UCK houdt stand
in stukje Kosovo
door James M. Dorsey - PARDESH, donderdag
Om de drie minuten valt een Joegoslavische granaat op
de al verwoeste huizen van Pardesh, een gehucht in de besneeuwde
Albanese bergen.
Schuilend tegen de wind staan op een heuvel die uitziet
over Pardesh zeven jonge guerrilla's op wacht, leden van het armzalige
Kosovo Bevrijdingsleger (UCK). Het is het startpunt van de Kosovaarse
Ho Chi Minh trail, de bevoorradingsroute naar een hoekje Kosovo dat de
UCK bezet houdt, op een steenworp afstand van Pardesh.
Helm
Hun munitie staat in kisten in het open veld. Slechts
één draagt een helm, niemand een kogelvrij vest. Hun
enige gezelschap in het eerste grote UCK-offensief sinds het begin van
de NAVO-aanval op Joegoslavië is een hond met gele vacht.
"Dit is gevaarlijk terrein, verboden voor
journalisten", zegt een van de wachters. Hij kijkt nerveus naar de
hellingen van de berg Shkelzen, 245 kilometer noordelijk van Tirana,
waar net weer een aantal granaten inslaat.
De UCK, een allegaartje van voormalige onderofficieren
en jongens van soms 14 zonder enige militaire ervaring, houdt wanhopig
vast aan Koshare, een strategisch gelegen vlek van zes huizen, enkele
honderden meters in Kosovo.
De rebellen, gewapend met automatische geweren,
jachtgeweren, granaatwerpers en een paar mortieren, staan tegenover een
strijdkracht met een arsenaal aan zware wapens.
Scholiere
"De Serviërs hebben al mijn neefjes en
nichtjes en ieder die ik kende gedood", zegt Jackie Ramaj, een
scholiere van 16. Zij draagt een zwarte baret met het UCK-insigne op
het lange, bruine haar; aan een gordel over haar camouflagepak hangt
een revolver. Zij probeert liftend van het front in Kosovo het
achterland te bereiken.
"Ik heb vandaag heel wat schoten gelost. Natuurlijk
heb ik Serviërs gedood", zegt zij na haar vuurdoop van twee
dagen aan het front. Haar broertje van veertien staat er naast, met
doffe blik.
Een tractor met aanhangwagen vol munitie voor Koshare
kruipt het modderige bergpad van de Shkelzen op. Een groot deel van het
pad wordt door Albanees grondgebied beschut tegen de Joegoslavische
artillerie, maar enkele honderden meters liggen open in de vuurlinie.
De rebellen luisteren aandachtig de Servische
radioverbindingen af. In de afgelopen week hebben al vele tractoren het
pad naar de bergtop afgelegd, nadat medio april tien
vrachtwagenladingen wapens en verse rekruten op drie UCK-bases in
Noord-Albanië waren gearriveerd. De versterkingen zijn hard nodig
voor consolidatie van de UCK-zege in Koshare, begin april door een
UCK-verkenningspatrouille geboekt op de Serviërs.
Verliezen
Ondanks het voortdurend bombardement zijn de
verliezen betrekkelijk laag. De UCK meldt het verlies van minder dan
tien soldaten en hooguit enkele tientallen gewonden.
"Ons grootste probleem zijn de Servische tanks en
de zware artillerie. Die zijn ingegraven en de enige manier om ze uit
te schakelen is er dicht bij te komen. De NAVO heeft de Servische
verbindingen verstoord, maar ze kunnen nog steeds overdag hun zware
wapens verplaatsen", zegt Shpend Shala.
Hij verliet in 1986 het Joegoslavische leger als
luitenant een van de zeer weinige etnisch-Albanese officieren werkte
als vrachtwagenchauffeur in Duitsland en sloot zich enige maanden
geleden aan bij de UCK, waar hij commandant is van de 131e Brigade.
Zijn ogen lichten op als hem gevraagd wordt of de verwachte inzet van
Amerikaanse Apache helikopters verschil zal maken. "Helpen zal het
zeker", zegt hij.
Shala vertelt dat het rebellenleger lering heeft
getrokken uit de nederlaag in het afgelopen najaar, toen het
Joegoslavische leger een UCK-opstand bruut onderdrukte en duizenden
etnisch-Albanezen uit Kosovo verjoeg.
"De militaire leiding is veranderd", zegt hij,
"de eerste generatie UCK-commandanten weigerde naar mensen met
militaire ervaring te luisteren. Nu voeren ervaren mensen het bevel.
Dit gebied telt het hoogste aantal professionele militaire
commandanten. Dit zijn onze elitetroepen".
Corridor
Zolang Koshare onder controle van de UCK blijft,
koesteren de rebellen hoop op vestiging van een corridor van 15 tot 20
kilometer naar de Kosovaarse steden Dakovica en Decane, ter
bevoorrading van duizenden etnisch-Albanezen die zich in de vele dalen
van het gebied nog schuil houden.
Tegen de tijd dat dat bereikt is, zijn mogelijk de
Apaches begonnen met het aanpakken van de Joegoslavische troepen en hun
zware wapens. "Dan beginnen wij aan de bevrijding van heel Kosovo,
niet alleen stukjes", aldus commandant Shala.
"De Serviërs hadden nooit verwacht dat wij zo
goed konden vechten, als een echt leger", zegt Dritan Gjonvlai.
Hij herstelt in het aftands ziekenhuis in Bajram Curri,
districtshoofdstad van grensstreek, van een schot door de knie,
opgelopen in de strijd om Koshare.
"De Serviërs hebben zich gehergroepeerd en
beschieten ons nu met alles wat ze hebben", zegt zijn strijdmakker
Ginny, die zijn pizzeria in Duitsland voor de duur van de oorlog in
handen van zijn vrouw heeft achtergelaten. "Wij verdedigen ons.
Soms zijn er misverstanden. In de bossen rond Koshare weten wij vaak
niet wie wie is".
Doodskisten
In de berookte ziekenzalen krijgen gewonde
UCK-soldaten bezoek van vrienden, die fruit en sigaretten meebrengen.
Voor het ziekenhuis timmeren UCK-officieren twee rode doodskisten met
gesneuvelde soldaten dicht. De jongste slachtoffers, Agim Ramdani en
Arben Jusufi, waren op patrouille op een Servische mijn gelopen.
Een erewacht is aangetreden als de lichamen op een
nabijgelegen kerkhof in een graf worden gelegd en dan worden toegedekt
met een aarden heuveltje. Hun namen worden met witte steentjes in de
aarde geschreven.
"Voor Kosovo zullen we vechten tot het einde.
Jullie kinderen zullen trots op jullie zijn. De Albanese geschiedenis
is altijd met bloed geschreven", zegt een jonge vrouw bij het graf.
|