Duidelijk teleurgesteld is Blankert dat de FNV haar centrale looneis van 3 procent voor 2000 naar boven gaat bijstellen.
FNV-voorzitter Lodewijk de Waal maakte er de afgelopen weken achter de schermen geen geheim van dat wat hem betreft de loonstijging ook wel op 2,75 procent mocht uitkomen. Te hoge lonen kunnen een bedreiging zijn voor de werkgelegenheid en dat wil hij niet op zijn geweten hebben. Zijn achterban echter roept om 'poencontracten'. De twee grootste FNV-bonden Abvakabo FNV en de Bouw- en Houtbond FNV eisen respectievelijk 4 en 3,5 procent meer loon.
Blankert vindt dat De Waal zijn rug recht had moeten houden en tot
de FNV-federatieraad van eind november had moeten wachten, zoals hij aanvankelijk
van plan was. "Wat is een centrale looneis nu nog waard?" vraagt Blankert
zich af. "Als je een vuist maakt, moet je niet alleen maar dreigen, maar
ook durven slaan." Hij roept de grootste vakcentrale van ons land daarom
op in de toekomst haar centrale looneis te laten vallen. "Dan weten we
tenminste waar we aan toe zijn."
Blankert vindt wel dat de vakbeweging vergeet dat 1 procent structurele loonstijging voor de werkgevers 2 procent extra loonkosten met zich meebrengt. "Het gaat daarbij om extra pensioenkosten, sociale - en werkgeverslasten en heffingen over de loonsom."
Het is Blankert ten voeten uit. De voetballiefhebber in hart en nieren, Feyenoord is zijn club, vergelijkt zich liever met Van Hanegem dan met Cruyff. "Een stevige inzet, alleen niet zo gemeen. Ik ben een sjouwer op het middenveld." Sjouwen deed hij na een loopbaan in het bedrijfsleven vanaf 1986 eerst als voorzitter van de werkgeversvereniging in de grootmetaal, de toenmalige FME, vervolgens als voorzitter van de christelijke werkgeversorganisatie NCW, toen als vice-voorzitter van de gefuseerde organisatie VNO-NCW en de laatste drie jaar als voorman van dit werkgeversverbond.
De recente onrust aan het loonfront ten spijt wil Blankert in zijn
nadagen als werkgeversvoorman vooral mild zijn. Hij roemt het vertrouwen
dat de laatste tien jaar tussen de sociale partners is gegroeid. "Zonder
vertrouwen begin je niets. Zoiets kun je alleen opbouwen door regelmatig
informele gesprekken te voeren. Dan durf je ook al je kaarten op tafel
te leggen."
Informeel gedrag kenmerkt Blankert. In 1989, toen hij namens de metaalwerkgevers in een Noordwijks hotel cao-onderhandelingen voerde, gebruikte hij een strandwandeling om met zijn tegenspeler Hil Peperkamp van de oude Industriebond FNV een deal te maken. Tijdens de wandeling, terwijl de rest van de delegatie met de handen in het haar zat, bereikten Blankert en Peperkamp een cao-akkoord.
De vakbeweging is dan wel de natuurlijke tegenspeler, VNO-NCW heeft de laatste tien jaar meer moeite gehad met de politiek. Eerst tijdens het laatste kabinet-Lubbers, daarna met twee paarse coalities. Met het laatste kabinet-Lubbers leefden de werkgevers tegen de achtergrond van zware economische tegenvallers vaak in onmin, ondanks het feit dat het CDA het "maatschappelijk middenveld" hoog had zitten. Het NCW had volgens Blankert echter bepaald geen voorsprong.
"Een-tweetjes tussen ons en de toenmalige CDA-minister van Sociale
Zaken Bert de Vries? Geen sprake van. Hij zag ons niet staan." De sociale
partners moesten alle zeilen bijzetten. Zo dreigde het kabinet met een
loonmaatregel. Pas na eindeloos gepraat werd deze van tafel gehaald. Ondertussen
beseften werkgevers en werknemers dat de samen moesten optrekken, wilden
ze nog potten kunnen breken bij het kabinet.
"De moeizame economische groei schreeuwde om een nieuwe koers. Helaas waren er te veel spanningen. Daarom hebben we als sociale partners de handen ineen geslagen en in de Stichting van de Arbeid 'Een nieuwe koers' opgesteld", zegt Blankert terugblikkend. In dit stuk werden de hoofdlijnen voor de cao-onderhandelingen vastgelegd: hernieuwde loonmatiging en flexibilisering van arbeidsvoorwaarden.
Voor Blankert was het eerste paarse kabinet onverwacht een verademing. "Het was even wennen zonder de bijna spreekwoordelijke 'c' erin, maar het bleek een uitermate verfrissende en slagvaardige ploeg." De sociale partners snakten naar zaken doen met de overheid. Wel waren er diverse schermutselingen, doordat de coalitiepartijen VVD, PvdA en D66 herhaaldelijk riepen dat de politiek het primaat in de sociaal-economische besluitvorming moest hebben. Maar geheel in de tijdgeest maakten de sociale partners een aantal grote akkoorden, zoals Flex en Zekerheid, het Pensioenconvenant en de invulling van de Arbeidstijdenwet.
Vergeleken bij deze daadkracht steekt de politiek schril af, stelt
Blankert. Over de Tweede Kamer zegt hij: "Alles gaat daar zo traag. En
als er iets in de maatschappij gebeurt, reageren ze vaak met volslagen
overbodige wetgeving, die dan als een deken over het land valt."
Blankert kijkt tevreden terug op zijn voorzitterstermijn, maar dat de politiek niet in beweging is gekomen om de bereikbaarheid te vergroten zit hem echt dwars. "Moedeloos word ik ervan. Paars roept "Werk, werk, werk". Maar 1 procent economische groei geeft 1,4 procent meer mobiliteit. Daar denkt de politiek niet over na. Mensen moeten hun werkplek kunnen bereiken, dat dreigt nu in gevaar te komen."
De politiek faalt volgens Blankert volledig bij de aanpak van dichtgeslibde
wegen met forensen en goederenvervoer. De publiek-private samenwerking
in infrastructurele projecten is een van de oplossingen, aldus Blankert.
De verlenging van de A4 bij Midden-Delfland, zeven kilometer snelweg die
een consortium van grote bedrijven wil financieren, is voor Blankert de
lakmoesproef. "Minister Netelenbos hoeft alleen maar een handtekening
te zetten, maar doet dat niet. Ze verwijst naar de Tweede Kamer, die het
groene licht moet geven. Nou, daar zit dus één kamerlid
dat de boel tegenhoudt." Wie dan, is de logische vraag. "PvdA-Kamerlid
Van Heemst. Toen ik de goede man belde en om actie vroeg, zei hij niet
onder tijdsdruk gezet te willen worden. Tijdsdruk?, zei ik. De discussie
over de A4 speelt al meer dan 20 jaar!"