Geen herstel van
grondstofprijzen
WASHINGTON, donderdag
De prijzen van grondstoffen zullen zich mogelijk
nooit meer volledig herstellen van de scherpe daling in de afgelopen
jaren. Dat heeft verstrekkende economische gevolgen voor veel
producerende landen, vooral die in Afrika, zo voorziet de Wereldbank.
Sommige grondstoffen zijn de afgelopen vier jaar
ongeveer tweederde goedkoper geworden. Dat is maar voor een deel te
verklaren door vermindering van de vraag als gevolg van de crisis in
Azië. De crisis heeft de prijsval alleen maar versterkt.
Andere, structurele factoren zijn belangrijker. Het hoge
prijspeil aan het begin van de jaren negentig moedigde
productievergroting aan. Bovendien leidden technologische vernieuwing
en liberalisering tot een daling van de kosten, zo constateert de bank
in het rapport 'Global Commodity Markets'.
Bij het begin van de crisis in Azië, halverwege
1997, was de neergaande lijn al een tijd gaande. De index van de
Wereldbank voor de voedselprijzen bereikte zijn hoogtepunt in april
1996 en was bij het uitbreken van de crisis al met 13 procent gezakt.
De index voor de prijzen van metalen en mineralen lag toen 11 procent
onder het hoogtepunt van augustus 1995.
De meeste publiciteit kreeg de prijsval bij ruwe olie,
van 22 dollar per vat halverwege 1997 tot minder dan 10 dollar eind
vorig jaar. Maar ook de overige grondstoffen kelderden dramatisch in
prijs. Rubber is sinds 1995 ongeveer 65 procent goedkoper geworden. De
prijzen van metalen als koper en nikkel zijn gehalveerd.
De financiële gevolgen zijn het grootst voor de
olielanden in het Midden-Oosten en voor Afrika. De landen ten zuiden
van de Sahara halen driekwart van hun exportinkomsten uit grondstoffen.
In Latijns-Amerika is dat een derde. De Aziatische landen ondervinden
de minste schade, omdat ze eerder verbruiker en importeur van
grondstoffen zijn dan exporteur.
|