De Financiële Consument
onder redactie van Peter van der Tuin. Bijdrage: Theo Mebius en Beyer
Advies.
Werkgevers en werknemers in Nederland betalen per
jaar circa dertig miljard gulden aan pensioenpremies. Dit is uitgesteld
loon, waarover nu dus geen belasting wordt betaald. Voor de fiscus is
het dus uitermate belangrijk om een goede greep te hebben op deze
premies, zodat er niet te veel pensioen wordt opgebouwd.
Daartoe dient de nieuwe wet "Fiscale behandeling
van pensioenen" die op korte termijn in werking zal treden. Deze
wet houdt in dat er veel gaat veranderen in pensioenland. In een serie
afleveringen wordt in deze rubriek ingegaan op deze veranderingen. Deze
week aandacht voor de belangrijkste pensioensystemen die in ons land
bestaan.
Revolutie in pensioenland (II)
De belangstelling voor de pensioenproblematiek
groeit. Was het vroeger zo, dat je als werknemer maar moest afwachten
welke pensioentoezeggingen de werkgever voor zijn mensen wilde
waarmaken, nu is het toekomstige pensioen een wezenlijk onderdeel van
iemands persoonlijke beloningsstructuur. Daarbij willen werknemers
bijvoorbeeld weten of ze eerder met pensioen kunnen en wat daarvan de
consequenties zijn. Ook wil men weten hoe de pensioensituatie zich
ontwikkelt als men van baan wisselt en of men de opgebouwde rechten kan
meenemen naar de nieuwe werkgever.
In de nieuwe wetgeving zijn al dit soort zaken in detail
geregeld. Het uitgangspunt daarbij is, dat pensioenvoorzieningen
geïndividualiseerd kunnen worden, dat er een veel grotere
flexibiliteit mogelijk wordt en dat pensioenen veel meer op maat van de
individuele werknemer moeten worden afgestemd indien daarom gevraagd
wordt. Dat betekent overigens dat verzekeringsmaatschappijen en
pensioenfondsen veel meer dan tot nu toe zich moeten richten naar de
wensen van hun klanten en dat zijn de nu gepensioneerden of zij die dat
in de toekomst zullen worden. Het betekent ook, dat er een hele nieuwe
wereld ontstaat voor de pensioenadviseurs, die het onafhankelijke
advies zullen moeten geven aan bedrijven, werknemers en zelfstandigen.
In wezen is de pensioensituatie niet ingewikkeld. In de
nieuwe wet wordt ervan uitgegaan, dat iemand een werkzaam leven heeft
van ten minste 35 jaar en dat in die periode en goed pensioen (70% van
het laatste salaris) mag worden opgebouwd. Ieder jaar mag dus 2% van
het salaris aan pensioen worden gevormd, inclusief de AOW. In de meeste
pensioenregelingen is het nu echter zo, dat die 70% in 40 jaar wordt
opgebouwd.
Het hier beschreven systeem heet de eindloonregeling en
die geldt voor het overgrote deel van de werknemers in ons land. Een
tweede mogelijkheid is het zogenaamde middelloonsysteem. Het
uiteindelijk pensioen is dan niet gebaseerd op het eindloon, maar op
het gemiddelde salaris dat iemand gedurende z'n werkzame leven heeft
verdiend. In perioden van sterke inflatie kom je hier uiteraard slecht
mee uit. Nu de inflatie beheerst is tot een paar procent per jaar, gaan
er nogal wat stemmen op om het middelloonsysteem meer ingang te doen
vinden. Dit past in het streven naar het beter beheersbaar maken van de
stroom gelden die voor pensioenen moet worden afgezonderd. Immers, bij
het eindloonsysteem zijn in perioden van hoge inflatie enorme bedragen
nodig om de te lage pensioenreserveringen in voorgaande jaren op te
vangen (de zogenaamde back-service verplichtingen). Bij het
middelloonsysteem worden de risico's van een hernieuwde inflatiegolf
feitelijk op de werknemers afgewenteld.
Nederland kent nog een derde systeem en dat is gebaseerd
op de beschikbare premie. Steeds meer werkgevers bieden aan hun
werknemers de mogelijkheid om hun eigen pensioenpot op te bouwen. Men
kan dan zelf de beleggingsmix bepalen. De werkgever stelt een
percentage van het salaris beschikbaar om de eigen pensioenvoorziening
te vormen. De werknemer zelf wordt meestal verplicht om een deel van de
premie te betalen. Ook kan hij zelf binnen de fiscale regels ervoor
kiezen om een extra premie te betalen.
Uitgangspunt in de nieuwe wet "Fiscale
behandeling van pensioenen" is, dat er sprake moet zijn van een
zogenaamd maatschappelijk aanvaardbare pensioenopbouw. In de praktijk
zal dat betekenen: 70% van het eindsalaris, ten vroegste op het
zestigste levensjaar. Maar het mag ook meer zijn: maximaal 100%. Heeft
iemand meer pensioenkapitaal opgebouwd dan nodig is voor 100% van z'n
eindloon, dan wordt het te veel in de pensioenpot via progressieve
belastingheffing wegbelast. In een volgende aflevering van deze rubriek
zal nader worden ingegaan op de mogelijkheden van het zogenaamde
pre-pensioen.
Wie straks te veel pensioen opbouwt zal moeten
afrekenen met de fiscus.
FOTO: DIJKSTRA
|