Jan Timman kan naar huis
Van onze schaakmedewerker - LAS VEGAS, maandag
Dit weekeinde is het laatste geweest, waarin een Nederlandse schaker
officieel een zet mocht doen in het Wereldkampioenschap schaken van dit
jaar. De hoogst omstreden knock-out-formule in dit hoogst omstreden
jaarlijkse wereldschaakkampioenschap (nu al wordt gevochten om de
vraag, of en zo ja waar er volgend jaar weer zo'n extravagant evenement
zal worden gehouden) brengt de Nederlandse schakers weinig geluk.
Bij de vorige aflevering in Groningen, twee jaar geleden bleef de
spanning langer bewaard, waren er ook meer landgenoten, die zich via
zonetoernooien of via hun plaats op de internationale ratinglijst een
plekje hadden verworven. In de aflevering van 1999 viel dat genoegen
uitsluitend te beurt aan Dimitri Rijnderman, Friso Nijboer en Jan
Timman. De eerste twee op grond van het zonetoernooi, de laatste op
grond van zijn positie op de wereldranglijst.
Jan Timman behoorde zelfs tot de geplaatste spelers, die pas in de
tweede ronde hoefden aan te treden. Dat was maar goed ook, want
Rijnderman en Nijboer vlogen er in de eerste ronde meteen al uit. Zij
hadden dan ook geduchte tegenstanders, en dat is zo blijkt telkens weer
het enorme risico van de knock-out-formule: maandenlange voorbereiding
kunnen met één ongelukkige zet worden weggevaagd. Dat dit
niet uitsluitend voor Nederlandse spelers geldt, maar voor iedereen, is
natuurlijk een open deur.
Timman had in de tweede ronde geloot tegen Lev Aronian, een
zeventienjarige Armeniër. Een man, wiens ster nog niet zo hoog
gerezen is aan het internationale schaak-firmament, maar die toch
snelle vorderingen maakte in rating. Best te vrezen, en Timman heeft
ook bepaald geen walk over gehad. De eerste partij won hij, maar daar
kwam dan wel een verzuimde remisekans van zijn tegenstander aan te pas
in het verre eindspel. Omdat Timman toch in die eerste partij
voortdurend aan het touw had getrokken, eigenlijk driekwart van de
partij op winst had gestaan, kan hier niet gesproken worden van geluk.
Nee, dat was allemaal prima in orde, en ook de manier waarop hij in de
tweede partij de zaak dichthield.
In de derde ronde moest Timman dus voor de tweede maal aantreden en wel
tegen Alexander Fedorov. Ook niet zo'n gruwelijk bekende naam in het
westen, maar niettemin een gereputeerd grootmeester.
De manier waarop hij Timman met zwart in 34 zetten versloeg, laat aan
duidelijkheid weinig te wensen over en in de return-ontmoeting had hij,
met wit spelend, dus genoeg aan een puntendeling. Het is een bijna
onmogelijke taak om met zwart tegen een gelijkwaardige tegenstander op
dit niveau op winst te spelen. Daar hoeft Timman zich de haren dus niet
over uit het hoofd te rukken. Wel is het buitengewoon spijtig dat hij
in dit vroege stadium uit het WK verdwijnt.
Zou dit het einde van zijn carrière zijn? Dat is al vaker
gezegd, maar Jan Timman is een van de zeer weinigen die rondom de
vijftigjarige leeftijd nog steeds volop meedraaien in de top.
Een man, die nu al een jaar of twintig de wetten van de logica tart,
is Victor Kortsjnoj. Hij is nu 68 jaar en dus op een leeftijd waarop
men niet meer aan dit soort martelende wedstrijden mee zou moeten doen,
zelfs als men er nog voor zou worden uitgenodigd. Maar de
verschrikkelijke Victor is nog steeds een machtsfactor van belang. En
dan puur op de 64 velden zelf. Hij zit nog steeds in de race, won in de
derde ronde van niemand minder dan Dolmatov, een man, die meer dan
dertig jaar jonger is, en daarmee is Kortsjnoj de enige
vertegenwoordiger van de oude garde, die in Las Vegas nog meespartelt
in de grote visvijver, waaruit straks met de hengel een kampioen naar
boven zal worden getrokken.
|