AMSTERDAM - De Europese Unie wil de komende jaren toch fors investeren in onderzoek naar het gebruik van kernenergie. In de periode 2003-2006 wordt €1,23 miljard beschikbaar gesteld, waarvan het grootste deel, €750 miljoen, beschikbaar is voor onderzoek naar kernfusie, een veel schonere vorm van kernenergie dan de huidige kernsplitsing.
Al eerder pleitte eurocommissaris Bolkestein voor het niet in de hoek zetten van kernenergie, omdat Europa anders te afhankelijk wordt. Bovendien kan de EU met kernenergie makkelijker voldoen aan de criteria van Kyoto, die vragen om minder uitstoot van broeikasgassen.
Bij kernfusie wordt materie helemaal omgezet in energie, er is dus geen nucleair afval. Het probleem is echter dat het proces moeilijk is te beheersen. Geen enkel huidig materiaal is bestand tegen de immense hitte. De oplossing wordt nu gezocht in het aanleggen van uiterst krachtige magnetische velden, waarbinnen het fusieproces kan plaatsvinden.
Maar dat probeert men nu al tientallen jaren en niemand is er nog in geslaagd een werkende proefcentrale te bouwen. Een doorbraak zou echter de oplossing zijn voor het wereld-energieprobleem. De €750 miljoen gaan naar een gezamenlijk onderzoeksproject dat de EU uitvoert met Japan, Rusland en Canada: de International Thermonuclear Experimental Reactor (ITER).
De rest van het budget gaat naar onderzoek over het zo veilig mogelijk opbergen van kernafval en naar verbetering van kerncentrales. Greenpeace veroordeelde het plan gisteren. Volgens een woordvoerder duurt het nog 50 jaar voordat kernfusie economisch rendabel zou kunnen zijn.