De Financiële Consument
onder redactie van Peter van der Tuin. Bijdrage: Theo Mebius
De onzekerheid op de beurzen neemt toe. De
autoriteiten maken zich zorgen omdat de wereldeconomie overspannen
raakt en de lange rente stijgt al geruime tijd. Wat moet je als
belegger met je geld? Deze vraag klemt temeer nu de belastingplannen
voor de volgende eeuw zijn ingediend. Die houden in dat over vermogen
1,2% aan belasting moet worden voldaan.
Wanneer de aandelen-koersen niet meer stijgen, maak
je dat nauwelijks goed. Het dividendrendement is door de gestegen
koersen immers maar een paar procent. Onroerend goed kan een
alternatief zijn. Daarom onderstaand enkele mogelijkheden.
Supermarkt als belegging
De belangrijkste onroerend-goedbelegging voor de
massa is het eigen huis. De waarde daarvan blijft zich prachtig
ontwikkelen. Maar wat heb je eraan? Je blijft immers in het eigen huis
wonen, zodat het feitelijk geen belegging is maar de invulling van de
woonbehoefte.
Wie daarnaast in onroerend goed wil beleggen, kan een
tweede huis kopen, hetzij om zelf te gebruiken, dan wel om dat geheel
of gedeeltelijk te verhuren. Dan kun je daadwerkelijk van een belegging
spreken. Wie nog meer in de onroerend-goedsfeer wil doen, kan deelnemen
in een vastgoedmaatschappij, waarvan men er op de Amsterdamse beurs een
aantal kan vinden. Het jaarlijks rendement uit deze vastgoedfondsen is
hoger dan op andere aandelen. Het vormt een rustig bezit dat gekenmerkt
wordt door langzaam stijgende uitkeringen en op grond daarvan gaan ook
de koersen van deze aandelen zeer geleidelijk omhoog. Het risico is
overzienbaar, tenzij de economie in elkaar stort en de waarden van
onroerend goed onder druk komen. Dan zullen ook de koersen van
vastgoed-aandelen dalen.
Iemand kan ook zelf tot de aankoop van een
onroerend-goedobject overgaan. Meer vermogende beleggers doen dat soms
ook. Ze kopen een kantoor- of winkelpand en financieren dat voor een
deel met een hypotheek. Onder het huidige belastingregime kun je op
onroerend goed afschrijven en kun je de (rente)kosten van de lening nog
fiscaal aftrekken. Onder het nieuwe belastingregime kan dat niet meer.
Volstaan wordt dan met een jaarlijkse belasting van 1,2% over het eigen
vermogen dat in een dergelijk object wordt vastgelegd. Huurinkomsten
zijn dan verder belastingvrij en alle kosten (inclusief afschrijvingen)
kunnen dan niet meer worden afgetrokken.
Voor de doorsnee particulier is het niet gemakkelijk om
zelf een dergelijke belegging aan te schaffen. Er is kennis en meestal
tamelijk veel geld voor nodig. Bovendien kost het tijd, ook al besteed
je de huurincasso en het onderhoud aan anderen uit.
Een goed alternatief is dan om deel te nemen in een
onroerend-goedmaatschap, kortweg CV genoemd. Een CV is een juridische
vorm waarin een aantal mensen samen deelneemt in één of
meerdere objecten. Een voordeel van een CV is dat deze niet
belastingplichtig is, maar dat alle vennoten voor hun deel in de CV
worden aangeslagen. De CV wordt door een deskundige organisatie geleid
en die neemt ook alle rompslomp voor zijn rekening. Met name onder het
belastingregime voor de 21e eeuw kan dit een aantrekkelijke belegging
zijn. Aantrekkelijk, omdat het rendement hoger is dan met aandelen
haalbaar is.
Een voorbeeld is het Supermarktfonds II dat in november
op de markt wordt gebracht door Bakkenist & Emmens NV uit Utrecht.
Dit fonds geeft 740 participaties van 25.000 uit aan
geïnteresseerden. Dat brengt 18,5 miljoen in het laatje.
Daarnaast trekt men een hypothecaire lening aan van 37,6 miljoen.
Samen levert dit 56,1 miljoen op en daarmee koopt men zeven
supermarkten die langjarig zijn verhuurd aan Albert Heijn, Aldi, Edah
en Super de Boer. Deze supermarkten worden gekocht van Fortis Vastgoed
voor 12,9 maal de huuropbrengst. De bedoeling is dat de panden eind
2006 weer worden verkocht en daarbij gaat men eveneens uit van een
factor 12,9 maal de dan geldende huuropbrengst. In 2006 wordt de
maatschap ontbonden en wordt de opbrengst verdeeld.
Tussen nu en 2006 incasseren de deelnemers in de
maatschap de huuropbrengsten en de winst die bij verkoop (mogelijk)
wordt gemaakt. Dat levert over die periode van zeven jaar een gemiddeld
rendement op van 10,5% per jaar. Het is een goede belegging voor de 21e
eeuw, omdat een deelnemer van die 10,5% maar 1,2% aan belasting
betaalt. Het netto rendement is dus ruim 9% en dat met een veilige
belegging die een beperkt risico draagt. De huurders zullen wel blijven
bestaan en zijn van een zodanige klasse dat er nauwelijks risico is dat
de huren niet meer zullen worden voldaan. Het enige echte risico is dat
de panden in 2006 niet voor de gebudgetteerde prijs kunnen worden
verkocht vanwege andere marktomstandigheden en/of een aanmerkelijk
hogere rentevoet. In dat geval kan worden besloten de panden niet te
verkopen en de maatschap langer voort te
zetten.
Huurders van supermarkten zijn zeer solide
debiteuren.
FOTO: RICHARD MOUW
|