China als alleenheerser
Van onze tafeltennismedewerker - EINDHOVEN, maandag
Het meest dramatische moment van de wereldkampioenschappen
tafeltennis diende zich gistermiddag aan. Jan-Ove Waldner had in de
halve finale een 2-0 en 16-11 voorsprong tegen Ma Lin. Op een
onbegrijpelijke manier gaf de Zweedse titelverdediger de leiding uit
handen. Ma Lin ontsnapte met 2-3 en zo was het WK definitief kapot voor
de Europeanen met een vijfde volledig Chinese eindstrijd.
Na Novi Sad (1981) en Tianjin (1995) was dit de derde keer in de
geschiedenis van de tafeltennissport dat de Chinezen beslag legden op
alle gouden en zilveren medailles in het individueel
wereldkampioenschap. De belangrijkste plakken waren voor Liu Guoliang
bij de mannen en Wang Nan bij de vrouwen.
Olympisch kampioen Liu (23) had zijn handen vol aan zijn vier jaar
jongere landgenoot Ma Lin. Met 3-2 en ook nog eens 24-22 in de vijfde
game ging de winst naar Liu, die eerder al met Kong Linghui de
dubbeltitel had veroverd. Het gevecht met Ma Lin behoorde tot de
spannendste uit de tafeltennishistorie.
Bij de vrouwen stond Wang Nan (20) jarenlang in de schaduw van de
inmiddels schatrijke Deng Yaping (twee keer olympisch en drie keer
wereldkampioene). Wang mocht de troon bestijgen via een moeizame 3-2
overwinning op de zeventienjarige Zhang Zhining.
De Europeanen waren bij de vrouwen in geen velden of wegen te
bekennen. Bij de laatste zestien bevond zich slechts één
speelster wier wieg in Europa heeft gestaan: Csilla Batorfi uit
Hongarije. De andere vijftien waren allen geboren Aziaten; sommigen
zijn inmiddels wel in het bezit van paspoorten van Europese landen.
Bij de mannen is de situatie minder dramatisch, maar gezien de leeftijd
van Europese toppers als Waldner, Persson, Primorac en Schlager ziet
ook hier de toekomst er uitermate somber uit voor het oude continent.
De complete heerschappij van Azië - zeg maar China - is in zicht.
De nieuwe president van de wereldbond ITTF, de Canadees Adham Sharara,
maakt zich grote zorgen over de situatie. "Als tafeltennis in het
westen afkalft, is dat bijzonder slecht voor de toekomst van onze
sport. Maar ik hou me maar vast aan de wetenschap dat acht jaar geleden
China bij de mannen slechts de zevende natie van de wereld was. Nu zijn
ze weer de absolute top, maar dat hoeft niet zo te blijven."
Samenwerking, op dat aambeeld hameren nogal wat Europese landen en
ook Wang Nan vindt dat er veel meer samengewerkt zou moeten worden in
Europa. Maar daarmee gaat ook de nieuwe wereldkampioene voorbij aan de
realiteit. In het Chinese sportklimaat zijn de bobo's en de trainers
nog volledig de baas, maar iets dergelijks is in Europa niet mogelijk.
De onttroonde wereldkampioen Jan-Ove Waldner vindt dat de Europeanen
vooral gebruik moeten maken van hun eigen individuele kwaliteiten.
"Daarmee hebben we het uiteindelijk altijd gered."
Over kampioenen hebben de Chinezen niet te klagen. Wel opvallend bij
het WK in Eindhoven was de treurige manier waarop ze 'hun' sport
verkochten. Terwijl vrijwel alle sponsors een Chinese achtergrond
hadden en de Chinese staats-tv de belangrijkste afnemer was van de
NOS-beelden (zo'n veertig uur live-televisie), deden de spelers er
weinig aan om hun sport te promoten. Emotieloze kampioenen, geen
bereidheid om tijdens de persconferenties meer te vertellen dan
obligate, van bovenaf opgelegde teksten. Met uitzondering van de
laatste kampioen, Liu Guoliang. Die ging volledig uit zijn dak na zijn
triomf. Maar dat was wat de Chinese presentatie betreft dan ook het
enige lichtpunt.
Bij de organiserende Nederlandse Tafeltennisbond kon er wel een
lachje af. Het beoogde aantal betalende toeschouwers van 8000 werd met
3000 ruim overtroffen. Over de prestaties kon de bond allesbehalve
tevreden zijn. De enige speler die naar behoren presteerde, was Danny
Heister. Hij versloeg de hoger geplaatste Tsjech Petr Korbel en verloor
'netjes' met 1-3 van de nummer één van de wereld, de
Wit-Rus Vladimir Samsonov.
|