Henk Gemser: klus klaren
en afscheid nemen
door Luuk Blijboom - INZELL, vrijdag
Achteruit kijken is alleen zinvol wanneer je achter het stuur van
een auto zit. Daarom blikt Henk Gemser langs de kant van de schaatsbaan
in Inzell louter vooruit. Naar zijn dertigste en naar eigen zeggen laatste
seizoen als schaatscoach. Maar begrijp hem niet verkeerd. Dat hij zijn
zesde lustrum langs 's werelds ijspistes viert, betekent niet dat hij
aan gedrevenheid heeft ingeboet. "Ik hoop in de loop van deze winter menigmaal
tot de orde te worden geroepen, omdat ik tijdens het verwezenlijken van
mijn doelen weer eens controversiële handelingen en uitspraken doe."

Henk Gemser gaat zijn dertigste seizoen als schaatscoach in.
Hoewel hij nog steeds een gedreven man is, hoopt hij toch zijn laatste.
"Het is niet mijn niveau, zoals er tegenwoordig met elkaar wordt omgegaan."
FOTO: GLENN WASSENBERGH
Het zal hem, als op 5 maart 2000 tijdens de slotdag van de WK afstanden
in Nagano het doek valt en hij het stokje over geeft aan Gerard Kemkers,
geen moeite kosten afscheid te nemen van zijn sport. "Natuurlijk zal ik
de interactie met de jongens missen. Maar voor het overige heeft zich
een enorme onverschilligheid van me meester gemaakt. Er gebeuren vandaag
de dag dingen waarvan ik me afvraag: is dat zorgvuldig? En: is dat terecht?
Wil ik het wel zo?"
Vorige week bijvoorbeeld nog. "Zou ik tijdens de IJsselcup lekker stiekem naar de scheidsrechter zijn gelopen om een extra dweilpauze in te lasten, zonder de coaches van commerciële ploegen in te lichten. Dat is van een geneuzel, niet te weinig! Zulke scenario's worden niet op de ijsvloer bedacht. Daar steekt meer achter."
"Wanneer ik de ont- en verwikkelingen rond de commerciële ploegen
zie, haal ik mijn schouders op en draai ik me om. Het is niet mijn niveau,
zoals er tegenwoordig met elkaar wordt omgegaan. Het gaat er om het eiland
KNSB zo snel mogelijk af te kalven. De normen en waarden zijn volledig
ondergeschikt gemaakt aan de drang om je zin te krijgen. Alles draait
om de centjes. De gezamenlijk ingezette strategie vanuit de commerciële
ploegen is er op gebaseerd de KNSB schade toe te brengen en op het verkeerde
been te zetten. Ze gaan hun gang maar. Het heeft geen enkele zin als een
Don Quichotte ten strijde te trekken. Je verliest het toch altijd. Omdat
je niveauverlaging bij jezelf moet toepassen en omdat er bij de commerciëlen
een logica achter steekt waar ik vanuit mijn visie geen tegenwicht aan
kan geven. Weet je, het zal me een zorg zijn wat iedereen doet. Als ze
maar van m'n winkeltje afblijven."
"De KNSB is niet tegen dit geweld gewapend", erkent hij. "De bond wordt bestuurd door vrijwilligers die in het verleden een aantal bestuurlijke onhandigheden hebben begaan en in dit krachtenspel al heel snel hun zwakke zijde tonen. Dat wordt dan handig uitgespeeld. Je kunt dat wel willen veranderen, maar in de organisatie zoals die nu is onderken ik geen ontwikkelingskansen. Zolang het recreatie- en topschaatsen onder één paraplu zitten, zie ik die situatie niet veranderen. Jammer, want er heeft net een herstructurering plaats gevonden. De KNSB is in haar mogelijkheid te vernieuwen weer eens gehinderd door behoudende gedachten en loopt daardoor voor de zoveelste maal achter de muziek aan."
Zijn huidige werksituatie omschrijft hij als redelijk. "Al zitten er in de nieuwe topsportcommissie functionarissen die geen onbesproken verleden hebben", refereert hij aan het conflict dat hij vorig jaar met de bond had, toen Ids Postma werd gepasseerd voor het WK allround. "Die mensen moeten zichzelf coachen, of op dat vlak gestuurd worden door professionals. Ze moeten een maximale objectiviteit kunnen garanderen. Aan het einde van het vorig seizoen was mijn voorstel om dit college uit drie nieuwe mensen te laten bestaan of om een of meerdere personen van buiten het schaatsen toe te voegen, die vanuit een topsportverleden objectief oordelen. Of het me bevreemdt dat er niet naar me geluisterd is? Nee, hoor. Ik ben in het verleden niet anders gewend."
En dus is hij veroordeeld met zijn ploeg, Ids Postma en Annamarie
Thomas uitgezonderd, de tweede viool te spelen. "In 1984, met Hilbert
van der Duim en Hein Vergeer, en '94, met Ids Postma en later Gianni Romme,
heb ik feitelijk niet anders gedaan. Mijn kracht is om vanuit de armoede
te werken."
|