Glans van Nederland als
fiscaal paradijs verbleekt
Van onze correspondent - FRANKFORT, dinsdag
De bijzonder goede naam die Nederland heeft als
'fiscaal paradijs'voor internationaal opererende holdingbedrijven kan
minder klinkend worden als de Europese Commissie besluit dat het geven
van belastingvoordelen net zo min door de beugel kan als het geven van
rechtstreekse staatssteun. De discussie is weer aangezwengeld nadat
DaimlerChrysler bekendmaakte het rechtsgeldige hoofdkantoor van de
European Aeronautic Defense and Space Company (EADS, het resultaat van
de voorgenomen fusie tussen het Duitse Dasa en de Franse Aerospatiale),
uit fiscale overwegingen in Nederland te vestigen.
DaimlerChrysler haakt in op een trend. Al eerder lieten
het Duitse wasmiddelbedrijf Benckiser, het Italiaanse modehuis Gucci,
het Griekse telecommunicatiebedrijf Start Hellas en nutsbedrijf ABB
Alstom zich in het Amsterdamse handelsregister inschrijven. En dat is
niet voor niets, Nederland geeft internationale holdingbedrijven
bijzonder gunstige fiscale voorwaarden. Bedrijven hoeven alleen maar
een kleine financieringsmaatschappij in Nederland te vestigen en die te
benoemen tot hoofdzetel van de holding; er moet wel een raad van
bestuur zijn die ter plekke ondernemingsbeslissingen neemt. Ook in het
geval van Dasa/Aerospatiale blijft de gewone dagelijkse bedrijfsvoering
gaan vanuit München en Parijs.
Dergelijke financieringsmaatschappijen moeten
dochterbedrijven in tenminste vier landen of op twee continenten van
kapitaal voorzien en als ze aan die voorwaarde voldoen is 20% van hun
winst belast. De resterende 80% kan opgepot worden in een reservefonds
en later binnen een tijdsspanne van vijf jaar weer worden opgenomen. In
dat laatste geval is dan 10% belasting verschuldigd over de vrijkomende
gelden.
Internationale holdings met hoofdvestiging in Nederland
vermijden bovendien een dubbele belasting van dividenden die hun
dochterbedrijven uitkeren, die zijn van vennootschapsbelasting
uitgezonderd. Dat soort regelingen zijn er ook wel in andere landen,
maar de voorwaarden zijn minder gunstig dan in Nederland.
De nieuwe Europese
commissaris voor Concurrentiezaken, Mario Monti, heeft van zijn
voorganger Karel van Miert een lijst met 30 lopende onderzoeken
overgenomen, waarbij sprake is van concurrentievervalsende staatshulp
of te gunstige belastingregimes. Met zeven klachten komt Nederland
naast Spanje het meest voor op die lijst.
Monti onderzoekt of bepaalde gunstige belastingrulings
gezien kunnen worden als verboden staatssteun omdat ze
concurrentievervalsend zijn en onverenigbaar met de doelstellingen van
de vrije Europese binnenmarkt. De Europese richtlijn voor staatssteun
is duidelijk op dit punt, het gaat niet alleen om directe staatshulp
maar volgens artikel 87 van het EG-verdrag gaat het ook om
"belastingmaatregelen die het oogmerk hebben een onderneming te
bevoordelen".
Het onderzoek van Monti staat los van de politieke
pogingen om binnen de EU een vrijwillige gedragscode af te spreken voor
de wijze waarop ondernemingen worden belast. Maar tegen het licht van
dit streven neemt de Europese Commissie ook gunstige belastingcondities
steeds kritischer onder de loep. Indien de Commissie tot de slotsom
komt dat de belastingvoordelen voor internationale holdings in
Nederland inderdaad gelijkgesteld kunnen worden met ongeoorloofde
staatssteun dan moeten deze holdings hun belastingvoordelen alsnog
inleveren.
|