![]() |
|
22 april 1999 |
|
|
NAVO De regeringsleiders van de NAVO-landen herdenken morgen en zaterdag het vijftigjarig bestaan van de NAVO. Van een feest kan door de crisis rond Kosovo geen sprake zijn. Maar voor een herdenking is alle reden. De NAVO is de succesrijkste verdedigingsorganisatie die de wereld ooit heeft gekend. Door de gemeenschappelijke defensie-inspanning van de westerse landen is het bondgenootschap erin geslaagd de oude Sovjet-dreiging een halt toe te roepen en uiteindelijk zonder oorlog te verslaan. Alleen was dat de landen nooit gelukt. De Amerikaanse leiding was daarbij vanwege de Europese verdeeldheid en vanwege de onwil zelf haar verdediging krachtig ter hand te nemen, onontbeerlijk. Voor de toekomst blijft het NAVO-bondgenootschap even onmisbaar, ook al is een grote Europese inbreng wel wenselijk. Er is weliswaar momenteel geen sprake van een directe dreiging voor het grondgebied van de lidstaten, maar niemand weet of dat niet ooit weer zal gebeuren. Bovendien zijn er nieuwe bedreigingen die de stabiliteit in Europa kunnen ondermijnen. Het Servisch nationalisme dat nu gemeenschappelijk aangepakt wordt, is daar een voorbeeld van. Maar ook voor de bestrijding van terrorisme op het oude continent is in de toekomst een rol voor het bondgenootschap weggelegd.
|
Artikel 3 der Statuten |
DNA-test In deze krant is gisteren gemeld dat de politie in Zuid-Limburg van plan is een groot deel van de uitgebreide kennissenkring van een onlangs vermoord meisje een DNA-test te laten ondergaan, om op die manier mogelijk de dader te vinden. Het betreffende rechercheteam heeft al honderden kennissen van het slachtoffer ondervraagd, maar nog geen verdachte kunnen aanhouden. Men denkt nu aan een massale DNA-test om schot in de zaak te brengen en omdat de indruk bestaat dat de dader gezocht moet worden in de kennissenkring. Dit vermoeden vormt inderdaad een uitstekende reden om de naspeuringen in die kring te intensiveren. Verder kan er in principe niets tegen zijn, zo efficiënt mogelijke methodes te gebruiken om de pleger van een zo afschuwelijk delict te pakken te krijgen. Toch moet het voorbehoud gemaakt worden dat iemand slechts op basis van vrijwilligheid gevraagd kan worden aan een DNA-test mee te doen, zolang hij althans geen duidelijke verdachte is. Zodra iemand wèl verdachte is en in staat van beschuldiging gesteld, kan pas medewerking afgedwongen worden. De voorwaarden hiervoor zijn wettelijk geregeld. In dit verband gaat het plan van de justitiële autoriteiten om een grote groep mensen die geen verdachte zijn op hun DNA-kenmerken te onderzoeken, wel heel erg ver.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|