Parel op kroon
door Raymond Kerckhoffs - MAASTRICHT, maandag
Met een koelbloedige tactiek werd de parel op de kroon gezet.
Eindelijk kon de Rabobank-wielerploeg de numerieke meerderheid uiterst
professioneel uitbuiten. Uitgerekend de parel van de Nederlandse
wielersport, Michael Boogerd, onderstreepte in de Amstel Gold Race weer
eens dat de magere jaren voor ons polderlandje in het cyclisme verleden
tijd zijn.
Glunderend van oor tot oor analyseerde ploegleider Theo de Rooy de
wedstrijd. "Hoe de jongens de koers hebben bepaald, is
ongelooflijk. Dit leek weer op eind jaren zeventig, toen Jan Raas,
Gerrie Knetemann, Joop Zoetemelk en onder meer Hennie Kuiper regeerden.
Fantastisch, hoe de ploeg de tactiek heeft uitgevoerd. Ze hebben
gereden met een spiegeltje op hun hoofd en steeds geprofiteerd van het
collectief. Daarin hebben Leon van Bon en Markus Zberg een sleutelrol
gespeeld. Zij waren de 'snelle jongens' die we achter de hand hielden,
waardoor de renners aan de kop geen trap teveel hoefden te doen.
Niemand mocht meerijden wanneer de winstkansen onder de vijftig procent
lagen. Dit scenario hebben we vooraf goed besproken. We beseften dat we
alleen op de deze wijze de numerieke meerderheid konden omzetten in een
overwinning"
Al vroeg in de wedstrijd reageerde Koos Moerenhout attent toen Ludo
Dierckxsens en Alexandre Vinokourov bij de eerste beklimming van de
Cauberg de teugels aantrokken. Liefst 138 kilometer reed het trio
vooruit, waarna Moerenhout zich ook nog een tijd in de finale van voren
handhaafde. "De laatste kilometers had ik zelfs kramp in mijn
handen, maar als je overal ploegmaten om je heen ziet schitteren, voel
je die pijn niet."
Achter Moerenhout positioneerden de kopmannen zich in een ideale
situatie voor de finale. Na de Keutenberg en de Cauberg bleven alleen
de sterkste vijftien renners over, waarbij vijf Rabo's. "Zo wilden
we het precies hebben", gaf Leon van Bon aan. "Vooral op de
vlakke gedeelten tussen de beklimmingen hebben we de wedstrijd hard
gemaakt. Als je bergop aanzet, rij je misschien je eigen ploegmaten
eraf. Dat is verleden jaar gebeurd toen Boogerd en Den Bakker op de
Cauberg aangingen."
Op het vals plat, op het plateau voorbij de Muizenberg, vond dan ook de
beslissing plaats. Lance Armstrong demarreerde, Boogerd reageerde als
eerste, waarna later ook Missaglia Zberg aansloten. Op de Halembaye
bleken Armstrong en Boogerd de sterksten en lieten de twee achter zich.
Bij het binnenrijden van Nederland was het kwartet echter weer
compleet, maar dat was slechts voor een kilometer. Bij het opdraaien
naar de Pietersberg reed Zberg tegen de motor van een Franse fotograaf,
die helemaal verkeerd stond geparkeerd. Met een harde klap smakte de
Zwitser tegen het asfalt en nam in zijn val ook Missaglia mee. "Er
rust voor mij een vloek op Nederland", zei Zberg later beteuterd.
"In de finale van het WK zat ik verleden jaar ook in de kopgroep,
totdat ik viel door een onvoorzichtige toeschouwer. Ondanks de
overwinning van de ploeg baal ik als een stekker. Er had voor mij meer
ingezeten."
Ondanks de rampspoed raakte Boogerd niet in paniek en versloeg hij
Armstrong in de sprint. "Het is jammer dat de Nederlands kampioen
in de finale van de enige klassieker in zijn land zo moet rijden",
zei Armstrong zwaar teleurgesteld. "Ik had verwacht dat Boogerd
zou overnemen."
Toch was er in het US-Postal-kamp respect voor Boogerd. "In
België staan Nederlanders bekend als wieltjeszuigers", gaf
ploegleider Bruyneel aan. "Ik kan Boogerd echter geen verwijt
maken. Hij heeft tactisch slim gereden. Ik heb zelf nog met hem gereden
en normaal doet hij meer dan honderd procent zijn werk wanneer hij zich
goed voelt. Toch denk ik dat Armstrong de beste man van de wedstrijd
was. Maar als je geen kopwerk meer hoeft te doen, is dat een wereld van
verschil in de sprint. Op die manier kon ik in de Tour van 1992 ook
Miguel Indurain in Luik kloppen."
Een wijze les, die ook Theo de Rooy kende. Een mooier slot van een
imponerend voorjaar was voor de Rabo-ploeg niet denkbaar. "De
balans is meer dan positief. Wij denken ook al aan de ploeg voor
volgend jaar. Misschien kan er voor de Vlaamse klassiekers nog naar
versterking worden gekeken, maar onze belangrijkste taak is om deze
groep bij elkaar te houden. Dit is de ploeg van de toekomst."
|