Moeara Enim is een een houdstermaatschappij van 55,3 miljoen aandelen
Koninklijke Olie, die samen ongeveer 7 miljard waard zijn. De koers
van het beursgenoteerde Moeara Enim deed echter al enige tijd een onderwaardering
van bijna 30%. Ruim twee weken geleden kwam VPV met de aankondiging van
een bod, dat gedaan zou worden door de moedermaatschappij van VPV, de
Duitse Dresdner Bank. Daarmee zou in één klap de onderwaardering
verzilverd worden.
Peilen
Directie en commissarissen organiseerden een speciale aandeelhoudersbijeenkomst
om de mening van de aandeelhouders over dit bod te peilen. Gisteren bleek
dat weliswaar 58,02% van de vertegenwoordigde stemmen in de zaal voor
het bod was, maar dat was minder dan de tweederde meerderheid die het
bestuur van Moeara Enim vereist vond. "We geven daarom geen medewerking
aan het bod", aldus concludeerde de Rotterdamse fiscalist prof. dr. J.K.
Bartel, die als commissaris van Moeara Enim de vergadering met strakke
hand leidde. Volgens hem hebben zich ook nog geen andere gegadigden met
een acceptabel bod gemeld, zoals een dagblad eerder had gemeld.
De vergadering was zo druk bezocht dat van de oorspronkelijk bedoelde
vergaderruimte in de Groote Club op de Dam uitgeweken moest worden naar
Krasnapolsky. Daar verzamelden zich ruim 400 belanghebbenden, die ruim
65% van het totale kapitaal vertegenwoordigden. Met name bleek dat de
particuliere aandeelhouders voornamelijk tegen het bod waren, zowel om
emotionele als fiscale redenen.
Het voorlopige bod (het definitieve bod moet nog steeds komen) heeft
namelijk nogal verschillende fiscale gevolgen voor diverse soorten aandeelhouders,
houders van oprichtersaandelen en houders van winstbewijzen. VPV vraagt
een 'bemiddelingsfee' van 0,9% van de waarde van Moeara Enim, maar de
fiscus wil ook nog 2,85% hebben op grond van een speciale regeling.
Voor een particuliere beleggers in Nederland betekent dit dat hij 96,25%
van de waarde uitgekeerd krijgt. Voor particuliere aandeelhouders die
in het buitenland zijn gevestigd blijft echter 6% minder over, dus 90,25%.
Een organisatie, die aandelen Moeara Enim bezit en vennootschapsbelasting
betaalt, moet 2,75% plus 11% aan de fiscus afdragen. Maar tegelijkertijd
geldt een zeer ongunstige fiscale regeling voor bezitters van Moeara Enim,
die niet op het bod willen ingaan.
Veel emoties
Dit alles riep veel emotie op. "Zestig jaar na het begin van de
oorlog doet Duitsland weer een aanval op Nederlandse beleggers", riep
een geëmotioneerde tegenstander, die daarmee veel applaus kreeg.
Anderen vonden de 'fee' van 0,9%, die VPV wil berekenen, veel te hoog.
Een belegger uit Wassenaar vond het zonde om geld weg te geven aan de
fiscus, als het mogelijk is om in het jaar 2006 Moeara Enim te liquideren
zonder een cent aan de fiscus te geven. Dit kan op grond van het aangekondigde
nieuwe belastingstelsel. Anderen wezen er op dat onderwaardering helemaal
niet erg is omdat je daardoor een lagere vermogensrendementsheffing krijgt
vanaf het jaar 2001.
Veel beleggers die in het buitenland woonden, klaagden over discriminatie,
ook al omdat zij op grond van belastingverdragen niets kunnen verrekenen.
Anderen beklaagden dat zij door het bod feitelijk in een dwangpositie
worden gebracht. Als zij niet op het bod ingaan maar het bod gaat wel
door, worden zij namelijk door de fiscus zwaar aangeslagen.
De voorstanders, vooral pensioenfondsen, wezen op het feit dat de onderwaardering
in één klap wordt opgeheven zodat men dit jaar een extra
rendement maakt. Dat men iets moet inleveren om dat voordeel te genieten
werd voor lief genomen. Liever nu 96,25% dan 100% over 6 jaar, rekende
een belegger voor. Het mocht allemaal niet baten, ook al omdat één
groot pensioenfonds alsnog tegen zou hebben gestemd. In de wandelgangen
werd gezegd dat dit het pensioenfonds van Shell was.
De directie van VPV, die in de zaal aanwezig was, reageerde zeer teleurgesteld.
"We gaan ons nu beraden en komen woensdag (vandaag, red.) met commentaar",
aldus VPV-directeur M. Palthe.