De Telegraaf-iDe KrantNieuwsLinkSportLinkDFT.nlDigiNieuwsCrazyLife
do 5 juli 2001  
---
De krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
De prins en Maxima 
Over Geld 
Fiscus 2001 
Scorebord 
Auto op vrijdag 
Jaaroverzicht 
---
Telegraaf-i
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
CrazyLife 
Weerkamer 
Al onze specials 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
Veilinghal 
ElCheapo 
Siteshopper 
---
Met Elkaar 
Chatweb 
Vertel 
Cybercard 
Netmail 
---
Mijn leven 
AstroLink 
De Psycholoog 
---
Contact 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 
Bij ons werken 
[terug]
 D E   T E L E G R A A F   B U I T E N L A N D 
 
  Uitlevering van Milosevic
heropent wonden Srebrenica

door Hans Kuitert

   
 

SREBRENICA - Nu een van hun grootste vijanden, Slobodan Milosevic, achter tralies zit, slaan de altijd rondspokende geluiden in de hoofden van de duizenden weduwen van Srebrenica om in een uiterlijke noodkreet. "En nu nog Mladic, en nu nog Karadzic."

Vooralsnog moet Milosevic zich alleen verantwoorden voor massamoorden in Kosovo, maar de weduwen van Srebrenica in Noordoost-Bosnië hoeven niet te wanhopen. Ook zijn rol in het grootste bloedbad in Europa na de Tweede Wereldoorlog, in juli 1995 voor de ogen van een machteloos Nederlands VN-bataljon, zal nog in een aanklacht worden verwerkt.

In Srebrenica, waar 8000 mannen letterlijk werden afgeslacht, brengt het idee van "schuld en boete" geen verlichting, zelfs niet als de hoofddaders van het bloedbad bij het Nederlandse kamp, generaal Ratko Mladic en politicus Radovan Karadzic, in de kraag zouden worden gevat en zich bij Milosevic in Den Haag zouden mogen voegen.

"Hoeveel lichamen zijn er nog niet gevonden? Hoeveel vrouwen zijn er weduwe van een schim? Ze willen niet Milosevic, zij willen een graf", zegt Emir, een gedreven oud-inwoner van Srebrenica, die, net als de meeste nabestaanden van het bloedbad in het twee uur verderop gelegen Tuzla woont. "Milosevic is geen pleister op de wonde. Zijn uitlevering heeft er alleen toe geleid, dat we de gebeurtenissen nog eens extra scherp herleven."

Gruwelen

Nergens op de Balkan is langer en dieper gezucht onder het juk van Milosevic, als in Bosnië. Srebrenica was, helaas, slechts een van de talrijke gruwelen die zich er hebben voltrokken. Vooral de Bosnische moslims werden het slachtoffer van die oorlog tussen 1992 en 1995, waar meer dan 200.000 mensen het leven lieten.

Verder weg naar het zuiden, in de hoofdstad Sarajevo, dat als een kapot geschoten en nog immer verwonde stad uit de oorlog tevoorschijn kwam, voelt onderwijzer Hanan Begovic dezelfde pijn als de weduwen van Srebrenica.

"In 1995 wenste niemand Milosevic aan te klagen. Ze hadden hem nodig voor het vredesakkoord", gromt Begovic. "En toch, iedereen wist wat hier was gebeurd? Karadzic, Mladic, die duivels, waren vindingen van Milosevic. Hij is zes jaar te laat opgepakt. Voor ons is het cynische, dat pas toen hij het spel met de NAVO niet meer wenste te spelen, hij een boeman werd. Een oorlogsmisdadiger was hij al hier. Dat belette in 1995 niemand om met hem te onderhandelen."

Vooral in Srebrenica is men zich volop bewust van deze speling van de moderne geschiedenis. "De Serviërs in Bosnië kregen hun eigen republiek. Een beloning voor hun misdaden. Ze verhinderen nog steeds dat we naar huis terug kunnen. Srebrenica is etnisch gezuiverd en er is een compleet NAVO-leger voor nodig om de oude toestand te herstellen", valt winkelier Rifat Narcis in Tuzla uit.

In het Servische deel van Bosnië, waar Mladic en Karadzic zich schuilhouden en nog steeds grote invloed hebben, heersen andere gevoelens. Het aloude liedje wordt weer gezongen, namelijk dat de Serviërs de slachtoffers zullen zijn, zoals Milosevic hen jarenlang heeft ingeprent.

"Van ons verwachten ze dat we nu ook Karadzic en Mladic uitleveren. Onze regering schijnt dat te willen doen. Iedereen zal ons weer zien als de aanstichters", zegt studente Gordana Stoyanika in Banja Luka, de hoofdstad van de Bosnisch Servische republiek Sprska.

In Srebrenica, of liever in de gemeenschap uit dat stadje in Tuzla, komt een dergelijke redenering angstaanjagend bekend voor. Daarom vond het bloedbad plaats, weten de moslims van Srebrenica. Een internationale afrekening met Milosevic moet wat hen betreft gepaard gaan met het aanpakken van de nog steeds dwarse Bosnische Serviërs.

Op het gezicht van een oude vrouw, die haar man en twee zoons verloor in het bloedbad, staat de verlatenheid gebeeldhouwd. "Bosnië is geen land", zegt ze moeizaam. "We zijn een internationaal protectoraat. We moeten weer samen gaan wonen met de Serviërs, net als vroeger. Hoe denken ze dat we terug kunnen naar een plek waar de doden geen graf hebben? Ze hebben nu Milosevic. Wij hebben alles verloren, zelfs onze tranen. Daar is geen straf voor te bedenken."




 

zoek naar gerelateerde artikelen


do 5 juli 2001

[terug]
     
© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden.