AMSTERDAM - De Franse premier Lionel Jospin heeft gisteren gewaarschuwd dat zijn land geen Europees slagveld mag worden tussen joden en Arabieren. In Frankrijk deden zich gisteren opnieuw antisemitische incidenten voor.
Ondanks de ruim 1100 politieagenten die zijn ingezet ter bewaking van synagogen, joodse scholen en begraafplaatsen werd op het joodse kerkhof van Schiltigheim bij Straatsburg een paviljoen vernield door onbekenden.
Op het Parijse vliegveld Orly raakten gisterochtend pro-Israël en pro-Arabieren met elkaar slaags toen de rebelse Franse boerenactivist José Bové daar vanuit Israël arriveerde. Bové was op bezoek geweest bij PLO-leider Arafat en vervolgens door de Israëlische autoriteiten gearresteerd en het land uitgezet. Frankrijk is de afgelopen dagen het toneel van tal van aanvallen op joodse doelwitten. In het paasweekeinde brandde de synagoge van Marseille volledig af en werden er aanslagen uitgevoerd op andere synagogen in het hele land. Volgens de Franse autoriteiten zitten jonge Fransen van Noord-Afrikaanse afkomst, die sympathiseren met de Palestijnen, achter de golf van antisemitisme. Jospin verklaarde dat ondanks de extra bewaking van plekken die door joden worden gefrequenteerd het heel moeilijk is om permanente veiligheid te garanderen. "Al hebben wij de grootste joodse gemeenschap van Europa en een van de grootste Arabisch-islamitische gemeenschappen van het Europese vasteland, we moeten dit geweld niet vanuit Israël importeren."
Naar pas gisteren bekend is geworden, zijn op paaszondag in Berlijn twee orthodoxe Amerikaanse joden op klaarlichte dag mishandeld. De daders zouden zeven tot acht mannen zijn, volgens de slachtoffers en de politie van Arabische afkomst.