze 65 worden.
Ook de Vereniging voor Bedrijfstakpensioenfondsen (VVB) is kritisch nu steeds meer over de levensloopregeling bekend wordt. "Als men een levensloopverzekering nodig vindt, moet hiervoor een fiscale maatregel worden getroffen en mag dit niet ten koste gaan van de pensioenen", aldus VVB-voorzitter Wennekus.
VVD-leider Zalm bevestigde gisteren dat werknemers die voor tijdsparen via de levensloopregeling kiezen niet langer ook nog kunnen profiteren van de maximale pensioenopbouw van 2% per jaar. Als naast de pensioenopbouw gekozen wordt voor levensloopsparen kan voortaan nog slechts 1,75% per jaar voor het pensioen worden gestort.
"Voor iemand die geen levensloopregeling neemt verandert er niets. Ook als men het geld dat in de regeling zit pas na het 65e jaar opneemt, blijft het pensioen in stand", aldus Zalm, die benadrukte dat iedereen in principe dezelfde mogelijkheden houdt om een pensioen van 70% op te sparen.
Wanneer het geld dat voor levensloopsparen opzij wordt gezet wordt benut op bijvoorbeeld het 40e of 45e jaar, dan kan dit wel degelijk ten koste gaan van de hoogte van het pensioen.
"Allebei tegelijk betekent wel dat het sparen voor een pensioen wat moeilijker wordt. Iemand die er een paar jaar betaald tussenuit gaat, heeft dus na zijn 65e een wat kleiner pensioen opgebouwd dan zijn collega die dat niet gedaan heeft", aldus Zalm.