SINGAPORE - De fanatieke Talibanmoslims, die 90 procent van Afghanistan controleren, gaven gisteren verwarrende signalen over kans dat de vernietiging van alle 'on-islamitische beelden', die zij vorige week bevalen, nog kan worden gestopt.
Zo wezen zij een verzoek tot redding van de bedreigde beelden van VN-secretaris-generaal Kofi Annan grofweg van de hand. Taliban-minister Ahmad Muttawakil van Buitenlandse Zaken liet Annan, die een bezoek aan het aangrenzende Pakistan brengt, weten "dat deze affaire een volledige interne, religieuze aangelegenheid is". Hij zei ook dat alle verplaatsbare beelden nu vernietigd zijn. "We geven toe dat deze beelden deel uitmaken van het Afghaanse culturele erfgoed. Maar wat in strijd is met ons geloof kunnen we niet toestaan", aldus Muttawakil met een verwijzing naar de koran die beelden als afgoderij zou verbieden.
Tegelijkertijd zei de Taliban-ambassadeur in Pakistan dat de twee grote, respectievelijk 38 en 53 meter hoge Boeddhabeelden in Bamiyan nu voor 80 procent zijn verwoest maar dat de vernietigingscampagne op elk moment zou kunnen worden gestaakt wanneer Afghaanse religieuze leiders en een bezoekende groep islam-geleerden daartoe een besluit zouden nemen. "Wanneer beide partijen een unanieme fatwa (verordening) uitvaardigen waarin zij verklaren dat de vernietiging ten onrechte geschiedt zullen we dat accepteren", aldus ambassadeur mullah Abdul Salam Zaeef.
Afghaanse waarnemers achtten het echter onwaarschijnlijk, dat de fundamentalistische Taliban-geleerden het eens kunnen worden met de bezoekers van 's werelds grootste moslimorganisatie, de 'Organisation of Islamic Conference', die gisteren in Kandahar (Zuid-Afghanistan) arriveerden voor gesprekken met de Talibanbeweging.