Als een haas ervandoor
door Frank Woestenburg - ROTTERDAM, maandag
Pas woensdagavond besloot Kamiel Maase, na overleg met zijn trainer
Bram Wassenaar, dat het weinig kwaad kon als hij vijftien kilometer de
kopgroep zou 'hazen' tijdens de negentiende editie van de Rotterdam
marathon. Het ontspannen gevoel waarmee Wassenaar thuis voor de buis
aanvankelijk het hand- en spanwerk van zijn pupil volgde, maakte
naarmate de wedstrijd vorderde plaats voor angst en ongeloof. Maase
sleurde op kop, voorzag anderen van drank en hield ze uit de wind. Hij
deed alles, behalve uitstappen.
Na 38 kilometer liep de in Wageningen woonachtige micro-bioloog nog
altijd met de besten mee. Op een schema dat zou leiden naar een
eindtijd van 2,07 uur. "Toen dacht ik bij mezelf: als je nu nog
uitstapt, ben je een grote 'kloris'. Trainingstechnisch is het
misschien niet verstandig door te gaan, maar als sportman doe je dat
gewoon."
De 27-jarige baanatleet passeerde ruim drie minuten na de Keniaanse
winnaar Japhat Kosgei (2.07,09) de finish: in 2.10,10. Drie seconden
eerder had Greg van Hest zijn tweede marathon voltooid. De 25-jarige
Tilburger had Maase met een enorme versnelling op het laatste stuk
weten voor te blijven. Totaal uitgeput moest hij de extra
krachtsinspanning meters na de streep bekopen met een harde val op het
Rotterdamse asfalt, maar dat deerde hem in het geheel niet. Na 35
kilometer had een toeschouwer Van Hest erop attent gemaakt dat er een
landgenoot voor hem liep. "Ik dacht eerst: die man is gek",
aldus Van Hest. Twee kilometer later hoorde hij opnieuw iemand roepen
dat Maase nog altijd in de wedstrijd zat. "Toen dacht ik:
verdomme, het zal me toch niet gebeuren? Ik ben maanden met de
voorbereiding bezig geweest, voor Kamiel Maase is het niet eens een
hoofddoel. Als ik hem niet had achterhaald, zou ik behoorlijk pissig op
mezelf zijn geweest."
Van Hest zei het met een lach, want zover had hij het niet laten
komen. Bovendien was hij, ondanks een enorme blaar onder zijn
linkervoet die hem ruim twintig kilometer lang parten had gespeeld,
ruimschoots onder de olympische richttijd (2.11,30 uur) gebleven.
Datzelfde gold voor Kamiel Maase, sinds gisteren de snelste Nederlandse
marathondebutant in de geschiedenis. Zelden ook zal er een atleet zo
onbevangen aan de tocht over ruim 42 kilometer zijn begonnen als Kamiel
Maase in Rotterdam. Een week eerder had hij in Spanje nog vrij diep
moeten gaan om op de tien kilometer onder de limiet voor de
wereldkampioenschappen in Sevilla, eind augustus, te blijven. Hij
slaagde met een tijd van 27,50,30 minuten daarin en het herstel van die
race verliep voorspoedig, maar een week later een volledige marathon
lopen? Daar was hij in het geheel niet mee bezig geweest.
"Het lag echt niet in mijn bedoeling veel langer door te gaan dan
de afgesproken vijftien kilometer, maar het ging me allemaal erg
makkelijk af. Na twintig kilometer keek ik eens om en zag ik alleen
maar atleten goedkeurend naar me knikken. Omdat ik het gevoel had
nuttig werk te verrichten, ben ik nog maar eventjes doorgegaan",
vertelde Maase, met veel gevoel voor understatement. Pas op het
37-kilometerpunt kwam hij voor de eerste maal serieus in de verleiding
zijn avontuur op de marathon voor gezien te houden. Daar ergens stond
immers het atletenhotel. Een warm bad lonkte, maar Maase besloot
anders: "Ik was toch al uitgecheckt."
"Bovendien had ik nergens last van. Pas de laatste vier kilometer
ging het met hangen en wurgen. Toen kwam ook die man met de gigantische
hamer om de hoek kijken. Tot die tijd ging het tamelijk
eenvoudig", aldus Maase.
Om er een seconde later lachend aan toe te voegen: "Eigenlijk is
het een eitje, zo'n marathon lopen."
Zijn verval in de laatste fase van de wedstrijd bewees echter het
tegendeel. Twee kilometer voor de Coolsingel liep Maase nog altijd
onder het schema van het negentien jaar oude Nederlandse record van
Gerard Nijboer (2.09,01). Die wetenschap maakte Maase na afloop weinig
uit. Het geeft echter wel zijn potentie aan op de klassieke afstand,
zag hij ook zelf in. "Er zit kennelijk nog aardig wat voor me in
het vat. Ik heb nu behoorlijk met mijn krachten gesmeten en nauwelijks
fatsoenlijk gedronken. Af en toe een paar druppels uit een plastic
bekertje, meer niet. Jos Hermens reikte me op het laatst een volle
bidon aan; dat is mijn redding geweest."
Gerard Nijboer, de huidige bondscoördinator voor de
wegatletiek, sprong direct na de finish bij Maase en Van Hest om de
nek. Niet omdat zijn eigen record overeind was gebleven, maar omdat
Nederland eindelijk weer twee atleten heeft die internationaal een
woordje mee kunnen (gaan) spreken. "Ze hebben het allebei in zich
2,08 te lopen, misschien nog wel sneller", aldus de doorgaans zo
voorzichtige Nijboer.
Waar Van Hest reeds uitkijkt naar de volgende marathon (mogelijk
Amsterdam of Berlijn), daar is Maase nog lang niet met zijn toekomst op
de marathon bezig. Met het oog op Sydney heeft hij nog geen definitieve
keuze gemaakt tussen de marathon en de tien kilometer ("Ik wil
eerst dit laten bezinken"), maar zeker is dat deze zomer de
baanatletiek onveranderd de hoogste prioriteit blijft houden. "Het
was misschien niet verstandig in dit stadium van het seizoen een hele
marathon te lopen, maar aan de andere kant: de wereldkampioenschappen
zijn pas in augustus. Tijd genoeg om uit te rusten."
Tijd genoeg ook voor trainer Bram Wassenaar om van de schrik te
bekomen. Maase: "Ik heb hem kort na de race gebeld. Eigenlijk
verwachtte ik een donderpreek, maar dat viel best mee. Hij kon dit
geintje wel waarderen."
|