Dit oordeelde de Utrechtse rechtbank in het kort geding dat de vrouwen hadden aangespannen. Volgens de rechter staan de vrouwen dermate lang op de wachtlijst dat de redelijke termijn waarbinnen ze op thuiszorg hadden mogen rekenen ruimschoots is overschreden.
De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor de verzekeraars omdat het betekent dat zij voortaan zelf zouden moeten bijspringen voor de financiële tekorten bij de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), waaronder de thuiszorg en de verpleeg- en verzorgingshuizen vallen. De financiering van de AWBZ is vanwege het onverzekerbare risico van deze zorg een zaak van de overheid. Verzekeraars die de AWBZ moeten uitvoeren, hebben geen invloed op de grootte van dat budget.
Anova mag de verantwoordelijkheid over de lange wachtlijsten volgens
de rechter niet afschuiven op de thuiszorginstellingen waarmee de verzekeraar
contracten heeft. De verzekeraars moeten zelf zorgen dat verzekerden hun
recht op zorg binnen redelijke termijn krijgen.
Volgens de Groningse advocaat A. Wijnberg die de zaak namens de vier vrouwen had aangespannen, is de uitspraak van groot belang voor de ruim 60.000 mensen die op een wachtlijst staan voor zorg uit de AWBZ. Het gaat om ongeveer 23.000 mensen op de wachtlijst voor thuiszorg, 8.000 mensen die wachten op een bed in een verpleeghuis en 20.000 op een bed in een verzorgingshuis. "Iedereen kan met dit vonnis in de hand zeggen: Ik ook", aldus Wijnberg.
Koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is "verrast" over de uitspraak. De organisatie overweegt in hoger beroep te gaan tegen de beslissing omdat het een zaak "van algemeen belang treft die grote consequenties kan hebben voor de verzekerden en de zorgkantoren".
De verzekeraars dragen voor de uitvoering van de AWBZ geen risico
in tegenstelling tot voor de ziekenhuiszorg. Zij zijn alleen belast met
de uitvoering van de AWBZ. Dit gebeurt sinds vorig jaar via regionale
zorgkantoren. De kantoren zijn opgericht om de lucht uit de wachtlijsten
te halen en mensen binnen de regio beter en sneller te kunnen bemiddelen.
De rekening wordt gepresenteerd aan de desbetreffende verzekeraar.
"De rechter legt ons nu de verplichting op om concrete resultaten te boeken", zegt een woordvoerster van ZN. "Maar binnen de financiële kaders die de overheid biedt, kunnen wij alleen een inspanningsverplichting aangaan. De uitspraak vraagt om overschrijding van de budgetten voor de AWBZ. Dan zal de overheid met extra geld over de brug moeten komen", aldus ZN.
De ouderenorganisatie ANBO is blij met de uitspraak. Zij vindt dat de zorgverzekeraars stappen moeten ondernemen om het ontbrekende geld voor de thuiszorg te krijgen.