De Telegraaf-i [] VoorpaginaDe Telegraaf-i [] ArchiefDe Telegraaf-i [] XtraDe Telegraaf-i [] NieuwsLinkDe Telegraaf-i [] NieuwsFocusDe Telegraaf-i [] VacaturesiteDe Telegraaf-i [] AutositeDe Telegraaf-i [] Weersite
 &referer=" WIDTH="0" HEIGHT="0" BORDER="0" ALIGN="LEFT" ALT=""> [Nederland]
[Buitenland]
[Telesport]
[Financiën]
[Nederland]
 

 


donderdag
22 april 1999

 


[KPN]
[BOL, voor al uw  boeken]
[Autosite]
[Prive Roddelbox]

UCK houdt stand
in stukje Kosovo

door James M. Dorsey - PARDESH, donderdag

Om de drie minuten valt een Joegoslavische granaat op de al verwoeste huizen van Pardesh, een gehucht in de besneeuwde Albanese bergen.

Schuilend tegen de wind staan op een heuvel die uitziet over Pardesh zeven jonge guerrilla's op wacht, leden van het armzalige Kosovo Bevrijdingsleger (UCK). Het is het startpunt van de Kosovaarse Ho Chi Minh trail, de bevoorradingsroute naar een hoekje Kosovo dat de UCK bezet houdt, op een steenworp afstand van Pardesh.

Helm

Hun munitie staat in kisten in het open veld. Slechts één draagt een helm, niemand een kogelvrij vest. Hun enige gezelschap in het eerste grote UCK-offensief sinds het begin van de NAVO-aanval op Joegoslavië is een hond met gele vacht.

"Dit is gevaarlijk terrein, verboden voor journalisten", zegt een van de wachters. Hij kijkt nerveus naar de hellingen van de berg Shkelzen, 245 kilometer noordelijk van Tirana, waar net weer een aantal granaten inslaat.

De UCK, een allegaartje van voormalige onderofficieren en jongens van soms 14 zonder enige militaire ervaring, houdt wanhopig vast aan Koshare, een strategisch gelegen vlek van zes huizen, enkele honderden meters in Kosovo.

De rebellen, gewapend met automatische geweren, jachtgeweren, granaatwerpers en een paar mortieren, staan tegenover een strijdkracht met een arsenaal aan zware wapens.

Scholiere

"De Serviërs hebben al mijn neefjes en nichtjes en ieder die ik kende gedood", zegt Jackie Ramaj, een scholiere van 16. Zij draagt een zwarte baret met het UCK-insigne op het lange, bruine haar; aan een gordel over haar camouflagepak hangt een revolver. Zij probeert liftend van het front in Kosovo het achterland te bereiken.

"Ik heb vandaag heel wat schoten gelost. Natuurlijk heb ik Serviërs gedood", zegt zij na haar vuurdoop van twee dagen aan het front. Haar broertje van veertien staat er naast, met doffe blik.

Een tractor met aanhangwagen vol munitie voor Koshare kruipt het modderige bergpad van de Shkelzen op. Een groot deel van het pad wordt door Albanees grondgebied beschut tegen de Joegoslavische artillerie, maar enkele honderden meters liggen open in de vuurlinie.

De rebellen luisteren aandachtig de Servische radioverbindingen af. In de afgelopen week hebben al vele tractoren het pad naar de bergtop afgelegd, nadat medio april tien vrachtwagenladingen wapens en verse rekruten op drie UCK-bases in Noord-Albanië waren gearriveerd. De versterkingen zijn hard nodig voor consolidatie van de UCK-zege in Koshare, begin april door een UCK-verkenningspatrouille geboekt op de Serviërs.

Verliezen

Ondanks het voortdurend bombardement zijn de verliezen betrekkelijk laag. De UCK meldt het verlies van minder dan tien soldaten en hooguit enkele tientallen gewonden.

"Ons grootste probleem zijn de Servische tanks en de zware artillerie. Die zijn ingegraven en de enige manier om ze uit te schakelen is er dicht bij te komen. De NAVO heeft de Servische verbindingen verstoord, maar ze kunnen nog steeds overdag hun zware wapens verplaatsen", zegt Shpend Shala.

Hij verliet in 1986 het Joegoslavische leger als luitenant een van de zeer weinige etnisch-Albanese officieren werkte als vrachtwagenchauffeur in Duitsland en sloot zich enige maanden geleden aan bij de UCK, waar hij commandant is van de 131e Brigade. Zijn ogen lichten op als hem gevraagd wordt of de verwachte inzet van Amerikaanse Apache helikopters verschil zal maken. "Helpen zal het zeker", zegt hij.

Shala vertelt dat het rebellenleger lering heeft getrokken uit de nederlaag in het afgelopen najaar, toen het Joegoslavische leger een UCK-opstand bruut onderdrukte en duizenden etnisch-Albanezen uit Kosovo verjoeg.

"De militaire leiding is veranderd", zegt hij, "de eerste generatie UCK-commandanten weigerde naar mensen met militaire ervaring te luisteren. Nu voeren ervaren mensen het bevel. Dit gebied telt het hoogste aantal professionele militaire commandanten. Dit zijn onze elitetroepen".

Corridor

Zolang Koshare onder controle van de UCK blijft, koesteren de rebellen hoop op vestiging van een corridor van 15 tot 20 kilometer naar de Kosovaarse steden Dakovica en Decane, ter bevoorrading van duizenden etnisch-Albanezen die zich in de vele dalen van het gebied nog schuil houden.

Tegen de tijd dat dat bereikt is, zijn mogelijk de Apaches begonnen met het aanpakken van de Joegoslavische troepen en hun zware wapens. "Dan beginnen wij aan de bevrijding van heel Kosovo, niet alleen stukjes", aldus commandant Shala.

"De Serviërs hadden nooit verwacht dat wij zo goed konden vechten, als een echt leger", zegt Dritan Gjonvlai. Hij herstelt in het aftands ziekenhuis in Bajram Curri, districtshoofdstad van grensstreek, van een schot door de knie, opgelopen in de strijd om Koshare.

"De Serviërs hebben zich gehergroepeerd en beschieten ons nu met alles wat ze hebben", zegt zijn strijdmakker Ginny, die zijn pizzeria in Duitsland voor de duur van de oorlog in handen van zijn vrouw heeft achtergelaten. "Wij verdedigen ons. Soms zijn er misverstanden. In de bossen rond Koshare weten wij vaak niet wie wie is".

Doodskisten

In de berookte ziekenzalen krijgen gewonde UCK-soldaten bezoek van vrienden, die fruit en sigaretten meebrengen. Voor het ziekenhuis timmeren UCK-officieren twee rode doodskisten met gesneuvelde soldaten dicht. De jongste slachtoffers, Agim Ramdani en Arben Jusufi, waren op patrouille op een Servische mijn gelopen.

Een erewacht is aangetreden als de lichamen op een nabijgelegen kerkhof in een graf worden gelegd en dan worden toegedekt met een aarden heuveltje. Hun namen worden met witte steentjes in de aarde geschreven.

"Voor Kosovo zullen we vechten tot het einde. Jullie kinderen zullen trots op jullie zijn. De Albanese geschiedenis is altijd met bloed geschreven", zegt een jonge vrouw bij het graf.






[Voorpagina]

[Nederland]

[Buitenland]

[Telesport]

[De Financiële Telegraaf]

[Xtra]




Auteursrechten voorbehouden 1996-1999, © Dagblad De Telegraaf, Amsterdam
De Telegraaf-i wordt het best bekeken met Netscape Navigator, Netscape Communicator of Microsoft Internet Explorer.