DEN HAAG - Premier Kok noemt de gigantische salarisverhogingen van topmanagers 'ongeloofwaardig', 'kwalijk' en 'in een aantal situaties buitensporig'.

|
Premier Kok
|
De minister-president werd gisteren door GroenLinks-fractievoorzitter Rosenmöller naar de Tweede Kamer geroepen om opheldering te verschaffen over de gemiddelde salarisstijgingen van maar liefst 12 tot 14 procent in de top van het bedrijfsleven.
Rosenmöller eist maatregelen van het kabinet, maar Kok was daarover zeer terughoudend. "Wij hebben in Nederland de top van het bedrijfsleven niet aan een touwtje", aldus de premier, die wees op de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemers.
Kok voelt er dan ook niets voor om met een algemene verhoging van het hoogste belastingtarief alle topinkomens aan te pakken. "Dat is het paard achter de wagen spannen", aldus de minister-president, die vreest dat daardoor ook een groot aantal andere werknemers zal worden getroffen.
Scheefgroei
Kok wil wel "een pittig woord spreken met het bedrijfsleven". De salarissen van topmanagers worden wat het kabinet betreft onderwerp van het voorjaarsoverleg met de sociale partners dat over twee weken plaatsvindt. Verder staan er al maatregelen op stapel die volgens Kok de 'scheefgroei' zullen inperken. De premier heeft hoge verwachtingen van het openbaar maken van de salarissen, dat met ingang van 1 januari 2002 gaat gebeuren: "De lucht van de openbaarheid kan invloed hebben."
De minister-president wijst wettelijk ingrijpen af. "Ik zou niet graag in een land leven waar regeringen de salarissen van het bedrijfsleven vaststellen", zei hij. Verder steunde Kok minister Vermeend (Sociale Zaken), die gisteren aankondigde een eigen onderzoek te gaan doen naar de salarisstijgingen.
Vermeend noemde de stijgingen, die in uitzonderlijke gevallen neerkomen op een salarisverhoging van 22,5 miljoen gulden (een topbestuurder van Aegon), 'onvoorstelbaar' en 'ongeloofwaardig'. "We vragen de werkgevers om de loonkosten te matigen. Hier gaat dus een heel verkeerd signaal van uit." Vermeend vindt het argument dat er geconcurreerd moet worden met het internationale bedrijfsleven "te gemakkelijk" en wil uitzoeken in hoeverre dit werkelijk het geval is. |