Vezelsector
molensteen
De vezelsector, en dan met name die voor de textiele
vezels, blijft voor Akzo als een molensteen om de nek hangen.
Vijfentwintig jaar van saneren, herstructureren en massa-ontslagen
hebben niet kunnen voorkomen dat het een kwestie van aanmodderen blijft
in een groot deel van de vezelactiviteiten. De aankondiging van de
zoveelste saneringsronde is nu een feit.
Miljarden guldens zijn er de afgelopen jaren voor al
die ingrepen uitgegeven als bijzondere lasten. Aandeelhouders werden
gedurende die 25 jaar regelmatig verrast met tegenvallers. Leek het
weer even wat beter te gaan met Akzo als concern, dan bleken er
plotseling weer extra voorzieningen te moeten worden getroffen om de
vezelsector op het rechte spoor te krijgen.
Ten tijde van de oliecrisis dreigde het concern zelfs
ten onder te gaan door de problemen bij de vezels.
Sinds het ontstaan van Akzo in de zomer van '69 door
de fusie tussen AKU (Algemene Kunstzijde Unie) en KZO (Koninklijke
Zout-Organon) is echter een geheel nieuwe onderneming ontstaan. Het
concern van nu lijkt dan ook niet meer op dat van 30 jaar geleden: de
vezelactiviteiten, ooit een van de belangrijkste pijlers, vormen nu nog
maar een minderheid binnen de onderneming, de geografische spreiding
van het concern is beter en op een aantal terreinen is men zelfs
wereldmarktleider.
In de afgelopen tien jaar ging het aantal
personeelsleden bij de bedrijven van de huidige Acordis-groep (waarin
de vezelactiviteiten van Akzo en van de vorig jaar overgenomen
Courtaulds zijn ondergebracht) omlaag van 27.000 naar 16.000.
Azië is een van de grootste concurrenten voor de
westerse vezelconcerns. Bij zijn afscheid in 1994 zei topman A. Loudon
dat al 40 procent van de chemische vezels in die regio werd
geproduceerd. Akzo bleef echter toekomst zien voor zijn eigen producten
en saneerde en herstructureerde onverminderd door. Volgens analisten
trok de Duitse Hoechst echter in de afgelopen jaren de enig juiste
conclusie door zijn textiele vezels (waaronder Trevira) aan de
Indonesische Multikarsa te verkopen.
Een oplossing voor een deel van de problemen dacht
Akzo twee jaar geleden te hebben gevonden door het overhevelen van
productie van Duitsland en Nederland naar het goedkope Polen. Daar
kreeg een werknemer maar een fractie van hetgeen hij in Nederland of
Duitsland zou verdienen. Maar echt zoden aan de dijk zette dit toch ook
niet.
Daarom leek de overname van de Britse Courtaulds
vorig jaar als een geschenk uit de hemel te komen: samenvoegen van
beider activiteiten op vezelgebied zou tot een schaalvergroting kunnen
leiden, die het mogelijk moest maken om als zelfstandige onderneming
tegen de internationale concurrentie op de boksen. Dit jaar moest de
verzelfstandiging eigenlijk al een feit zijn, maar recente tegenslagen
op de markt zijn oorzaak van vertraging.
Want waar de Akzo-top onvoldoende rekening mee had
gehouden, was het Aziatische en Russische gevaar. In Azië viel de
vraag door de economische crisis weg, de producten vonden hun weg naar
de Europese markten. Hetzelfde ging op voor Rusland. Ook daar was er
geen vraag meer naar textiele vezels. Die gaan nu naar Turkije. In dat
land worden daarvan goedkope (half)fabrikaten van gemaakt, die tegen
dumpprijzen op de Europese markt worden afgezet.
Een nieuwe saneringsronde is het antwoord van Akzo.
Of die voldoende is, moet worden afgewacht. Meer maatregelen zouden
zeer wel nodig kunnen zijn. Maar de aandeelhouders Akzo zijn wel wat
gewend. Gisteren schoot de koers van het aandeel in ieder geval met
EUR2,00 omhoog naar EUR43,10.
Adriaan Janszen
|