De Telegraaf-i [] VoorpaginaDe Telegraaf-i [] ArchiefDe Telegraaf-i [] XtraDe Telegraaf-i [] NieuwsLinkDe Telegraaf-i [] NieuwsFocusDe Telegraaf-i [] VacaturesiteDe Telegraaf-i [] AutositeDe Telegraaf-i [] Weersite
 &referer=" WIDTH="0" HEIGHT="0" BORDER="0" ALIGN="LEFT" ALT=""> [Nederland]
[Buitenland]
[Telesport]
[Financiën]
[Nederland]
[I-mail]

 


maandag
19 april 1999

 


[FBTO verzekeringen]
[BOL, voor al uw boeken]
[Tele2]
[Rabobank]
[V & L informatica]
[KPN Business Center]

De Financiële Consument

onder redactie van Peter van der Tuin. Bijdrage: Theo Mebius en Beyer Advies.

Werkgevers en werknemers in Nederland betalen per jaar circa dertig miljard gulden aan pensioenpremies. Dit is uitgesteld loon, waarover nu dus geen belasting wordt betaald. Voor de fiscus is het dus uitermate belangrijk om een goede greep te hebben op deze premies, zodat er niet te veel pensioen wordt opgebouwd.
Daartoe dient de nieuwe wet "Fiscale behandeling van pensioenen" die op korte termijn in werking zal treden. Deze wet houdt in dat er veel gaat veranderen in pensioenland. In een serie afleveringen wordt in deze rubriek ingegaan op deze veranderingen. Deze week aandacht voor de belangrijkste pensioensystemen die in ons land bestaan.

Revolutie in pensioenland (II)

De belangstelling voor de pensioenproblematiek groeit. Was het vroeger zo, dat je als werknemer maar moest afwachten welke pensioentoezeggingen de werkgever voor zijn mensen wilde waarmaken, nu is het toekomstige pensioen een wezenlijk onderdeel van iemands persoonlijke beloningsstructuur. Daarbij willen werknemers bijvoorbeeld weten of ze eerder met pensioen kunnen en wat daarvan de consequenties zijn. Ook wil men weten hoe de pensioensituatie zich ontwikkelt als men van baan wisselt en of men de opgebouwde rechten kan meenemen naar de nieuwe werkgever.

In de nieuwe wetgeving zijn al dit soort zaken in detail geregeld. Het uitgangspunt daarbij is, dat pensioenvoorzieningen geïndividualiseerd kunnen worden, dat er een veel grotere flexibiliteit mogelijk wordt en dat pensioenen veel meer op maat van de individuele werknemer moeten worden afgestemd indien daarom gevraagd wordt. Dat betekent overigens dat verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen veel meer dan tot nu toe zich moeten richten naar de wensen van hun klanten en dat zijn de nu gepensioneerden of zij die dat in de toekomst zullen worden. Het betekent ook, dat er een hele nieuwe wereld ontstaat voor de pensioenadviseurs, die het onafhankelijke advies zullen moeten geven aan bedrijven, werknemers en zelfstandigen.

In wezen is de pensioensituatie niet ingewikkeld. In de nieuwe wet wordt ervan uitgegaan, dat iemand een werkzaam leven heeft van ten minste 35 jaar en dat in die periode en goed pensioen (70% van het laatste salaris) mag worden opgebouwd. Ieder jaar mag dus 2% van het salaris aan pensioen worden gevormd, inclusief de AOW. In de meeste pensioenregelingen is het nu echter zo, dat die 70% in 40 jaar wordt opgebouwd.

Het hier beschreven systeem heet de eindloonregeling en die geldt voor het overgrote deel van de werknemers in ons land. Een tweede mogelijkheid is het zogenaamde middelloonsysteem. Het uiteindelijk pensioen is dan niet gebaseerd op het eindloon, maar op het gemiddelde salaris dat iemand gedurende z'n werkzame leven heeft verdiend. In perioden van sterke inflatie kom je hier uiteraard slecht mee uit. Nu de inflatie beheerst is tot een paar procent per jaar, gaan er nogal wat stemmen op om het middelloonsysteem meer ingang te doen vinden. Dit past in het streven naar het beter beheersbaar maken van de stroom gelden die voor pensioenen moet worden afgezonderd. Immers, bij het eindloonsysteem zijn in perioden van hoge inflatie enorme bedragen nodig om de te lage pensioenreserveringen in voorgaande jaren op te vangen (de zogenaamde back-service verplichtingen). Bij het middelloonsysteem worden de risico's van een hernieuwde inflatiegolf feitelijk op de werknemers afgewenteld.

Nederland kent nog een derde systeem en dat is gebaseerd op de beschikbare premie. Steeds meer werkgevers bieden aan hun werknemers de mogelijkheid om hun eigen pensioenpot op te bouwen. Men kan dan zelf de beleggingsmix bepalen. De werkgever stelt een percentage van het salaris beschikbaar om de eigen pensioenvoorziening te vormen. De werknemer zelf wordt meestal verplicht om een deel van de premie te betalen. Ook kan hij zelf binnen de fiscale regels ervoor kiezen om een extra premie te betalen.

Uitgangspunt in de nieuwe wet "Fiscale behandeling van pensioenen" is, dat er sprake moet zijn van een zogenaamd maatschappelijk aanvaardbare pensioenopbouw. In de praktijk zal dat betekenen: 70% van het eindsalaris, ten vroegste op het zestigste levensjaar. Maar het mag ook meer zijn: maximaal 100%. Heeft iemand meer pensioenkapitaal opgebouwd dan nodig is voor 100% van z'n eindloon, dan wordt het te veel in de pensioenpot via progressieve belastingheffing wegbelast. In een volgende aflevering van deze rubriek zal nader worden ingegaan op de mogelijkheden van het zogenaamde pre-pensioen.

Wie straks te veel pensioen opbouwt zal moeten afrekenen met de fiscus.

FOTO: DIJKSTRA






[Voorpagina]

[Nederland]

[Buitenland]

[Telesport]

[De Financiële Telegraaf]

[Xtra]




Auteursrechten voorbehouden 1996-1999, © Dagblad De Telegraaf, Amsterdam
De Telegraaf-i wordt het best bekeken met Netscape Navigator, Netscape Communicator of Microsoft Internet Explorer.