De Telegraaf-i [] VoorpaginaDe Telegraaf-i [] ArchiefDe Telegraaf-i [] XtraDe Telegraaf-i [] NieuwsLinkDe Telegraaf-i [] NieuwsFocusDe Telegraaf-i [] VacaturesiteDe Telegraaf-i [] AutositeDe Telegraaf-i [] Weersite
 &referer=" WIDTH="0" HEIGHT="0" BORDER="0" ALIGN="LEFT" ALT=""> [Nederland]
[Buitenland]
[Telesport]
[Financiën]
[Nederland]
[I-mail]

 


maandag
26 april 1999

 


[Rabobank]
[BOL, voor al uw boeken]
[KPN Business Center]
[Tele2]

De Financiële Consument

onder redactie van Peter van der Tuin. Bijdrage: Theo Mebius en Beijer Advies.

Uw pensioenvoorziening is feitelijk niets anders dan een grote zak met geld. Die zak wordt gevuld doordat er jaarlijks premies worden gestort en doordat op de inhoud van die zak rendement wordt gemaakt. Dit is allemaal belastingvrij. Op de datum van pensionering vindt de omslag plaats. Daarna komen er geen premies meer bij, maar wordt er jaarlijks uitgekeerd.
Wel blijft de pensioenpot nog groeien met het rendement. Omdat de pot slinkt neemt het rendement echter geleidelijk af. In het verleden had je als werknemer zelf weinig over die pensioenpot te zeggen. Nu wordt dat anders. Je kunt tot op zekere hoogte zelf (mee)bepalen wat er met die pot gebeurt. Bijvoorbeeld eerder met pensioen gaan. Vroeger heette dat VUT, nu pre-pensioen. Hoe gaat dat in z'n werk en wat zijn de consequenties?

Revolutie in pensioenland (III)

De nieuwe wet "Fiscale behandeling van pensioenen" gaat ervan uit, dat het geleidelijk aan meer standaard zal worden om op zestigjarige leeftijd het arbeidsbijltje erbij neer te leggen. Ondanks dit wettelijke uitgangspunt is de praktijk, dat het merendeel van de thans geldende pensioenvoorzieningen pas ingaat op 65-jarige leeftijd. Vijf jaar eerder stoppen met werken betekent echter dat daar forse bedragen mee gemoeid zijn. Dat is logisch, want tussen het 60ste en 65ste jaar ontvang je nog geen AOW. Het pensioen moet in die jaren dus hoger zijn dan daarna. Bovendien groeit je pensioenpot met name in de laatste vijf jaar het sterkst, doordat er dan al veel geld in de pot zit en er in die jaren dus veel rendement wordt gemaakt.

Aan de hand van enkele voorbeelden kunnen de financiële consequenties van eerder stoppen met werken in kaart worden gebracht. Daartoe gaan we uit van een jongeman van 25 jaar met een jaarsalaris van ƒ60.000. Voor de AOW behoeft geen voorziening te worden getroffen. Dan blijft een bedrag van ƒ34.000 over. Voor dit bedrag moet een pensioenvoorziening worden gebouwd.

Als deze jongeman met z'n 65ste met pensioen gaat (en dan 70% van z'n salaris gaat ontvangen) dan zijn er nog veertig jaren te gaan. Dat wil zeggen dat 70% gedeeld door 40 is 1,75% per jaar moet worden opgebouwd. Op z'n 65ste ontvangt hij dan ouderdomspensioen van ƒ23.800 plus de AOW. Komt hij voor z'n 65ste te overlijden, dan ontvangt zijn partner een pensioen van ƒ16.660. De premie voor deze pensioenvoorziening, inclusief het partnerpensioen, bedraagt ƒ5.000 per jaar.

Zou dezelfde jongeman op z'n 60ste met pensioen gaan, dan moet de periode tussen z'n 60ste en 65ste levensjaar worden overbrugd. Omdat hij in die jaren nog geen AOW krijgt, dient over die vijf jaar een hoger pre-pensioen beschikbaar te zijn. We stellen dit voor die vijf jaar op ƒ36.000 per jaar. Blijft het pensioen nadien gehandhaafd op ƒ23.800 en blijft ook het partnerpensioen beperkt tot ƒ26.660, dan moet de totale pensioenvoorziening worden opgebouwd in 35 in plaats van 40 jaar. Er dient dus niet 1,75% per jaar, maar 2% per jaar te worden opgebouwd. De premie hiervoor bedraagt ƒ9.500 per jaar.

Uit dit voorbeeld blijkt dus dat eerder met pensioen gaan bijna twee keer zoveel aan premie vergt! In dit voorbeeld gingen we uit van iemand die nu 25 jaar is en dus nog een lange weg te gaan heeft. Zou zijn salaris niet ƒ60.000 maar ƒ100.000 per jaar zijn, dan is de premie over z'n werkzaam leven bij pensioen op 60jarige leeftijd nog altijd circa 66% hoger dan wanneer hij met z'n pensionering wacht tot zijn 65ste.

De nieuwe fiscale pensioenwet, die op zeer korte termijn in werking treedt, geeft de (fiscale) mogelijkheid om een pre-pensioen op te bouwen in tien jaar voor de pre-pensioendatum. Stel dat iemand 50 jaar is en een salaris heeft van ƒ100.000. Hij heeft een pensioenpolis die op z'n 65ste ingaat en daarvoor wordt ƒ15.000 premie per jaar betaald. In tien jaar wil hij een pre-pensioen opbouwen dat op z'n 60ste ingaat. Verder gaan we ervan uit dat het ouderdomspensioen op z'n 65ste gelijk blijft. Het pre-pensioen bedraagt 85% van het jaarsalaris en dat komt dus uit op ƒ85.000. Bovendien moet de premie van ƒ15.000 per jaar tussen z'n 60ste en 65ste jaar worden doorbetaald.

De kosten voor het pre-pensioen zullen dan tussen 50 en 60 jaar uitkomen op ca. ƒ40.000 per jaar. Dit wil zeggen, dat er een extra bedrag van ƒ400.000 moet worden opgebracht om vijf jaar eerder met pensioen te kunnen gaan. Duidelijk dus, dat het hierbij gaat om grote bedragen.

Hiervoor is al kort gesproken over het partnerpensioen, dat nodig is om financiële inkomsten voor de partner te genereren indien de kostwinner komt te overlijden. Soms is dat niet nodig, omdat de partner eigen inkomsten heeft of er helemaal geen partner is. Bij de nieuwe wetgeving kan men echter afzien van dat partnerpensioen en blijft er dus (soms aanzienlijk) meer over voor het pensioen van de kostwinner. Men spreekt dan van een uitruilregeling. Over dit zeer interessante onderwerp melden we meer in een volgende aflevering van deze rubriek.

Met pre-pensioen gaan om bijvoorbeeld een fietstocht door de wereld te maken is leuk. Maar het kost wel erg veel geld aan pensioenpremie.

FOTO: ARCHIEF






[Voorpagina]

[Nederland]

[Buitenland]

[Telesport]

[De Financiële Telegraaf]

[Xtra]




Auteursrechten voorbehouden 1996-1999, © Dagblad De Telegraaf, Amsterdam
De Telegraaf-i wordt het best bekeken met Netscape Navigator, Netscape Communicator of Microsoft Internet Explorer.