door Willem Kool LONDEN - De Britse oorlogspremier Winston Churchill wilde na de Tweede Wereldoorlog de politieke debatten in het parlement interessanter maken. Bij het herstel van het door bommen beschadigde Westminster gaf hij opdracht slechts voor een beperkt aantal Lagerhuisleden bankjes te plaatsen, waardoor velen in de krappe ruimte moesten blijven staan. Op het oog leek het net alsof de parlementariërs stonden te dringen om hun bijdrage te leveren aan een spannend debat.

|
Het in aanbouw zijnde stadhuis van Londen. (Foto: Brian Harris/REX FEATURES)
|
Wie tegenwoordig het Lagerhuis bezoekt, met name op woensdagmiddag als premier Tony Blair tijdens het vragenhalfuurtje door veel parlementariërs wordt bestookt, merkt hoe de maatregelen van Churchill heden ten dage uitwerken. Altijd lijkt er wat te beleven. De politiek saai? Welnee, het gist en bruist, althans op het oog.
De Londense bestuurders hadden het niet zo getroffen. Voor hen was slechts een grijs, anoniem kantoorgebouw weggelegd.
Omdat premier Margaret Thatcher ook nog eens stevig aan de lokale fundamenten van bestuur knabbelde, bleef er weinig over om indruk te maken op het publiek. Totdat de Labour-regering in 1997 aan de macht kwam. Die dacht in het jaar 2000 gemakkelijk de rechtstreekse verkiezingen voor een burgemeester te winnen. En daar hoorde als cadeau een opvallend stadhuis bij.
Niet alleen was de verkiezingsstrijd spannend, omdat buitenstaander Ken Livingstone er met de buit vandoor ging, maar ook omdat de eerste gekozen burgemeester van de 7,5 miljoen tellende metropool tal van bevoegdheden kreeg. Gelukkig onderschreef burgemeester Livingstone net als Churchill dat stadspolitiek alleen kan aanspreken als deze vanuit een spraakmakend gebouw komt.
De bekende architect Norman Foster en diens partner Ken Shuttleworth wonnen de opdracht het stadhuis aan de Theems te ontwerpen, waar iedereen over praat. Op 23 juli is het zover. Dan opent koningin Elizabeth de ruim 60 miljoen euro kostende City Hall. Burgemeester Ken Livingstone kan tevreden zijn.
Pal tegenover de eeuwenoude Londense Tower is een Star Wars-achtig rond glazen gebouw met een oppervlakte van 18.000 vierkante meter verrezen. Sommige Londenaren vergelijken het met een hardgekookt ei dat met kracht op tafel is gezet of met het New Yorkse Guggenheim Museum.
Duidelijk is dat het ultramoderne stadhuis een triomf van de technologie is. De kosten van klimaatbeheersing zijn 25 procent lager dan van elk ander vergelijkbaar rechthoekig gebouw van dezelfde grootte. Het overvloedige regenwater van Londen wordt gebruikt om City Hall koel te houden en de toiletten mee door te spoelen. 's Winters wordt de warmte gerecycled.
Toeristen zullen eindeloos plaatjes maken van dit tien verdiepingen en 45 meter hoge gebouw. Ze mogen ook naar binnen. Hoewel er 500 ambtenaren werken, alsmede 25 gekozen gemeenteraadsleden en burgemeester Ken Livingstone, kan iedereen terecht in de imposante raadszaal die op een Romeinse arena lijkt. Op de hoogste verdieping is een galerij die een prachtig uitzicht over heel Londen geeft. Overdag is het vrijwel onmogelijk naar binnen te kijken, maar 's avonds is door de binnenverlichting het interieur te zien. Aanpalend aan City Hall is een open amfitheater gebouwd met 1000 zitplaatsen voor concerten en optredens.