JAKARTA - De vreugde bij de geboorte van 's werelds jongste natie Oost-Timor is het afgelopen pinksterweekeinde slechts verstoord door de boze fee Indonesië.
Het land dat Portugals voormalige kolonie in 1975 binnenviel en daar gedurende 24 jaar een schrikbewind voerde dat aan 200.000 Oost-Timorezen (een kwart van de bevolking) het leven kostte, meende er goed aan te doen aan de vooravond van de Oost-Timorese onafhankelijkheidsverklaring zes oorlogsschepen te sturen.
Als argument voor dit machtsvertoon voerde het opperbevel van de krijgsmacht in Jakarta aan dat alleen op deze manier de veiligheid kon worden gewaarborgd van Indonesië's president Megawati, die gedurende vier uur een der gasten was bij dit evenement.
Megawati's bezoek stuitte weken tevoren al op bezwaren van de generaals en van veteranen, die op Oost-Timor dienden nadat een overgrote meerderheid van het land zich op 30 augustus 1999 had uitgesproken voor losmaking van de banden met Jakarta.
Door Indonesië gesteunde en bewapende milities hebben na dit referendum 90 procent van 's lands steden en dorpen vernield en honderdduizenden mensen op de vlucht gejaagd.
Op dringend verzoek van Oost-Timors minister Ramos-Horta (BZ) trok Jakarta zaterdag vijf van de zes schepen terug. Van de 150 zwaarbewapende mariniers die Jakarta aan land wenste te laten gaan om de veiligheid van Megawati te verzekeren, werden slechts vijftien soldaten toegelaten.
Doordat dit incident aan de vooravond van de Oost-Timorese onafhankelijkheidverklaring werd opgelost, verliep de rest van het feest vlekkeloos. Xanana Gusmao, de voormalige vrijheidsstrijder die de eerste president is van wat voortaan 'Timor Lorosae' zal heten, sprak zondagavond verzoenende woorden aan het adres van Indonesië, Oost-Timors belangrijkste buur en vooralsnog belangrijkste exportpartner.
Dili sloot gisteren een akkoord met Australië over gezamenlijke exploratie en exploitatie van olie en gas in de Timorzee.