Detailhandel beleeft met
6 pct omzetgroei topjaar
door MIRJAM BRINKS - ZAANDAM, donderdag
De Nederlandse detailhandel heeft een topjaar achter
de rug. Vorig jaar is ondanks de slechte bereikbaarheid van de
binnensteden en de toenemende criminaliteit de hoogste omzetgroei sinds
jaren geboekt. De consument heeft in 1998 voor maar liefst 145 miljard
gulden gewinkeld, dat was 6 procent meer dan in 1997. Gemiddeld heeft
ieder huishouden voor 22.000 gulden in de detailhandel besteed. Hiervan
is ruim 9.000 gulden uitgegeven aan voedingsmiddelen en 13.000 gulden
aan non-food artikelen zoals meubels en kleding.
Deze nieuwste cijfers staan in het gisteren
gepresenteerde jaarverslag van de Raad Nederlandse Detailhandel (RND).
Volgens het Centraal Planbureau vallen de cijfers voor dit jaar minder
rooskleurig uit. Zij verwacht slechts een groei van 2 procent.
"Onzin", zegt J. Andreae, voorzitter van de RND en tevens lid
Raad van Bestuur Koninklijke Ahold. "Als het in de landen om ons
heen niet zo goed gaat, betekent dat niet per definitie dat het hier
ook slecht gaat."
Volgens de in oktober aangetreden voorzitter van de Raad
zal de Nederlandse consument ook dit jaar veel geld blijven uitgeven.
"Kijk maar eens naar de aanhoudende banengroei en het groeiend
aantal tweeverdieners. Daarnaast is de rentestand nog steeds laag en
bovendien komt er ook in 1999 weer veel spaarloon vrij." Wel geeft
hij toe dat het record van 1998 dit jaar waarschijnlijk niet gehaald
gaat worden.
Voor de supermarkten komt dit deels doordat steeds meer
ondernemers zich op de verkoop van etenswaren gaan storten. Andreae:
"Het maagaandeel gaat dan ook hoe langer hoe meer een andere kant
op. Het is immers allang niet meer zo dat het totale bedrag dat aan
voeding wordt uitgegeven, in de supermarkt besteed wordt. Het bedrag
dat mensen aan voedsel besteden, zal niet zo zeer veranderen als wel de
plek waar ze het uitgeven. De bedrijfskantines en de McDonalds'en varen
er wel bij."
Spannende wedstrijd
"Het is natuurlijk wel een spannende
wedstrijd", zegt de RND-voorzitter. "De supers hebben hier al
in een vroeg stadium op geantwoord door de openingstijden aanzienlijk
te verruimen en het assortiment en de dienstverlening voortdurend
verder uit te breiden."
Behalve deze wedstrijd voeren de grootgrutters nog een
ander gevecht. Door de beroemde klantenkaarten die inmiddels bijna iedere Nederlandse
supermarkt heeft, hebben de retailers een schat aan informatie van de
klanten. De fabrikanten willen nu ook toegang krijgen tot deze
klanteninformatie. Zij denken met deze belangrijke informatie de
consumptiebestedingen op een hoger niveau te brengen.
Andreae (foto) benadrukt dat de relatie tussen de
detailhandel en de fabrikanten goed is, zeker als je dat vergelijkt met
de ons omringende landen. Aan de informatie die de detailhandel heeft,
zijn hoge investeringen in automatisering voorafgegaan. Daarbij gaar
het om de vertrouwensrelatie tussen de winkel en haar klant. "Op
individueel niveau zal deze kennis nooit gedeeld worden."
Volgens de voorzitter van de raad gaat dienstverlening
de komende jaren steeds belangrijker worden. In het verlengde hiervan
wordt de klantenkaart dan ook alleen maar belangrijker voor de
detailhandel. Alleen hierdoor kunnen zij immers de individuele
consument op maat bedienen.
De Stichting Merkartikel (SMA) denkt dat de klant
juist optimaal bediend kan worden als ook de fabrikant beschikt over
specifieke klantgegevens. "Met deze kennis is het bijvoorbeeld
mogelijk om veel gerichter nieuwe producten te ontwikkelen", zegt
M.J. Dek, directeur van de Stichting.
Ondanks alle mogelijkheden om de consument naar wens te
bedienen, maakt de raad zich ernstige zorgen over de bereikbaarheid van
met name de Nederlandse binnensteden. Inmiddels hebben al bijna 300
gemeenten in ons land voertuigbeperkende maatregelen afgekondigd. Deze
zorgen voor aanzienlijke kostenstijgingen bij ondernemingen omdat de
vrachtwagens aan verschillende eisen moeten voldoen en tijdverlies
moeten incasseren.
Hierdoor hebben veel detailhandelsbedrijven problemen om
de winkels goed gevuld te krijgen. Andreae: "De overheid vindt dat
de bloeiende detailhandel in de steden moet blijven, maar aan de andere
kant stellen ze dit soort maatregelen in, die juist tot vertrek kunnen
leiden."
|