Het beeld van Cuba als opkomende markt waar een Nederlandse handelsmissie potten kan breken, bracht Ybema in conflict met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Minister van Aartsen weigerde met de reis in te stemmen vanwege de belabberde mensenrechtensituatie op het eiland van suiker en sigaren. Eerder dit jaar nog werden vier dissidenten tot lange gevangenisstraffen veroordeeld wegens contra-revolutionaire activiteiten.
Van Aartsen vond dat hij, als eerst verantwoordelijk bewindsman voor het buitenlands beleid, zelf de precaire situatie in Havana moest aankaarten. Ybema, terughoudend: "Het kan altijd zijn dat collega Van Aartsen tot andere inzichten komt. Ik heb dat niet als lullig ervaren."
Maar toch. In de wandelgangen van het ministerie van Economische Zaken is met verbazing en verontwaardiging op de plotselinge bezwaren van Van Aartsen gereageerd. De bewindsman wist immers al maanden van de aanstaande trip, zonder een woord daaraan vuil te maken. Ook Ybema lijkt op z'n zachtst gezegd verwonderd over de actie. "Bij landen die politiek gevoelig liggen, bijvoorbeeld Iran, is het gebruikelijk dat de contacten eerst op ambtelijk niveau worden aangeknoopt. Dan komt er bijvoorbeeld een kleine landbouwmissie. Een fase later reist de minister van Landbouw af , waarna veelal de minister van Handel volgt. Meestal zijn de contacten dan nog low-profile. Ze worden gebruikt om elkaar op politiek niveau af te tasten zo van: eens kijken wat de temperatuur van het water daar is."
In het geval van Cuba kan er door de commotie niet in alle rust aan elkaar gesnuffeld worden. Bovendien moest Ybema 'de brief' overhandigen, waarin de Nederlandse regering haar opvattingen over het repressieve optreden van de Cubaanse staat kenbaar maakt. Ybema beweert dat de mensenrechtenkwestie van begin af aan hoog op zijn agenda heeft gestaan. "Ik heb vorig jaar al gezegd: Cuba is een bijzonder reisdoel. Als we daar heen gaan moeten we de aandacht voor handelsbevordering en mensenrechten goed in balans brengen. Je weet dat dit soort discussies gaan spelen. Dat is ook typisch Nederlands. Je hebt altijd mensen die zeggen: het regime deugt niet, dus je moet er niet heen. Dat is de mening van groepen als Pax Christi. Men kan wel ach en wee vanaf de zijlijn roepen, maar dan ben je er niet. Het gaat er juist om dat we vooruitkijken."
De minister spreekt tegen dat de Cubanen door het Haagse gekissebis op hun tenen zouden zijn getrapt. "Ik heb alleen maar signalen ontvangen dat de Cubanen heel blij zijn met onze komst. Het kan zelfs zijn dat er meer waardering voor de missie is nu deze na alle discussies toch is doorgezet; dat ze het extra positief opvatten." Castro en consorten die staan te juichen om kritiek? Ybema: "De Cubanen hebben een heel open visie. De minister van Buitenlandse Handel Cabrisas (waarmee Ybema gisteren als eerste sprak, red) heeft dat ook aangegeven. Alles is bespreekbaar, alleen zonder voorwaarden vooraf."
Volgens de bewindsman brengt niet de kritiek, maar het late tijdstip van de missie eerder schade toe aan de Nederlandse positie op Cuba. Den Haag is zo ongeveer de laatste binnen de EU die überhaupt een handelsdelegatie naar Havana stuurt. "Er is geweldig veel activiteit onder de andere EU-landen. Het is toch eigenlijk te gek dat wij zo laat zijn."
Is Nederland te laat?
"Nou, het is wel zo dat het nu echt tijd was om naar Cuba te gaan. We zitten duidelijk in de laatste groep die het eiland aandoet. Maar ik vind het op zich geen miskleun dat we zo lang hebben gewacht. Het gaat om de langere termijn. We moeten er nu om tactische redenen bij zijn."
Die tactische redenen hebben vooral betrekking op de Verenigde Staten, dat na de communistische machtsovername in 1962 een embargo tegen Cuba instelde. Het Amerikaanse bedrijfsleven staat daardoor in Cuba al decennia lang buitenspel. Dat zou echter snel kunnen veranderen, vreest Ybema. "Als je scherp kijkt zie je de relatie in beweging komen. De voorzitter van de Amerikaanse Kamers van Koophandel is in Cuba geweest, net als de gouverneur van Illinois. Het zijn tekenen dat Amerika aftast of het politiek en economisch anders met Cuba moet omgaan. Maar formeel mogen Amerikaanse bedrijven nog steeds geen zaken doen op het eiland. Wij hebben dus nog een relatieve voorsprong."
De handelsmissie moet die voorsprong verdedigen, mensenrechtenschendingen of niet. Want Economische Zaken wil vooral niet van het bedrijfsleven het verwijt krijgen, te hebben zitten slapen. En het is Ybema die door de ministeriële contacten de Nederlandse investeringen een duwtje in de rug kan geven. Zo staat Cuba al op de oret-lijst en tekent de minister volgende week een akkoord dat Nederlandse investeerders op Cuba beschermt tegen onteigening en belastingtechnische valkuilen. Dit zogenoemde IBO-akkoord maakt het weer eenvoudiger om met behulp van de NCM kredieten voor investeringen los te peuteren. De banken lopen immers minder risico.
De 28 meegereisde bedrijven hopen op deze wijze goede zaken te kunnen doen. Over de bedrijven gesproken, er zitten wel veel kleintjes tussen. Maar Ybema ziet alweer louter voordelen: "Vergeet niet dat het aantal deelnemende ondernemingen opvallend groot is. En kleine bedrijven zijn voor Cuba niet onbelangrijk. Misschien hebben zij juist wel meer mogelijkheden. Klein is minder bedreigend."