Als voorzitter van de SER voelt Herman Wijffels zich als een vis in
het water. Hij wil vooral een bindend element zijn van de geledingen in
de SER: werkgevers, werknemers en kroonleden. Daarbij spreidt Wijffels
een diep gekoesterd
verlangen
ten toon: er moet een "ontkoppeling" komen tussen de economische groei
en de negatieve effecten daarvan. "Dat is het thema van de volgende eeuw.
Hoe kan de economie blijven groeien met behoud van natuur, milieu en welzijn?",
zegt Wijffels, ook voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten, behoedzaam
formulerend.
Wijffels (foto) stelt vast dat Nederland bepaald niet 'af' is. De arbeidsdeelname
is nog te laag en we weten niet hoe en waar de groeiende bevolking de
komende decennia moet worden opgevangen. Tegelijkertijd zien Nederlanders
zich als individuele burgers die eigen keuzes willen maken. Om dergelijke
ingewikkelde vraagstukken tegemoet te treden, zullen de instituties zich
moeten aanpassen, aldus Wijffels.
De meeste instituties dragen namelijk nog steeds kenmerken van een sterk
collectief karakter. "Tot nog toe zijn de instituties, zoals in de gezondheidszorg,
vooral op de aanbodzijde gericht. Nu is de vraagkant echter belangrijker
geworden. Dat knelt. We moeten in ons land daarom het debat durven aangaan
over de vraag hoe we een zekere mate van solidariteit kunnen handhaven
en tegelijkertijd de keuzevrijheid kunnen vergroten. Het is de taak van
de SER om steeds weer die balans te vinden."
Zoals de SER dat ook moet doen om de knelpunten op de arbeidsmarkt op
te lossen. Er zijn nog altijd 1,6 miljoen mensen zonder baan in de ww,
wao en bijstand, rekent Wijffels voor. "Ik wil precies weten hoeveel van
deze mensen inzetbaar zijn. Dat laten we nu in de SER uitzoeken in verband
met het nieuwe middellange termijnadvies over het sociaal-economische
beleid dat in juni moet verschijnen."
Desgevraagd schat Wijffels hoeveel van deze 1,6 miljoen inzetbaar
zijn: "Ik denk hooguit zo'n 500.000 à 600.000 die je, wellicht
na enige scholing of begeleiding, aan een baan kunt helpen. Van de resterende
1,1 miljoen zal een deel 'uitgroeien', omdat hier veel ouderen onder zitten.
Blijft de vraag wat het perspectief is voor de overigen die geen baan
kunnen krijgen. Mijn ideaal is dat ieder mens een bijdrage aan de samenleving
kan leveren, betaald of onbetaald. De nieuwe generaties in het volgende
millennium moeten dat gaan realiseren."
Onderzoek mobiliteit
Wijffels heeft niet de illusie dat de mobiliteit, een direct
gevolg van economische groei, kan worden teruggedrongen. "Daarom moeten
we ons de vraag stellen hoe we de mobiliteit kunnen sturen zodat deze
niet meer of zo mogelijk in mindere mate het milieu belast. Via technische
ontwikkelingen kun je vervoer over het spoor bevorderen, elektronische
vervoerssystemen invoeren en ondergrondse transportlijnen niet alleen
tussen maar ook binnen steden opzetten. Rond 2010, 2015 moeten we dat
in ons land hebben gerealiseerd."
Een uiterst gevoelig dossier in dit verband is rekeningrijden. Wijffels:
"De SER heeft tot nu toe unaniem gezegd dat het gebruik van de wegen moet
worden beprijsd. Concreet betekent dit dat de vaste autokosten lager zouden
moeten worden en de variabele kosten hoger. Vervolgens is er in de SER
nog geen eensgezindheid over rekeningrijden. Maar over een wat futuristischer
iets dat je rond 2010 zou kunnen invoeren, bespeur ik wel een meerderheid
in de SER. Dat is een bepaald soort waarnemingssysteem waarbij automobilisten
worden gevolgd en naar rato van het aantal gereden kilometers moeten afrekenen.
Dat betekent dus geen lastenverzwaring, maar een precisering van de lastenverdeling."
Verandering bedrijfsleven
Niet alleen de collectief ingestelde instituties moeten zich aanpassen.
Ook het bedrijfsleven staat voor een ingrijpende verandering, meent Wijffels.
"Het is niet meer van deze tijd alleen naar winstmaximalisatie te streven
zonder je als onderneming te bekommeren om je personeel en je omgeving."
Hierdoor wordt het toezicht op ondernemingen belangrijker, aldus Wijffels.
De naderende adviesaanvraag van het kabinet voor wetgeving rond 'corporate
governance' (vrij vertaald: alles dat met het besturen van een bedrijf
te maken heeft) verwelkomt Wijffels dan ook. "Ik ben aanhanger van de
gedachte dat je alles, en dus ook bedrijven, moet zien in relatie tot
economische, sociale en ecologische kwaliteit en vitaliteit. Winst is
een uiting van het economische gedeelte hiervan. Bedrijven zullen ook
moeten scoren op de andere twee grootheden. De rangorde kun je niet zonder
meer bepalen, maar ik weet zeker dat bedrijven niet weg komen met alleen
naar de winst te kijken. De moderne burger en maatschappelijke organisaties
vragen het bedrijfsleven letterlijk om antwoord op de andere twee punten."