Grondbezitter is gemeente
steeds vaker te slim af
door Alex de Vries - AMSTERDAM, maandag
De wet Voorkeursrecht Gemeenten, die grondspeculatie
moet voorkomen, wordt steeds vaker omzeild. Slimme boeren, makelaars of
projectontwikkelaars richten hiervoor een 'joint-venture' op en
exploiteren de grond in eigen beheer. In zeker zes recente gevallen
werden enkele gemeenten die daartegen ageerden, door de rechter in het
ongelijk gesteld.
De roep om een snelle evaluatie van de wet wordt steeds
sterker. Verantwoordelijk minister Pronk (VROM) liet eerder dit jaar
echter na Kamervragen weten dit pas volgend jaar te zullen doen.
Grondpolitiek is en blijft een gevoelig onderwerp; in het verleden zijn
hier niet voor niets kabinetten over gestruikeld.
Met name de acht grote VINEX-gemeenten in ons land, die
met het Rijk contracten hebben afgesloten voor de levering de komende
jaren van vele tienduizenden woningen, zitten met de handen in het
haar. Zij zijn bang voor vertraging van hun ambitieuze bouwplannen,
hogere grond- en woningprijzen en het kwijtraken van hun regiefunctie
voor de nieuwbouwlocaties. Nederland kent momenteel in totaal 145
gemeenten die 25.000 ha grond de bestemming 'nieuwbouw' hebben gegeven.
De acht VINEX-gemeenten hebben er deze week, na een
ongunstige uitspraak voor de gemeente Utrecht in een zaak om grond in
nieuwbouwproject Leidsche Rijn, informeel bij het ministerie van VROM
op aangedrongen dat de wet snel moet worden gerepareerd.
Onder voormalig minister De Boer (VROM) werd in 1996 het
voorkeursrecht bij aankoop van grond op nieuwbouwlocaties door de
Tweede Kamer uitgebreid. De wet stelt dat een particulier die zijn
grond wil verkopen, die eerst aan de gemeente moet aanbieden.
Voortijdige eigendomsoverdracht aan derden werd hiermee uitgesloten,
althans zo dacht de wetgever. De realiteit blijkt echter anders.
De wet stelt namelijk tevens dat als een eigenaar zelf
of in samenwerking met een ander de toekomstige bestemming wil
realiseren, dit moet worden toegestaan. Slimme grondbezitters (vaak
boeren) met de kennis dat hun grond de bestemming 'nieuwbouw' heeft,
ontdekten al snel dat ze via een zogenoemde economische
eigendomsoverdracht de wet kunnen omzeilen. Hierdoor verkrijgt een
projectontwikkelaar het gebruik van de grond, maar blijft het
juridische bezit ervan in handen van de particulier. Als de bestemming
voltooid is, kan de juridische levering plaatsvinden en vervalt volgens
de wet het voorkeursrecht van de gemeente. De particulier kan in veel
gevallen via een lening van de projectontwikkelaar het verkoopbedrag
meteen al tegemoet zien.
Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is
dit een schijnconstructie bedoeld om de wet te omzeilen. Woordvoerder
mr. J. van Rijckevorsel geeft toe dat vroegtijdige uitoefening van het
voorkeursrecht door een gemeente slapende honden wakker kan maken en
juist tot prijsopdrijving van de grond leidt. "Toch mag dit
gewoon niet", zegt Van Rijckevorsel. "De wet verbiedt elke
constructie die op koop wijst. Alleen echte samenwerking, waarin winst-
en risicodeling evenredig zijn geregeld, is toegestaan."
De rechtbank in Utrecht zag dat eind vorige maand echter
anders. De gemeente Utrecht had gevraagd om de vernietiging van een
samenwerkingsovereenkomst tussen boer/grondeigenaar De Bruijn en
projectontwikkelaar Oostveen. Beiden hadden bij de gemeente een plan
ingediend voor een bouwproject. Het ging om 0,7 ha grond in de
nieuwbouwlocatie Leidsche Rijn, waar de komende jaren in totaal 20.000
koop- en huurwoningen verrijzen. De rechter bepaalde dat de
grondeigenaar niet verplicht kan worden zijn grond aan de gemeente te
verkopen omdat er geen sprake is van prijsopdrijving en ook omdat het
totale nieuwbouwplan niet in gevaar komt.
Utrecht bestrijdt dit en zal naar alle
waarschijnlijkheid in hoger beroep gaan, zo laat woordvoerder R. Witten
weten. "We moeten in Leidsche Rijn nog ongeveer 350 ha verwerven,
waarbij het naar schatting om 250 eigenaren gaat. Als die allemaal
dezelfde constructie gebruiken, zitten we goed in de problemen en
kunnen we ons exploitatiecontract met het Rijk in 2005 niet nakomen.
Pronk heeft hier dus ook direct belang bij."
De koepel van projectontwikkelaars, de Neprom, laat
weten niet verbaasd te zijn dat een rechter voor de zoveelste keer een
gat in de actieve grondpolitiek schiet. Volgens woordvoerster M.C. Oude
Veldhuis "is het al langer duidelijk dat de wet ook na de
aanscherping in 1996 niet werkt en dat de procedures veel te
ingewikkeld zijn".
Zij wijst het verwijt dat particuliere plannen op
nieuwbouwlocaties tot prijsexplosie leiden, ferm van de hand.
"Gemeenten weten heel goed dat projectontwikkelaars en
bouwondernemers niet geïnteresseerd zijn in grondbezit op zich of
speculatie daarmee. Zij kopen die grond aan of beginnen
samenwerkingsverbanden met particulieren om hun omzet veilig te
stellen", legt Oude Veldhuis uit. De regiefunctie van gemeenten
komt volgens haar zelden in gevaar. "De grond wordt meestal zelfs
tegen een lagere prijs dan de aankoopprijs doorverkocht aan de gemeente
of er worden in een exploitatieovereenkomst afspraken gemaakt over de
aanleg van voorzieningen en infrastructuur." De hogere grondprijs
momenteel wordt volgens Oude Veldhuis veroorzaakt door de hausse op de
woningmarkt.
Werkgeversorganisatie VNO-NCW sluit zich hierbij aan en
benadrukt dat de sturende rol van een gemeente niet moet doorslaan naar
een monopoliepositie. Woordvoerder Rob Spaan signaleert dat
"particulier initiatief juist tot gevarieerdere bouw leidt en een
gezonde uitkomst van marktwerking is met de gemeente als
regisseur." Van een maas in de wet, zoals Utrecht betoogt, wil hij
dan ook niet spreken. "Er is een lacune in de wet, meer
niet." VNO-NCW hoopt dat de politiek snel inziet dat de realiteit
de wet heeft ingehaald en hem aanpast.
VNG-woordvoerder Van Rijckevorsel betreurt het dat de
wet speelbal is geworden van juridische procedures. Volgens hem hebben
sommige lagere rechters zich op het verkeerde been laten zetten.
"De wet is weliswaar te ingewikkeld en levert veel papierwerk op,
maar de strekking ervan is duidelijk." De Hoge Raad zal dat
opnieuw bevestigen, zo denkt hij. Hij baseert zich hierbij op een
arrest van het hoogste rechtsorgaan van 9 april jongstleden. Toen
bepaalde de Hoge Raad dat een samenwerkingsovereenkomst afbreuk doet
aan het voorkeursrecht en daarom nietig is als "bijvoorbeeld de
grondeigenaar aan een ander via een overeenkomst de economische
eigendom verschaft". De VNG benadrukt dat ook enkele lagere
rechters bij vergelijkbare zaken al in deze geest vonnis hebben gewezen.
Handige grondbezitters weten steeds vaker de wet te
omzeilen
|