UTRECHT - Het moet volgens bestuursvoorzitter Wilbert Kieboom van automatiseringsbedrijf Atos Origin Nederland maar eens afgelopen zijn met het onbegrijpelijke jargon van de branche. De sector wordt al jarenlang geteisterd door eigengereid taalgebruik, moppert hij. "We maken ons schuldig aan Willie Wortel-taal. Elk kwartaal komt er weer een volledig nieuwe stroom drieletterwoorden op ons af. Op deze manier vervreemdt de industrie zich van zijn klanten. Dat kan nooit de bedoeling zijn."

|
Wilbert Kieboom
...langzaam uit dal...
|
Volgens Kieboom heeft de automatiseringsbranche aan het eind van de jaren negentig in een roes geleefd. "Iedereen moest zich maar aan automatiseerders aanpassen in plaats van andersom."
Maar de sector is versneld op aarde terug beland toen de automatiseringshype op zijn einde liep. Ook de teruggang van de economie heeft geholpen om weer met beide benen op de grond te komen. "Dat eist dus ook andere omgangsvormen en ander taalgebruik."
Atos Origin werd in november 2000 gevormd door de overname van Philips-dochter Origin door automatiseringsconcern Atos. Daarmee werd het de derde grootste ict-dienstverlener in Europa. Wereldwijd werken er 27.000 mensen die goed zijn voor een jaaromzet van €3 miljard. In Nederland heeft het bedrijf naar eigen zeggen ruwweg een marktaandeel van 21%.
Bedrijven waarmee Atos Origin concurreert, zijn CMG, Getronics, Cap Gemini, PinkRoccade en Ordina. Toch mist het bedrijf tegenwoordig een duidelijke link met de Nederlandse financiële wereld. Het van origine Franse Atos heeft een beursnotering in Parijs. Niet in Amsterdam.
Toen de bundeling tot stand kwam, riep de Franse bestuursvoorzitter dat er binnen anderhalf jaar ook een beursnotering in Amsterdam in de planning zat. In ons land boekt het bedrijf namelijk ruim een kwart van zijn omzet. Een beursnotering was belangrijk voor de band met Nederland. Maar van die plannen is nooit meer iets vernomen.
Kieboom rouwt daar niet om. "Plannen voor een beursnotering staan in de ijskast", zegt hij. "Grote beleggers weten ons in Parijs écht wel te vinden. Een notering in Amsterdam geeft alleen meerwaarde om de particuliere belegger bij je bedrijf te betrekken. Het is maar de vraag of je daar prioriteit aan moet geven. Ik vind het uitblijven van een notering aan het Damrak in ieder geval nog geen nadeel. Ik wil eerst aan verbetering van de resultaten werken. Het is voor een beursgenoteerd bedrijf namelijk van belang een goede track record te hebben."
Jarenlang was Origin het kneusje van elektronicaconcern Philips.
Weliswaar zegt Kieboom altijd een goede relatie te hebben gehad met Philips. "Maar bij Atos is Origin duidelijk beter op zijn plek."
Kieboom heeft de afgelopen tijd hard getrokken aan de verbetering van de resultaten. "De tijd die de Atos Origin-werknemers bij klanten besteden, is in de twee jaar dat ik aan het roer sta, gestegen van 55 naar 78%", roept hij trots. Tegelijkertijd zijn de zogeheten corporate kosten gedaald van 3,5 naar 1% van de omzet. Volgens Kieboom draait een automatiseerder goed als deze productiviteit uitkomt tussen de 75 en 78%.
Het grootste deel van de toekomstige winstgroei van Atos Origin moet volgens Kieboom tegenwoordig dan ook uit Frankrijk en de rest van de wereld komen. In Nederland boekt de automatiseerder namelijk inmiddels winstmarges van 14 à 15%. Frankrijk ligt daar nog op achter.
In de rest van de wereld is Atos Origin een nog relatief bescheiden speler. Daar tellen de winstmarges niet zo sterk.
Het bedrijf streeft ernaar te expanderen in Engeland en Duitsland. Maar in Nederland liggen nog wel groeikansen. De Atos Origin-voorzitter legt de nadruk op de groei van outsourcing, het overnemen van it-afdelingen van grote bedrijven. Kieboom denkt dat in ons land de komende jaren nog veel bedrijven hun it-zaken zullen uitbesteden. In dat segment denkt hij dan ook nog jaarlijks zo'n 20% omzetgroei te kunnen halen. Het herstel van de automatiseringsmarkt moet de rest doen.
De automatiseringssector is volgens de Atos Origin-voorman heel langzaam uit het dal aan het kruipen.
Kieboom: "We zien de orderportefeuille aanzienlijk aantrekken. Niet dat we op het niveau van twee, drie jaar geleden zitten, maar het gaat de goede kant op. Ik denk dat bedrijven hun investeringen niet kunnen blijven uitstellen, zoals de afgelopen twee jaar gebeurde. Geen klant kan het zich permitteren achter te lopen op zijn concurrenten. Dus vroeg of laat kloppen ze echt weer bij ons aan."