Voorkenniszaak rond
BolsWessanen ten einde
Van een onzer verslaggevers - AMSTERDAM, dinsdag
Het openbaar ministerie in Amsterdam laat de drie
verdachte optiehandelaren in het monsterproces over vermeend misbruik
van voorkennis rond het voormalige voedingsmiddelenconcern BolsWessanen
lopen. Justitie gaat niet meer in hoger beroep tegen hun eerdere
vrijspraak. Daarmee is een einde gekomen aan een slepende affaire die
zijn oorsprong vond in een aantal winstgevende optietransacties uit
1995.
Het niet doorzetten van het hoger beroep komt niet
onverwacht. Eerder al werden alle overige verdachten vrijgesproken. Onder
hen bevonden zich een voormalig topman van BolsWessanen, evenals twee
uitbaters van een voormalig restaurant dat volgens justitie een
sleutelrol zou hebben gespeeld in de verspreiding van de geheime
voorinformatie.
Vorige week liet justitie al weten de zaak tegen de
ex-directeur van BolsWessanen, die werd gezien als het lek van de
voorinformatie, niet aan de Hoge Raad te zullen voorleggen.
De affaire dateert al van 1995, toen uit een onderzoek
van de Stockwatch-afdeling van de AEX Effectenbeurs een aantal
verdachte optietransacties naar voren kwamen. Nader onderzoek mondde
uit in aangifte bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer. Deze
toezichthouder op het beurswezen in ons land deed kort daarop aangifte
bij justitie. In 1997 startte het openbaar ministerie een gerechtelijk
vooronderzoek, oorspronkelijk naar elf verdachten.
Onder leiding van fraude-officier mr. Henk de Graaff
zijn in totaal zeven verdachten voor de rechter gebracht. Deze gaan nu
allemaal vrijuit. Zes van hen werden al eerder vrijgesproken door de
rechtbank, maar het openbaar ministerie verwachtte voor het gerechtshof
meer succes te boeken. De zaak tegen de zevende verdachte, een
textielhandelaar uit Aerdenhout, werd in eerste instantie
niet-ontvankelijk verklaard. Deze man werd echter door het Hof alsnog
vrijgesproken. Het gerechtshof bevestigde tevens de vrijspraak tegen
drie andere verdachten.
Een van de verdachte optiehandelaren meldt desgevraagd
vanuit het buitenland dat gezamenlijk wordt gewerkt aan een schadeclaim
richting justitie. "We moeten dit niet ongestraft over ons heen
laten komen. Het openbaar ministerie is over onze carrières heen
gewalst. We hebben alle drie altijd goed verdiend en kunnen dat
aantonen met accountantsrapporten van KPMG. De hoogte van de claim zal
dus niet mals worden."
"Het zou te makkelijk zijn om het hierbij te laten
zitten", aldus deze optiehandelaar. Hij is zijn vergunning
inmiddels kwijtgeraakt, doordat hij in de periode van de strafzaak niet
meer heeft mogen en kunnen handelen op de beurs. Of de vergunning
opnieuw zal worden verleend, is volgens hem nog maar de vraag. "In
de tussenliggende periode zijn de regels veel strenger geworden. De STE
geeft nog slechts vergunningen aan mensen die een absoluut onbesproken
achtergrond hebben. Het is nog niet duidelijk of de STE vindt dat wij
nu aan die voorwaarde voldoen, ondanks onze vrijspraak."
Alle voormalige verdachten zijn opgelucht door het
aflopen van de zaak. Het openbaar ministerie heeft inmiddels zijn
zinnen gezet op de volgende voorkennisaffaire, die sinds eind 1997
bekend staat als de beursfraude. In het Clickfonds-onderzoek naar een
vijftal hoofdverdachten en nog eens tientallen andere verdachten,
speelt niet alleen misbruik van voorinformatie een rol, maar ook onder
meer vermeend witwassen van zwarte en criminele gelden, belastingfraude
en valsheid in geschrifte. Naar verwachting worden de hoofdverdachten
uit het beursfraudeschandaal in de loop van volgend jaar voor de
rechter gebracht.

Het kantoor van BosWessanen in Amstelveen
FOTO: FRANK VAN DEN BERG
|