AMSTERDAM - De renovatie van het Rijksmuseum gaat een kleine vijf jaar duren, twee jaar jaar langer dan aanvankelijk de bedoeling was. Van eind 2003 tot halverwege 2008 wordt het hoofdgebouw voor het publiek afgesloten en ingrijpend vernieuwd.
Dit blijkt uit de studie die het Spaanse architectenduo Cruz y Cortez gisteren heeft gepresenteerd aan algemeen museumdirecteur Ronald de Leeuw. Na de zomer volgen de eerste tekeningen met de plannen, waarna de echte ontwerpfase begint.
Een zijvleugel blijft voor het publiek toegankelijk gedurende de renovatie. Hier worden de 200 topstukken uit de Gouden Eeuw vertoond, zoals de werken van Rembrandt (onder meer de Nachtwacht) en Vermeer, poppenhuizen en belangrijke stukken Delfts Blauw.
Het Prentenkabinet en de bibliotheek verhuizen in de bouwfase naar het gebouw van De Bazel aan de Vijzelstraat, waar na 2008 het Amsterdamse Gemeentearchief wordt gevestigd. Het Rijksmuseum onderzoekt of er nog meer mogelijkheden zijn om delen van de collectie tijdens de renovatie elders te tonen.
In hun eerste inpassingsstudie gaan Cruz y Cortez uit van "het teruggeven van het hoofdgebouw aan het publiek" en het scheppen van een "overzichtelijk publiekscircuit". Zo komt er een nieuwe entreehal op de plek van de huidige onderdoorgang, die in versmalde vorm zal blijven bestaan.
In totaal krijgt het museum in Amsterdam-Zuid er 4.000 vierkante meter tentoonstellingsruimte bij. Naast het hoofdgebouw wordt een nieuw paviljoen gebouwd, bestemd voor de Aziatische collectie.
Volgens een woordvoerster van het museum blijven, ondanks de langere werkzaamheden, de verbouwingskosten van ruim 200 miljoen euro gelijk.
Ook het langer bezoekers ontvangen in de zijvleugel, omgedoopt tot Philipsvleugel, brengen volgens haar geen extra kosten met zich mee.