Gepensioneerdenbond boos
op ABP om 'rekenfoefje'
Van een onzer verslaggevers - DEN HAAG, dinsdag
Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), het
grootste pensioenfonds van ons land, heeft een rekenkundige foefje
uitgehaald waardoor 550 duizend gepensioneerden en weduwen opeens
minder pensioen krijgen. Maar ook een miljoen betalende deelnemers
bouwen daardoor minder pensioen op. De Nederlandse Bond voor
Pensioenbelangen (NBP) is razend en het regent daar klachten van
gepensioneerden.
"We
hebben bij onze bond al sinds juli veel brieven, faxen, e-mails en
mondelinge verzoeken om verduidelijking gekregen en terecht, want hier
zit een forse adder onder het gras. Zoals gewoonlijk ontbrak iedere
toelichting van de kant van het ABP op deze hoogst merkwaardige
ingreep, die ook nog in strijd is met hun eigen reglement", zegt
een verontwaardigde Pieter de Wind (67), bestuursadviseur van de bond.
Voormalig Tweede kamerlid drs. E. Nypels, voorzitter van de CSPO, de
Centrale van Samenwerkende Pensioen Organisaties, schreef het ABP reeds
een woedende brief daarover. De NBP is lid van deze CSPO.
Waar gaat het om? Per 1 juli van dit jaar verhoogde het
ABP de franchise van 29.100 naar 29.600. Die franchise is
een vrijgesteld bedrag waarover het ABP geen pensioenpremie heft. Het
betreft een salarisdeel waarover reeds AOW-premie wordt betaald.
Volgens artikel 4.2 van het ABP-reglement mag dat bedrag jaarlijks
worden aangepast aan de stijging van de AOW-uitkering voor gehuwden als
dat AOW-bedrag 100 of meer is gewijzigd.
"De actuarissen van het ABP zelf hebben uitgerekend
dat per 1 juli een verhoging tot 29.400 gerechtvaardigd was, maar
het werd in de praktijk 29.600, dus gewoon 200
teveel", legt mr. Marja J. Dijkman van het NBP uit. "Dat
betekent in het meest ongunstige geval dat een gepensioneerde, als hij
40 pensioenjaren heeft, er met onmiddellijke ingang maximaal 70% van
die 200, dus 140 per jaar, op achteruit gaat. Het betekent
ook dat actieve deelnemers dus minder aanvullend pensioen opbouwen
omdat over een lager bedrag pensioenpremie wordt geheven. Aan alle
kanten is deze regeling dus ongunstig en dat in een tijd waarin
iedereen zogenaamd moet delen in de gestegen welvaart. Maar de
ABP-gepensioneerden delen zo helemaal niet mee en gaan er dus in ieder
geval op achteruit."
Dat veel ABP-gepensioneerden daar nauwelijks iets van
gemerkt hebben ligt volgens Dijkman en De Wind aan het feit dat
tegelijkertijd de berekingsgrondslagen voor alle pensioenen (VUT, FPU,
ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen) met 2,06% werden verhoogd,
terwijl ook een eenmalige nabetaling van 0,611% werd toegekend. De
Wind: "Het ABP hoort tot de betere pensioenfondsen maar hier gaat
het om het principe. Het ABP neemt zomaar een voorschotje op een
AOW-verhoging en het moet in Nederland geen gewoonte worden dat dit
rekenfoefje ook door andere pensioenfondsen wordt nageaapt en misschien
wel ieder jaar. Volgens het NBP is dit een niet geoorloofde truc om het
rendement van het ABP weer op te krikken zodat ze nog meer dure
overnames als die van de Nationale Investerings Bank kunnen doen.
Aangezien er ruim 550 duizend ABP-gepensioneerden zijn zou dit het ABP
op jaarbasis maximaal zo'n 77 miljoen kunnen opleveren. Maar
vergeleken bij het enorme fondsvermogen van het ABP, bijna 300
miljard, is dat natuurlijk vrijwel te verwaarlozen. Het is dus helemaal
niet nodig. De financiële positie van het ABP is uitermate
gezond."
Het ABP ziet het allemaal heel anders. "De
koppeling tussen de AOW en de vaststelling van de franchise geschiedt
beleidsmatig", aldus een schriftelijk commentaar. Het ABP wijst er
op dat de loonontwikkeling in de tweede jaarhelft laag is.
"Aanpassing van de franchise die praktisch gelijk is aan de AOW
per 1 juli 1999 zou onherroepelijk leiden tot verlaging van de
pensioenen op 1 januari 2000. Deze bewust hogere vaststelling moet deze
achteruitgang zo klein mogelijk maken. Dit is in het verleden meermaals
gedaan en we hebben het ook vaker andersom moeten doen om het
zaagtandeffect te voorkomen. Gerekend vanaf de eerste helft van 1995
heeft dit beleid voor alle gepensioneerden tot zo'n 386 gulden voordeel
geleid."
|