DEN HAAG - De nieuwe belastingregels rond maaltijdvergoedingen aan werknemers liggen het bedrijfsleven zwaar op de maag. Een aantal ondernemingen en cateringbedrijven voert een lobby richting staatssecretaris Bos (Financiën) om de regels op de helling te zetten en ook de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland hebben bij de bewindsman aan de bel getrokken. Veel bedrijven voorzien een administratieve puinhoop en vrezen in 2002 een forse extra heffing loonbelasting van de fiscus te krijgen.

|
GERARD VAN WESTEN
...fiscale regeling tijdbom...
|
"Een tijdbom", noemt Gerard van Westen van de Adviesgroep Loonbelasting van belastingadvieskantoor Deloitte & Touche de op 1 januari van dit jaar ingevoerde fiscale regeling voor maaltijdvergoedingen. Kern hiervan is dat werkgevers per werknemer maximaal 80 zakelijke maaltijden per jaar onbelast mogen vergoeden. Vanaf de 81e maaltijd moet er over de vergoeding loonbelasting worden afgedragen. Een maaltijd is zakelijk als deze 'een meer dan bijkomstig' zakelijk karakter heeft dat wil zeggen voor meer dan 10% zakelijk is. Dat lijkt simpel, maar vanaf de 81e maaltijd moeten er bedragen bij het inkomen van de werknemer worden opgeteld van 3,04 per lunch en 6,10 per diner. En voor maaltijden die 'minder dan bijkomstig' zakelijk zijn, wordt de waarde in het economische verkeer belast.
Helemaal 'zwaar getafeld' wordt er met de nieuwe regelingen voor maaltijden in bedrijfskantines. Een door de werkgever verstrekte maaltijd is onbelast voor zover de waarde in het economisch verkeer van deze 'hap' hoger is dan de gemiddelde, rechtstreeks aan de maaltijd toe te rekenen kosten. Deze 'rechtstreekse' kosten moeten de werknemers in rekening worden gebracht, waarbij een minimum geldt van wederom 3,04 voor een ontbijt of koffiemaaltijd en 6,10 voor een warme prak. Het berekenen van de rechtstreekse kosten zal overigens met name problemen geven als de kantine wordt geëxploiteerd door een cateraar.
Is er geen bedrijfskantine en krijgt de werknemer een vergoeding om de maag in een broodjeszaak te vullen, dan is er volgens Van West een nog forsere complicatie. De waarde van de maaltijd in het economische verkeer wordt belast, minus een eventuele eigen bijdrage die de werknemer aan zijn baas betaalt. Maar omdat de eigenaar van deze broodjeszaak ook de kosten van de inrichting en keukenapparatuur in de prijs berekent, zal dit leiden tot een hogere prijs en dus een hogere belaste waarde.
"Kortom, het is een ratjetoe", zegt Van Westen. "Het verschil in behandeling van maaltijden in een bedrijfskantine en andere maaltijden lijkt ook in strijd met het gelijkheidsbeginsel, zeker als de werkgever niet eens een kantineruimte heeft. Neem verder bij de zakelijke maaltijden de norm van 80. Dit betekent dat werkgevers gedetailleerd per werknemer moeten turven wanneer hij of zij in de buurt van deze grens komt. Veel lastiger, zo niet onmogelijk is, dat de werkgever al van tevoren moet toetsen of een maaltijd al dan niet 'meer dan bijkomstig' zakelijk is. Gekkenwerk. Bij kleine bedrijven is dat al geen doen, laat staan bij middelgrote ondernemingen en multinationals."
De normen voor maaltijdvergoedingen maken deel uit van de 'uitvoeringsregeling loonbelasting', die in het kader van het nieuwe belastingstelsel eind vorig jaar door Financiën werd bekend gemaakt. Een ander onderdeel hiervan was de vergoeding voor telefoonkosten die werknemers thuis maken voor hun werk. Tot en met 2000 mochten deze kosten onbelast worden vergoed, maar moest de werknemer wel maandelijks een vast bedrag van 41 bij zijn inkomen optellen. Vanaf 1 januari 2001 verviel deze regeling in het originele plan van Financiën. In plaats daarvan zou de werknemer de privé gevoerde en de zakelijke telefoongesprekken moeten splitsen en alleen voor de laatste categorie een onbelaste vergoeding kunnen krijgen.
Na een storm van kritiek uit het bedrijfsleven en de vakbeweging kwam het departement hierop terug en bleef de oude regeling in stand, al werd het forfait verhoogd naar 50 per maand. Hoewel ook de maaltijdvergoedingen toen al onder vuur lagen, wilde Financiën hier van geen wijken weten. Ook niet nadat er begin dit jaar vragen over waren gesteld door de kamerleden Hindriks en Dijsselbloem. Volgens het ministerie valt er met de regeling heel goed te werken en is de norm van 80 onbelaste maaltijdvergoedingen juist zeer riant.
De meeste werkgevers zullen tegenover hun toch al schaarse personeel niet moeilijk willen doen en alle maaltijden vergoeden, ook als er boven de 80 keer zakelijk wordt gegeten, redeneert Van Westen. Daarin zit 'm de door hem genoemde tijdbom. "Werkgevers betalen straks dubbel. Zij vergoeden alle maaltijden van hun werknemers en betalen vervolgens nog eens extra loonbelasting als de fiscus oordeelt dat een gedeelte van de vergoedingen moet worden belast of als de regeling voor doorberekenen aan het personeel van de kosten van bedrijfskantines niet helemaal juist is toegepast. Je kunt op de vingers natellen dat er rechtszaken komen van bedrijven die een aanslag loonbelasting aanvechten."
Wellicht is er toch hoop voor zakelijk etend Nederland. In het blad Tribuut van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs laat directeur-generaal Jenny Thunnissen van de Belastingdienst weten dat haar medewerkers "bezien of er oplossingen mogelijk zijn in de administratief-technische sfeer." Daarbij denkt Thunnissen aan het opstellen van richtlijnen die aangeven welke kostensoorten bepalend zijn voor het vaststellen van de waarde van maaltijden. Ook zouden deze richtlijnen het niveau van deze kostensoorten moeten aangeven.