De Financiële Consument
Het belastingplan voor de volgende eeuw is
aangekondigd als een vereenvoudiging, maar in werkelijkheid zijn de
diverse regelingen in hun uitwerking uiterst ingewikkeld. Allerlei
vermogensbestanddelen zullen periodiek moeten worden getaxeerd en wie
bijvoorbeeld nog van de lijfrenteaftrek wil profiteren zal moeten
aantonen, dat z'n pensioen onvoldoende is.
Daarvoor heeft de doorsnee Nederlander de hulp nodig
van experts en het is de vraag of de jaarlijkse kosten daarvan opwegen
tegen de belastingbesparing die met dergelijke aftrekposten nog kunnen
worden behaald.
Onder redactie van Peter van der Tuin; bijdrage: Theo Mebius
Belastingplan 21e eeuw (2)
Naar het oordeel van de bewindslieden op
Financiën is er in de afgelopen decennia wildgroei ontstaan op het
gebied van belastingontwijking, waardoor grote onevenwichtigheden zijn
ontstaan in het fiscale stelsel. Dat was Vermeend allang een doorn in
het oog en daarom wordt met het nieuwe belastingplan met al die
mogelijkheden van ontwijking afgerekend.
Allereerst het oneigenlijke ondernemerschap. Via
maatschapsconstructies kan iedere belegger nu ondernemer worden.
Daardoor kan het belastbaar inkomen worden verlaagd met afschrijvingen,
investeringsaftrek, stakings-vrijstellingen, de zelfstandigenaftrek en
dergelijke faciliteiten. Veel mensen met een hoog belastbaar inkomen
maken daar dan ook gebruik van en zo zijn ze in fiscale zin reder
geworden of nemen ze deel in onroerend goedmaatschappen en
ondernemingen die zich bezighouden met filmproductie.
Onder de nieuwe wet zal het oneigenlijke
ondernemerschap niet meer worden getolereerd. Dat schept onzekerheid
voor allen die nu deelnemen in bijvoorbeeld een Commanditaire
Vennootschap op het gebied van scheepvaart. Gedurende de laatste jaren
zijn er vele van dit soort CV's opgericht en voor deelnemers daarin is
dit bijna een spel zonder nieten. Het bedrag waarmee wordt deelgenomen
kan nu, door gebruik te maken van alle faciliteiten, vrijwel geheel van
de fiscus worden terugontvangen. Niet alleen voor beleggers is dat
aantrekkelijk, maar ook voor de Nederlandse economie. De in het slop
geraakte scheepsbouw heeft daardoor immers een enorme impuls gekregen.
Hetzelfde is het geval met het produceren van films.
Om ook deze sector in Nederland een impuls te geven, heeft men hiervoor
overeenkomstige fiscale faciliteiten geschapen. Die komen erop neer,
dat het bedrag waarmee wordt deelgenomen ook grotendeels fiscaal kan
worden terugontvangen. Deze laatste faciliteit is nog maar kort geleden
geïntroduceerd en je kunt je bijna niet voorstellen, dat men die
nu met het belastingplan voor de 21ste eeuw meteen weer om zeep helpt.
Zeker is in ieder geval dat in 1999 en het jaar 2000
nog normaal kan worden geprofiteerd van deze ondernemersfaciliteiten.
Er zijn diverse film-CV's gestart met een looptijd die
vóór 2001 eindigt en daar is dus niets mee aan de hand.
Voor alle scheeps- en film-CV's die daarna nog doorlopen heerst er nu
onzekerheid. Financiën overweegt echter die onzekerheid op te
heffen door het creëren van een overgangsregeling, waardoor de
pijn van het schrappen van fiscale faciliteiten iets kan worden
verzacht. Het ligt daarbij in de bedoeling dat eind 2000 op basis van
de oude regelingen zal worden afgerekend en dat voor de jaren daarna
een overgangsregeling zal gelden. Men kan er echter veilig van uitgaan,
dat Financiën geen enkele regeling in stand zal houden die
beleggers tot oneigenlijke ondernemers maakt.
Ook zal er een eind komen aan de fiscale
aftrekmogelijkheden voor aandelen-lease-constructies. Die komen erop
neer, dat je met geleend geld een pakket aandelen koopt. De bedragen
die een deelnemer maandelijks stort betreffen uitsluitend rente en die
kan dit en volgend jaar nog tot een bepaalde grens als consumptieve
rente worden afgetrokken. Vanaf 2001 zal dat niet meer het geval zijn.
Rente is dan immers nergens meer aftrekbaar, behalve als het gaat om
rente over de hypotheek van het eigen huis.
Wie aandelen heeft geleast wordt vanaf 2001 als volgt
belast. Jaarlijks wordt de waarde van het pakket aandelen vastgesteld
en daar wordt de schuld van afgetrokken. Is het restant positief, dan
wordt ervan uitgegaan dat over dat positieve saldo 4% rendement is
behaald en over die 4% wordt 30% belasting geheven. Deze
vermogensrendementsheffing komt dus neer op 1,2% belasting. Overigens
is de eerste Euro 17.000 per persoon (Euro 34.000 per echtpaar)
vrijgesteld. Daarover wordt dus niets geheven.
Doordat de renteaftrek vervalt, verliezen
aandelen-lease-producten veel van hun glans. Menigeen kocht zo'n
product immers vanwege de belastingaftrek. Groeivermogen, Legio Lease
en Spaarbeleg zullen dus iets anders moeten verzinnen om hun producten
aan de man te brengen. Spaarbeleg lijkt daarvan nog niet doordrongen,
want via paginagrote advertenties meldden zij de afgelopen week, dat je
kunt deelnemen in KoersPlan, dat na 20 jaar een forse belastingvrije
uitkering doet. Dat is onjuiste voorlichting van het publiek, want ook
verzekeringsproducten zullen na 2001 in box 3 worden belast met een
vermogensrendementsheffing. Wat dat in concreto betekent komt aan de
orde in de volgende aflevering van deze rubriek.
|