Tsjetsjenen kunnen geen kant op
Van onze correspondent - MOSKOU, maandag
Het Russische leger heeft gisteren voor de tweede
achtereenvolgende dag de enige vluchtweg vanuit Tsjetsjenië naar
de naburige Kaukasische republiek Ingoesjetië afgesloten.
Vele duizenden Tsjetsjenen, voornamelijk vrouwen en
kinderen, zitten daardoor als ratten in de val. De Ingoesjetische
president Roeslan Ausjev, wiens dunbevolkte mini-republiekje te maken
heeft met naar schatting 160.000 Tsjetsjeense vluchtelingen,
veroordeelde de maatregel scherp.
Russische militairen ter plekke dreigden zaterdag
vluchtelingen die de wegblokkades wilden doorbreken, neer te schieten.
"We moeten wel", rechtvaardigde een militair in het
grensgebied de actie. Volgens hem proberen islamitische rebellen,
vermomd als vluchteling, de grens over te steken om in Rusland
terreuraanslagen te plegen.
De afsluitingsmaatregel komt na zware internationale
kritiek op Moskou vanwege het bloedbad donderdagavond op de centrale
markt in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny, waarbij 137 doden vielen en
250 burgers gewond raakten.
Hoewel de Russen dit weekeinde voortgingen met het
bestoken van Tsjetsjeense dorpen, weigert Moskou nog steeds hiervoor de
term 'oorlog' in de mond te nemen. Volgens de Russische premier
Vladimir Poetin gaat het om een binnenlandse "anti-terroristische
actie".
Tsjetsjeense strijders beweren zaterdag en zondag
twee Russische gevechtsvliegtuigen en een verkenningsvliegtuig te
hebben neergeschoten. De Russische luchtmacht ontkent echter verliezen
te hebben geleden.
Een Tsjetsjeense vrouw kijkt vol afschuw naar bloed
op een marktstalletje in de hoofdstad Grozny. Volgens het Russische
leger, dat met een raketaanval het bloedbad veroorzaakte, zou de aanval
gericht zijn geweest tegen illegale wapenhandelaren.
FOTO: AP
|