Wall Street beleefde een zwarte dag. De Amerikaanse beurs kreeg gisteren zware klappen te verduren. Na de alarmerende woorden van Federal Reserve-voorzitter Alan Greenspan, die banken waarschuwde voor excessief optimisme bij beleggers, kwam de producentenprijs-index die de inflatie-angst opnieuw aanwakkerde.
Na opening dook de Dow meteen diep in de min met 240 punten verlies.
Gedurende de dag trad er even herstel op en kwam de index terug tot een
verlies van 165 punten maar dit was van korte duur. Tegen het slot belandde
de Dow zelfs even onder de 10.000 puntengrens. Gesloten werd op 10019,71
punten een verlies van 266,90 punten.
Wall Streets ergste angsten, een stijgende inflatie die leidt tot hogere rentepercentages en een stevige marktcorrectie, werden opnieuw gevoed. De producentenprijs-index, de belangrijkste inflatiemeter en een voorbode van wat de consumentenprijzen te wachten staat, steeg veel harder dan verwacht. Veel analisten gingen er vanuit de prijzen over september met 0,5 procent zouden zijn gestegen. Toen bekend werd dat dit 1,1 procent, de grootste maandelijkse stijging in negen jaar, brak er paniek uit.
Halverwege de dag kreeg de Dow wat ondersteuning door een gelijktijdige
expiratie van de stock index futures en opties. Dit leidde tot aankopen
en de Dow kwam even terug op een verlies van 165 punten.
De financiële sector en de technologiefondsen hadden het het zwaarst
te verduren. Bij een hogere rente wordt er minder geleend en dat is niet
gunstig voor banken. Ook kan een hogere rente leiden tot meer faillissementen
waardoor banken te maken krijgen met oninbare schulden.
Technologiebedrijven hadden het meest te lijden van een renteverhoging. De snelle groei van de it-bedrijven wordt grotendeels gefinancierd door te lenen bij de bank. Als dit duurder wordt kunnen bedrijven minder lenen waardoor de groei afneemt. Sun Microsystems dat goede cijfers bekendmaakte ontsnapte aan de malaise en wist als een van de weinige fondsen winst te boeken.