Gezinsuitbreiding EU
komt met problemen
door Gemma Buters - BRUSSEL, vrijdag
Brussel borrelt van het familiegevoel. De uitbreiding van de
Europese Unie staat de laatste tijd weer hoog op de agenda van
regeringsleiders en de Europese Commissie. Maar is een grote Europese
familie een politiek correcte droom of een geldverslindende nachtmerrie?
Een bijna ontroerde premier Wim Kok vertelde het
afgelopen weekeinde dat zijn 'oude droom' van een groot, verenigd
Europa in vervulling kan gaan, nadat de Europese regeringsleiders aan
de dis in het Finse Tampere hadden ingestemd met een voorstel van de
Europese Commissie om alle twaalf kandidaat-landen toe te laten tot de
onderhandelingen over het EU-lidmaatschap.
Twee dagen later pleitte de Belgische ex-premier
Jean-Luc Dehaene in opdracht van Commissie- voorzitter Romano Prodi
voor een radicale hervorming van de Unie, zodat deze kan groeien van 15
naar 25 tot 30 lidstaten.
Een jaar of wat geleden was er nog heel wat minder
enthousiasme in de Europese hoofdsteden om de Unie uit te breiden. De
EU was net begonnen te onderhandelen met de kopgroep van zes
kandidaat-landen (Tsjechië, Polen, Hongarije, Estland,
Slovenië en Cyprus) en de tweede groep (Bulgarije, Roemenië,
Letland, Slowakije, Litouwen en Malta) kreeg te horen dat zij in de
wachtkamer moest plaatsnemen. Turkije bleef helemaal uit beeld (en mag
voorlopig nog niet onderhandelen).
De oorlog in Kosovo heeft het beeld ingrijpend
veranderd. De angst dat in een verdeeld Europa zulke gewelddadige
conflicten zich zullen herhalen, zet een grote druk op de Unie snel
nieuwe leden toe te laten. Na de val van de Muur en het
NAVO-lidmaatschap van Polen, Hongarije en Tsjechië is dat de
volgende stap in het uittekenen van een nieuwe Europese landkaart.
Maar snelheid en zorgvuldigheid rijden elkaar vaak in de
wielen, zo erkende vorige week Eurocommissaris Günther Verheugen,
verantwoordelijk voor de uitbreiding. Een te snelle uitbreiding
ondermijnt de steun voor Europa in de huidige lidstaten omdat men bang
is voor gesjoemel met de toetredingscriteria, te veel vertraging remt
het hervormingsproces in de kandidaat-landen.
Bij het zoeken naar evenwicht tussen die twee loopt
de EU het risico dat beslissingen meer op politieke dan op economische
gronden worden genomen. Het opnemen van Roemenië en Bulgarije in
de groep van twaalf is daar al een voorbeeld van. Beide landen liggen
ver achter op de rest, maar mogen toch meepraten als beloning voor hun
steun aan de NAVO tijdens de Kosovo-crisis.
Opname van landen die nog niet aan alle normen voldoen
zou een zware economische aanslag op de Unie betekenen die de bevolking
in de huidige vijftien lidstaten nog verder van 'Brussel' zal
verwijderen dan nu al het geval is.
Weerstand
De laatste metingen van Eurobarometer wezen deze
zomer uit dat er in landen als Frankrijk, België, Duitsland en
Oostenrijk grote weerstand is tegen bijna alle kandidaat-landen. De
inwoners vrezen een toevloed van goedkope Oost-Europese werkkrachten op
hun arbeidsmarkt en het leegplunderen van de Europese subsidiepotten
door de nieuwe toetreders.
Maar ook de regeringen van de aspirant EU-leden hebben
grote moeite hun bevolking warm te maken voor het lidmaatschap. In
Polen, een van de beste jongetjes van de klas, bleek de steun voor
toetreding tot de EU deze week zelfs onder de 50% te zijn gezakt. De
bevolking is moe van de pijnlijke sociale hervormingen die hun
regeringen moeten doorvoeren. De boeren zijn bang dat hun
landbouwsector tenonder zal gaan terwijl rijke westerlingen hun land
voor een habbekrats komen opkopen.
In de praktijk zijn de verschillen tussen de oude en
nieuwe leden zo groot, dat overgangstermijnen nodig zullen zijn voor
sectoren als milieu en het vrije verkeer van personen en kapitaal.
Twee snelheden
Ook zullen niet alle nieuwe leden mee kunnen of
willen doen aan de euro en een gemeenschappelijk buitenlands- en
defensiebeleid. Zo ontstaat mogelijk een 'Europa van twee snelheden',
waarbij de kernlanden op alle terreinen intensief samenwerken terwijl
andere lidstaten lossere banden hebben, totdat zij zich kunnen
aansluiten bij de kern.
Zeker op het gebied van landbouw liggen de zaken erg
moeilijk. Het is voor de Unie onbetaalbaar om het huidige
subsidie-beleid door te trekken naar overwegend agrarische landen als
Polen. Verder is het de vraag in hoeverre de huidige EU-landen hun
markten willen openen voor goedkope tomaten, graan en rundvlees uit de
nieuwe Oost-Europese lidstaten. Die hele discussie moet nog gevoerd
worden.
Tot nu toe hebben de regeringsleiders zorgvuldig
vermeden een datum te noemen waarop de eerste nieuwkomers moeten
binnenkomen. Volgens diplomaten is het echter goed mogelijk dat
voorlopers als Malta en Cyprus al eind 2003 of begin 2004 toetreden.
Wanneer de eerste Oost-Europese landen binnenkomen,
ligt aan de politieke vraag of ze dat individueel doen of als groep.
Prodi zal in elk geval de druk op de ketel houden door de
regeringsleiders voor te houden dat betaald moet worden voor vrede en
stabiliteit.
|