Schuitema trekt stekker
uit Casper supermarktjes
Van een onzer verslaggeefsters - OUDEGA-WE, dinsdag
Door de opkomst van de mega-supermarkten wordt het voortbestaan van
de kleine buurtwinkeltjes hoe langer hoe moeilijker. Behalve in de
grote steden winnen de grootgrutters ook in toenemende mate terrein in
plattelandsgemeenten.
Schuitema, dochter van Ahold, ziet dan ook geen brood
meer in de keten van buurtwinkels Casper. Met ingang van het nieuwe
millennium gaat de stekker uit de twintig Casper winkeltjes die nu nog
in ons land te vinden zijn.
"Erg jammer", zegt Abe Valkema, eigenaar van
Casper in het Friese Oudega-we. "Zelf sta ik hier nu 19 jaar, maar
daarvoor is de supermarkt van mijn vader geweest. Ik denk dat deze
winkel al zeker 50 jaar in de familie is."
Valkema begrijpt de beslissing van Schuitema wel.
"Als ik nog maar twintig klanten in mijn zaak kreeg, zou ik zelf
ook besluiten om de tent te sluiten."
Gaan de jongeren tegenwoordig voor iedere boodschap naar
een grote supermarkt, zo'n tien jaar geleden werden de dagelijkse
levensmiddelen veelal gekocht bij de winkel op de hoek.
"Toch heb ik nog steeds veel vaste klanten uit het
dorp die al hun boodschappen bij mij kopen. Die mensen schrokken dan
ook behoorlijk toen ik ze vorige week vertelde dat ik stop met de
zaak", zegt de winkeleigenaar.
Zelf heeft hij er wel vrede mee. "Voor mijn
gezondheid is het beter dat ik stop. Bovendien kan ik nu eindelijk eens
tijd besteden aan mijn gezin. Daar ben ik tot nu toe veel te weinig aan
toe gekomen", zegt de 41-jarige Valkema. Zijn winkel wordt
overgenomen door Promarkt. Deze keten heeft net als Casper meerdere
supermarkten buiten de grote steden.
"Ik kan me wel voorstellen dat het voor de andere
Casper-eigenaren anders ligt. De meesten lopen zo tegen de
pensioengerechtigde leeftijd en hebben hun hele leven niets anders
gedaan dan die zaak runnen. Het doet dan toch wel erg veel pijn om dat
ineens op te moeten geven. En dat blijkt ook wel uit de geluiden die ik
van die mensen heb gehoord."
Begin jaren tachtig telde Nederland nog zo'n tweehonderd
Caspertjes. De meeste van deze pappa- en mamma-winkeltjes waren te
vinden in de kleine dorpjes buiten de randstad. Inmiddels zijn ze bijna
allemaal bezweken onder het geweld van de grote ondernemingen.
De zelfstandige winkeliers mogen echter ook na januari
de naam Casper blijven voeren, maar ze kunnen niet langer profiteren
van acties, folders en dergelijke. "Ik kan me niet voorstellen dat
veel mensen dit doen. Het wordt dan toch wel erg moeilijk om de zaak
draaiende te houden", aldus de Fries.
De gemiddelde Casper heeft een weekomzet van
20.000. "Bij mij ligt dat wel iets hoger", zegt
Valkema. "Dit komt vooral door de gunstige ligging. In de
zomermaanden komen hier immers erg veel watersporters.
Bovendien lijken de grootgrutters de Friese dorpen
nog niet echt ontdekt te hebben. "De dichtstbijzijnde grote
supermarkt ligt hier zeker 15 kilometer vandaan." Schuitema biedt
aan de formule te veranderen in Kopak. Dat is ook een keten van kleine
winkels, al zijn ze met een omzet van 70.000 gulden toch wel een stuk
groter.
Abe Valkema voor zijn Casperwinkel
FOTO: JOOP FENSTRA
|