BRUSSEL - De Europese Commissie doet deze week een greep naar de macht met een voorstel om Brussel veel meer invloed te geven op politiek gevoelige terreinen zoals buitenlands beleid, justitie en begrotingen.

|
Romano Prodi (Foto: AP)
|
Commissievoorzitter Romano Prodi is ervan overtuigd dat dit de enige manier is om de EU draaiende te houden na de uitbreiding met tien nieuwe lidstaten in 2004.
"De Commissie is het enige instituut dat het algemene belang vertegenwoordigt", zegt een Brusselse diplomaat. "Als die niet in het midden van de machtsstructuur staat, wordt alles verlamd."
Prodi wil het huidige onderscheid tussen drie systemen van besluitvorming (de zogeheten 'pilaren') schrappen en Brussel op alle gebieden dezelfde invloed geven.
Dan zou de Commissie als enige het initiatiefrecht krijgen op terreinen die de EU-landen altijd angstvallig voor zichzelf hebben gehouden, zoals buitenlands beleid en defensie en justitie en binnenlandse zaken. Bovendien krijgt het Europees Parlement daarover dan voor het eerst medebeslissingsrecht. Verder wil de Commissie meer greep krijgen op het financiële beleid van de twaalf eurolanden.
Prodi zal zijn controversiële plannen morgen presenteren aan Valéry Giscard d'Estaing, de voorzitter van de Europese Conventie, een denktank die een blauwdruk moet opstellen voor de werking van de Unie na de uitbreiding.
De ideeën van Prodi zullen ongetwijfeld felle weerstand oproepen in grote EU-landen zoals Engeland en Duitsland. Die twee landen zijn de laatste tijd juist bezig om de macht van de lidstaten in de Unie te vergroten, ten koste van de Commissie.
Zo willen de Britse premier Blair en de Duitse bondskanselier Schröder af van het roulerende EU-voorzitterschap. In plaats daarvan moeten de lidstaten een vaste voorzitter kiezen die voor vijf jaar het gezicht en de stem van de Unie wordt, als tegenwicht tegen de voorzitter van de Commissie.
De Commissie heeft de laatste jaren steeds meer aan macht en prestige moeten inboeten. In veel EU-landen is er een groeiende afkeer van de bemoeizucht van Brussel en roepen politici openlijk om het teruggeven van bevoegdheden aan de lidstaten. Bovendien ontbeert de Commissie sinds het tijdperk van Jacques Delors ('85-'95) een sterke leiding.
De kleine landen kijken echter met groeiend wantrouwen naar de ijver waarmee de grote landen aan de stoelpoten van Brussel zagen. Voor de kleintjes is een sterke Commissie altijd een waarborg geweest dat hun belangen niet worden verpletterd onder het gewicht van de groten.