PRAAG - Tsjechië heeft het nachtelijk duister weer ingevoerd. In een dit weekeinde aangenomen wet wil Tsjechië paal en perk stellen aan de zogenaamde 'lichtvervuiling'. Kunstlicht aan de buitenzijde van gebouwen wordt sterk beperkt, zodat het in Tsjechië weer donker wordt als de zon achter de kim is verdwenen.
Daarmee is Tsjechië het eerste land ter wereld dat een noodkreet van de Internationale Donkere Hemel Associatie (IDA) ter harte neemt. Aan de VN-organisatie voor cultuur en wetenschap (UNESCO) heeft IDA gevraagd het nachtelijk duister aan te merken als mondiaal erfgoed.
De Tsjechen kunnen zich vinden in de redenering van IDA dat tweederde van de wereldbevolking geen absolute duisternis meer kent. Astronomen vinden al dat kunstlicht aan gebouwen een ramp. Ze kunnen de sterren niet bestuderen. Vooral steden baden voortdurend in kunstlicht.
Het herinvoeren van het duister, zo vinden met de IDA de Tsjechische parlementariërs, is ook een milieuvriendelijke zaak. Niet alleen wordt er minder energie verbruikt, ook tal van diersoorten - vogels in het bijzonder - worden in de nacht niet meer misleid door lichtbakens. Trekvogels, zo is gebleken, vliegen 's nachts vaak tegen helverlichte wolkenkrabbers op.
De nieuwe wettelijke regels worden stap voor stap van kracht. Wie buitenverlichting wenst te hebben, moet die van een kap voorzien. De bovenste verdiepingen van flatgebouwen mogen helemaal niet meer worden verlicht. Daar waar om andere redenen, zoals veiligheid, toch verlichting blijft bestaan, moet die met een dimmer worden uitgerust. Overtreders zullen worden beboet.