telegraaf.nlDe krantLaatste nieuwsSportPriveDFTDigi






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Autopagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo  
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 

     

Deze pagina wordt de komende week dagelijks bijgewerkt.

Kibbelen, lachen en huilen

Afgelopen week ontvingen wij van u herkenbare, gelukkige maar soms ook verdrietige herinneringen over de speciale band tussen broertjes en zusjes. Soms elkaars vijanden, maar in tijden van nood elkaars beste vrienden, dat herkent ook M. Spoelman. "Vijftien en zeventien zijn ze, en ze bekvechten bijna altijd", schrijft ze. "Als dochter bij zoon op schoot springt om hem een kus te geven, duwt hij haar van zich af, en als hij haar over haar bol aait, dan krijgt hij een grote mond. Ze vechten om de computer, om rotgrappen, maar als dochter op straat wordt geslagen of zelfs lastig wordt gevallen, vliegt grote broer de deur uit om ze te grijpen. En als zoon een ongelukje heeft gehad en naar het ziekenhuis moet, is dochter in alle staten, huilt en bidt voor hem. Ze treiteren elkaar en ik moet altijd rust en vrede brengen. Maar ze houden van elkaar, meer dan ze weten."

Illustratie: Dilys de Jong

Ook Paula heeft vier puberdochters die er aardig op los kibbelen. "Over kamer opruimen, kleding van elkaar pikken, make-up van elkaar gebruiken. Maar als het erop aankomt, dan kiezen ze onvoorwaardelijk voor elkaar. Ook als er één ziek is, zie je hoeveel ze om elkaar geven. Ze lachen, spelen en huilen met elkaar en delen geheimen."

De band tussen de kinderen van mevrouw Van Putten is wel heel erg speciaal: haar zoon Patrick reist zijn zus Patricia over de hele wereld achterna. "Patricia ging voor zichzelf beginnen en kocht een café in de Pyreneeën. Ook Patrick verhuisde naar Zuid-Frankrijk. Ze raakte een paar jaar geleden zwanger, verkocht haar café-restaurant en ging in Alicante in Zuid-Spanje wonen en wie woont er pal tegenover haar? Juist, Patrick. Dus als ik naar Spanje ga, ben ik bij mijn zoon, dochter en kleinkind. Omdat ze samen zo goed kunnen praten, ben ik gerust, ook omdat ik wel eens denk als ik mijn hoofd te ruste leg dat ze in ieder geval elkaar hebben."

Helaas is het niet in alle gezinnen zo rooskleurig. "Wensen, kunnen en willen zijn als stiefbroers van hopen", schrijft D. van der Aa. "Zo heb ik jaren, ooit in een grijs verleden, gehoopt dat de band tussen mij en mijn broer en zusters innig, warmer, betrokkener, socialer zou worden. Als ik al die excuses in de loop van tientallen jaren zou bijgehouden hebben, dan had ik daar inmiddels mijn woonkamer mee kunnen behangen." Het contact wordt echter niet verbroken. "Het is en blijft éénrichtingsverkeer maar ik blijf van ze houden, want ze zijn mijn genen, bloed, vertrekpunt, aanknopingspunt en kader."

Pauline Sietsema heeft behalve twee zoons van tien en twaalf, nog een jongenstweeling van zes. Over de speciale band tussen de tweeling schrijft ze: "Dat zijn echt maatjes van elkaar, heel bijzonder om dat van zo nabij mee te mogen maken. Het zijn wel twee individuen maar met een enorm groot sociaal gevoel naar elkaar en naar de kinderen in hun omgeving."

In alle gezinnen is wel eens wat aan de hand, daarom tot slot het motto van A. van Putten: "Al is er eens wat, praat het direct uit."


Uw reacties

KLEINE MAN

Dit is mijn zoon Lukas, hij is 2 jaar oud. Hij heeft zich niet gesneden.Hij is ook niet door de zon verbrand. Dit is het resultaat van een middagje spelen in een indoorspeeltuin. En nee, hij is ook niet gevallen. Lukas heeft zijn eerste lesje maatschappijleer achter de rug. Terwijl mams achterin bij de uitgang zetelde, om zo op te letten dat haar zoon niet wegliep, werd hij voorin op het springkussen in elkaar getimmerd door een jongen van een jaar of tien. Misschien was de jongen 8, misschien was hij 12 jaar oud. We zullen het nooit te weten komen. Wat ik wel weet, en nooit meer vergeet, was dat kleine ventje dat met een gehavend gezicht bij me op schoot klom en schokkend huilend bij me wegkroop. Wie de schuld had? Ook die vraag kan ik niet beantwoorden. Was ik het? Had ik dan voorin moeten zitten in plaats van bij de uitgang? Was het die jongen, die daar door zijn ouders was afgeleverd? Waarschijnlijk zijn de ouders weer vertrokken en was er dus geen begeleiding bij het kind. Waren het al die ouders voorin? Het was druk die middag, maar niemand heeft iets gezien of gedaan. Dit komt me trouwens bekend voor van die talloze voorbeelden van zinloos geweld. Het personeel treft geen blaam. Ze zijn een horecagelegenheid en geen kinderopvang. Ze waren druk bezig achter de balie en hadden nooit iets kunnen zien van wat zich daar op de springkussens voordeed. Misschien is het 't toenemende geweld van deze maatschappij waarin onze kinderen moeten opgroeien. Welkom in de wereld, kleine man...

MIRIAM JACOBS

MANNENVAKANTIE

Wij, mijn man en ik, hebben 3 kinderen: 1 meisje en 2 jongens. Deze 3 hebben samen 6 kinderen en dat zijn allemaal jongens. Ze wonen vrij dicht bij elkaar en hebben een zeer goede band. Een woont in Almere, maar hoort er beslist ook bij. Sedert 1969 gaan onze 2 zonen met 5 ervan op zgn. mannenvakantie. Ze vertrekken dan op vrijdag naar een of andere camping en slapen in tenten of trekkershutten, liefst aan zee want dan kan er geregeld gezwommen worden en of de duvel er mee speelt tot op heden altijd mooi weer. Ze zijn geboren in de jaren 1979, 1980, 1981 en 1983. De jongste van de 6 is een nakomertje en mocht af en toe even logeren voor een nachtje en het decreet was: geen praatjes over seks als Yves er is! Dat mag natuurlijk wel met 5 pubers...

De jongste gaat sinds twee jaar helemaal mee en vindt het prachtig met de grote mannen mee te mogen. De derde vader ging niet mee vond het niet zo'n geslaagd idee en de jongens geloof ik ook niet. Ik bakte altijd een grote tulband en die was meestal na 2 dagen al op. Deze was meestal nogal van stevige consistentie en werd al spoedig de 'spacecake van oma' genoemd. Het was ieder jaar weer groot feest. Als ze op vrijdag weer terugkwamen, bruin verbrand en betrekkelijk schoon werd er nog gegeten bij een Chinees of Italiaan en als ze dan thuis kwamen, werden de verhalen verteld over de vaders die zo snurkten en de maaltijden die meestal uit barbecues of spaghetti bestonden, maar beslist lekker waren. Er gaan computers en radio's mee, want er moet natuurlijk gecommuniceerd worden, dat kan best met de mobieltjes maar het zijn echte computerfreaks, die dat gewoonlijk best tot een uur of vijf uithouden. Vrijdag zijn ze weer vertrokken en komen dan volgende week vrijdag moe maar zeer voldaan weer thuis. Er wordt dan weer druk gedacht waar ze volgend jaar naar toe zullen gaan. Het wordt wel wat moeilijker natuurlijk met het oog op de verschillende vakanties, de oudste is 25 en de jongste 14, maar ze breien er vast wel weer een punt aan. Wij, de achterblijvende moeders en grootouders, genieten net zo hard mee, want zo'n band tussen 'de neven', zoals ze zelf altijd zeggen, is toch geweldig. Ik hoop dat het zo blijft, al zal het wel niet altijd met kamperen zijn met de ooms.

FRANSJE LANGENDONK

SPECIAAL


Natuurlijk is iedere moeder trots op haar kinderen. Maar die van mij vind ik toch wel ’n speciale band hebben. Mijn dochter is geboren in 1969 en mijn zoon in 1971. Altijd als ze uit school kwamen, was de vraag ’waar is Patrick’ of andersom ’waar is Patricia’. Enfin, ze groeiden op als tieners die elkaars geheimen kenden en elkaar vertrouwden. Mijn dochter ging als hostess in het buitenland werken, wat mijn zoon vreselijk vond. Maar al gauw volgde hij haar.
Op een gegeven moment was ze manager van ’n hotel en wie stond er achter de bar? Patrick. Ze ging voor zichzelf beginnen en kocht een café in de Pyreneeën. Ook Patrick verhuisde naar Zuid-Frankrijk. Ze raakte een paar jaar geleden zwanger, verkocht haar café-restaurant en ging in Alicante in Zuid-Spanje wonen en wie woont er pal tegenover haar? Juist Patrick. Dus als ik naar Spanje ga, ben ik bij mijn zoon, dochter en kleinkind.
Omdat ze samen zo goed kunnen praten, ben ik gerust, ook omdat ik wel eens denk als ik mijn hoofd te ruste leg dat ze in ieder geval elkaar hebben. Als ik dan wel eens hoor van allerlei ruzies onder kinderen, kan ik dat niet begrijpen. Wij hadden dat gelukkig ook vroeger thuis met zeven kinderen niet. We gaan zelfs vanaf 1984 al om het jaar (met aanhang) ’n weekend met z’n allen weg. Een motto: al is er wel eens wat, praat het direct uit.


A. VAN PUTTEN


ZES


We hebben zes kinderen, een meisje en vijf jongens. En eerlijk, ik heb nooit moeite met ze gehad. Ze deden alles samen en verzonnen spelletjes. Als ik dan binnen zat te werken, moest ik stiekem lachen en vroeg me af: waar halen ze het vandaan. Een begrafenis doen toen een dode kanarie met alle elan werd begraven moest ik wel voor het nodige zorgen, maar ik deed het graag, ze waren uren bezig en voldaan. Een andere keer wilden ze koken en vroegen ze of ze alles mochten gebruiken. Ik zei graag ja, dan kon ik even gaan lezen, maar zei er wel bij dat ze ook de keuken weer netjes moesten opruimen, wat ook gebeurde.
Toen ze trouwden zeiden de meisjes altijd: die jongens kunnen alles. Breien, haken, op de naaimachine naaien, ik liet ze dat doen. In het begin van de huwelijken gingen ze met alle gezinnen naar een camping, wel iedereen in een eigen huisje. Maar op den duur door de combinatie van de vrouwen die het niet altijd met elkaar eens waren, is dat overgegaan. Toen heb ik wel eens gedacht: heb ik ze daarvoor groot gebracht? Sommige vrouwen hadden thuis niets geleerd en dan moesten de mannen alles na hun werk doen. Je zag je kinderen magerder worden en de dames dikker. Dat gaat op den duur niet goed en er zijn er al een paar gescheiden.
Ik heb mij teruggetrokken. Ze moeten hun eigen fouten kunnen en mogen maken. Twee jaar geleden stond mijn een na oudste bij mij op de stoep, na ongeveer veertien jaar. We omarmden elkaar, ik herkende hem eerst niet, maar het voelde als vroeger, met een fijne goede vriendin nu. Ik sta er helemaal achter en ik heb het vertrouwen, die anderen komen ook wel. Ik zal ze niet roepen, mijn werk is af, zij moeten het verder zelf uitzoeken, daar worden het kerels van en als ze zover zijn, dan komen ze, net als die eerste.
Het voordeel hiervan is dat ik ook de vrijheid heb en alles mag en kan doen wat ik wil, want ik alleen, heerlijk. Als ik sommige gezinnen om mij heen zie, ben ik wel blij dat ik nu geen kinderen moet opvoeden, want het lijkt mij zo moeilijk. Dit verhaal van mij past hier ook niet bij, maar toch heb ik het graag willen vertellen. Misschien vindt u het ook wel leuk, zo’n oud verhaal te horen. Ik ben nu 76 en trouwde toen ik 20 was. Toen was alles nog normaal, je deed het allemaal omdat het zo hoorde.
MW. VAN KLEEF
BROER
Ik heb maar een zoon en drie dochters. Mijn zoon is 31 en zijn zusjes zijn 28, 25 en 18 jaar. Ze kunnen het heel goed met elkaar vinden. En ik ben heel trots als ik zie hoe goed ze met elkaar omgaan. De meiden zijn dol op hun broer.


ANONIEM

LIEFDE

Vijftien en zeventien zijn ze, en ze bekvechten bijna altijd. Als dochter bij zoon op schoot springt om hem een kus te geven, duwt hij haar van zich af, en als hij haar over haar bol aait, dan krijgt hij een grote mond. Ze vechten om de computer, om rotgrappen, overal om, maar als dochter op straat wordt geslagen of zelfs lastiggevallen, vliegt grote broer de deur uit om ze te grijpen. En als zoon een ongelukje heeft gehad en naar het ziekenhuis moet, is dochter in alle staten, huilt en bidt voor hem. Ze treiteren elkaar en ik moet altijd rust en vrede brengen en bemiddelen met vredesboodschappen tot de volgende schreeuwpartij. Maar ze houden meer van elkaar dan ze weten.

M. SPOELMAN

IN DE STEEK

Ik ben bijna 86 jaar, zit in een bejaardenhuis achter de geraniums. Wij waren er zes weken toen mijn man stierf, dus moest ik uit die kamer, maar je moet verder.
Toen ik zes jaar was, was ik al wees. Altijd hard gewerkt. Wij trouwden in de oorlog, dus armoe maar we hebben het goed gehad. We kregen vier zoons, zeven klein- en zeven achterkleinkinderen. Daarvan komen drie kleinkinderen een keer per jaar, allemaal te druk. Van mijn zoons komt er maar een. Ze hebben allemaal een goede baan en een goede opleiding gehad. Maar er was er maar één op mijn mans begrafenis en ze hebben toch allemaal netjes bericht gehad.
Ikzelf kom uit een gezin van vier broers maar de meesten moesten naar een gesticht en ik niet omdat ik een meisje ben. Mijn broers hebben geen kinderen, dus daar komt ook niemand van. Ik heb veel kennissen hoor, daar ligt het niet aan. Maar hoe kunnen kinderen hun moeder zo in de steek laten.

ANONIEM

INDIVIDUËN

Mijn jongens van 3 en een half en 6 jaar kunnen niet met maar ook niet zonder elkaar, er wordt net zo veel gespeeld als ruzie gemaakt en altijd om dezelfde dingen speelgoed, tv kijken en wie er het snelste een videoband in de speler kan doen, maar ook elkaar troosten voor elkaar dingen kopen en samen fietsen. En als er eentje gepest wordt is er altijd een broerdie voor hem je opkomt!! Het zijn nou eenmaal 2 aparte individuen en die moeten verplicht heel lang samen leven en dat kan wel eens botsen

WILLEKE WOLVERS

TROTS

Wij hebben 2 generatie’s kinderen uit één huwelijk t.w. Dorien 1974, Frank 1976, Jos-Willem 1983 en Avelien 1986. Kinderen krijg je je neemt ze niet vandaar het leeftijdverschil. Ondanks dat Frank een couveuse kindje was en op z’n veertiende het pas had ingehaald konden ze heel goed met elkaar opschieten. Ze deden heel veel samen. De twee kleintjes zoals we ze heel lang genoemd hebben konden ook heel goed met elkaar overweg. Alles werd samen gedaan. Samen hadden ze in onze tuin een eigen tuin daar konden ze uren aan het werk zijn. Zo werd er dan een zitkuil gemaakt, twee vijvers en na een paar maanden konden ze dat ook weer gaan veranderen. Maar ook met de barbie’s en de paarden spelen. Jos-Willem maakte hele paardenstallen van dozen voor zijn zusje. Nu wonen de jongens in Amsterdam en zijn ze altijd samen, hebben samen een eigen bedrijf, zaten op dezelfde school, gaan naar de zelfde feesten, hebben dezelfde vrienden, reizen samen naar huis. De twee jongens en de jongste werken nu dat het vakantie is in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking en daar eten ze met z’n drieén. Als je een van de jongens ziet zie je ook de ander ondank het leeftijdverschil. Als er een probleem is lossen ze het voor elkaar op maar als er iets leuks is, zoals overgaan van school wordt iedereen opgebeld. We gaan met z’n zessen op vakantie en lachen met elkaar wat af. Mensen vragen wel een aan ons hoe hebben jullie dat voorelkaar gekregen. Wij hebben ze opgevoed met normen, waarden en waardering voor andere. Alles is bij ons bespreekbaar en overal wordt over gepraat. Zondag eten we altijd met elkaar omdat in de week niet iedereen er is en dan kunnen we uren aan tafel zitten. We hebben een heel hecht gezin waar we trots en gelukkig mee zijn.

MEVROUW BUURMAN

JALOEZIE

Mijn dochter is bijna 15 jaar en haar broertje 3½ jaar. Ja, dat betekent veel jaloezie, want een heel jong kind vraagt veel verzorging. Bovendien is de pubertijd in alle hevigheid losgebroken bij haar. Echt een band hebben ze niet, wie weet komt dat later nog, maar toch geeft ze wel om hem. Het grote leeftijdsverschil is niet ideaal. Zij heel laat naar bed, hij vroeg wakker. Maar ik wil ze geen van beiden missen!

MW. BONT

ZUCHT

Laten we hopen dat ik over een paar jaar dat antwoord krijg wanneer de dames gezusterlijk over de markt lopen of de winkels afstruinen op zoek naar koopjes. Een idyllisch plaatje, een utopie of een levende fantasie van een moeder die nu regelmatig de partijen uit elkaar moet halen/schreeuwen? Ze zitten in een moeilijke leeftijd: de één is 9, de ander bijna 12. De jongste speelt nog met poppen en staat emotioneel nog niet zo sterk in het leven. De oudste staat vastberaden met één been in de puberteit en is op weg naar een nieuw leven op de havo. Dat botst. Onder andere in afgunst en nijd. Zelfs een zakje chips kan de boel al doen ontploffen. Want wie krijgt nu de paprika en wie de naturel? Waarop ik als scheidsrechter beslis dat géén van beiden dan iets krijgt! De dames vormen dan ineens een front omdat hun ’stomme’ moeder dat heeft gedaan, maar beschuldigen tegelijkertijd elkaar dat het allemaal niet eerlijk is! Er zijn ook momenten dat je met de meiden gaat onderhandelen om begrip naar elkaar toe te tonen. Het brengt ze weer even terug op aarde, even. Want nog geen vijf minuten later wordt er alweer gevochten welke zender op de televisie komt! Zucht, het zal er wel allemaal bij horen. Zeker als ik mij een moment van twee jaar geleden herinner, toen de jongste een flinke griep met hoge koorts te pakken had. Al haar botten voelden pijnlijk aan, zo ook haar nek. Lichte paniek, maar na navraag bij de dokterstelefoon bleek dat we ons geen zorgen hoefden te maken. Dat deed haar ’grote’ zus ondertussen dus wel! Tijdens de afwas uitte deze haar bezorgdheid over haar ’kleine’ zusje en vloeiden er wat traantjes. Ze wilde toch wel zeker weten dat er niets ergs zou gebeuren, hè? Op dat moment riep de jongste… om haar zus! Emotioneel, maar opgelucht vielen de twee elkaar in de armen en hielden elkaar minutenlang vast. Het zijn geen knuffelaars, maar op dat moment sta je daar dan als ouders met je goeie gedrag.

KAAT

BAND

Ik heb dezelfde ervaringen met onze 4 zonen van 12, 10 en een tweeling van 6. De twee oudsten botsen enorm, maar spelen toch ook goed met elkaar als er geen viendjes voorhanden zijn. Hoewel ik regelmatig moedeloos ben van hun geruzie, is het ook leuk te zien dat ze ongerust kunnen zijn als een van de twee maar niet thuiskomt terwijl het allang tijd is. De tweeling is een heel ander verhaal, dat zijn echt maatjes van elkaar, heel bijzonder om dat van zo nabij mee te mogen maken. Het zijn wel twee individuen, maar met een enorm groot sociaal gevoel naar elkaar en naar de kinderen in hun omgeving. Ze spelen goed met elkaar, maar ook met hun eigen vriendjes. Misschien is het leuk om nog eens een artikel te wijden aan de bijzondere band van meerlingen.

PAULINE SIETSEMA


EXCUSES

Wensen, kunnen en willen zijn als stiefbroers van hopen. Zo heb ik jaren ooit in een grijs verleden gehoopt dat de band tussen mij en broer/zusters innig, warmer, betrokkener, socialer zou worden. Als ik al die excuses in de loop van tientallen jaren zou hebben bijgehouden, dan had ik daar inmiddels mijn woonkamer mee kunnen behangen. Altijd maar weer die excuses die ze aanvoeren. Toch blijf ik het contact met ze onderhouden. Het is en blijft éénrichtingsverkeer, maar ik blijf van ze houden, want ze zijn mijn genen, bloed, vertrekpunt, aanknopingspunt en kader.

D. VAN DER AA


KIBBELEN

Ik heb 4 dochters, in de leeftijd 15 t/m 17 jaar. Ze kibbelen er aardig op los over kamer opruimen, kleding van elkaar pikken, make-up van elkaar gebruiken enz. Het is gelukkig geen haat en nijd, maar wel het echte meidengekibbel. Maar als het erop aankomt, dan kiezen ze onvoorwaardelijk voor elkaar. Ook als er een ziek is, zie je hoeveel ze om elkaar geven. Ze lachen, spelen en huilen met elkaar en delen geheimen. En als je ruziemaakt met de een, dan ben je automatisch de vriendschap van de anderen ook kwijt. En ja, daar kan ik mij als moeder helemaal in vinden.

PAULA

NALES

De volgende aspecten zijn bij velen bekend en iedereen is hierbij betrokken.
Normen en waarden, sociale controle, meer politie op straat, buurtinterventieteam, voorlichtings- en inspraakavonden, proefproject ’School en Veiligheid’, project de leefbaarheid in een buurt verbeteren, meer geld voor aanpak veiligheid, aanpak van asociaal gedrag en vandalisme, extra scholen voor moeilijk opvoedbare kinderen enz.
Justitie krijgt in 2004 een bedrag van 95 miljoen euro extra voor de aanpak van de veiligheid. Met het geld wordt de hele keten van opsporing, vervolging, berechting en bestraffing versterkt. Verbetering van veiligheid en bestrijding van de criminaliteit zijn prioriteiten in het kabinetsbeleid. Het extra budget loopt op van 95 miljoen in 2004 tot 283 miljoen euro in 2007. Het geld is bestemd voor de uitvoering van het Veiligheidsprogramma
In de bovengenoemde aspecten wordt enorm veel geld en energie gestoken door diverse mensen en instanties en op zeer veel gebieden. Laten we duidelijk zijn dat dit allemaal nu eenmaal noodzakelijk is omdat onze maatschappij dit nu helaas vraagt.
Maar waarom laten we dit zo ver komen en wordt er veel te weinig gekeken naar de feitelijke bron van zeer veel problemen in onze maatschappij?
Je hoort mensen soms zeggen dat kinderen een goed gedrag hebben. Dat ze zich voorbeeldig gedragen. Wat houdt dit nu eigenlijk in? Hoe komen deze kinderen aan dit ’voorbeeldig’ gedrag.
Uiteraard uit de directe omgeving waarin ze opgroeien. De basis begint in de moederschoot. Kijk je naar de natuur, dan is daar ook maar één basis, en die lijn is zeer duidelijk, dat er een voorbeeldgedrag is waarmee je als het ware ’kopieën’ creëert van een bepaald schepsel/ras.
Indien dit voorbeeldgedrag, om maar te noemen, ’slecht’ is, heeft dat gevolgen voor zijn/haar bepaald ras. Wat de gevolgen zijn ligt aan de gedragingen.
Bij de mens komt buiten het figuurlijke voorbeeld gedrag dat je je kinderen voordoet ook natuurlijk de psychische aspecten om de hoek kijken. Simpel gezegd maken woorden soms heel diepe indrukken op je. Dit kan heel verre gevolgen hebben op je verdere houding/gedrag in de jaren die je opgroeit en wanneer je volwassen bent.
Vanuit de natuur krijgt elk schepsel een bepaalde karaktereigenschap mee. Een deel van die karaktereigenschap ligt waarschijnlijk ten grondslag in de genen van de eigen ouders. Een ander deel ligt, om maar gewoon te zeggen, in de natuur!
Je moet, hoe vreemd het ook klink, heel vroeg in de kinderjaren ongepast gedrag afleren!
Niemand kijkt verbaast op van een dreumes die een leeftijdgenootje een klap geeft wanneer deze zijn speelgoed afpakt. Het kindje zal aangesproken worden op zijn of haar gedrag, maar niemand zal zich verder opwinden over het voorval. Wanneer een negenjarige daarentegen meteen een klap geeft zodra een leeftijdgenoot iets van hem of haar afpakt, zal er beduidend meer aandacht zijn voor het voorval. De meeste jonge kinderen laten wel eens agressief gedrag zien. Bij het ouder worden neemt dit agressieve gedrag snel af. Het gedrag wordt veelal afgeleerd. En dat is heel belangrijk omdat een kind anders kan blijven hangen in gedrag wat nog wordt geaccepteerd van een peuter, maar niet meer van een ouder kind. De eerste jaren zijn zeer belangrijk voor de sociale ontwikkeling van een kind en in deze fase moet het kind leren zijn of haar agressie onder controle te krijgen.
Dat het heel belangrijk is te leren agressie onder controle te houden, blijkt uit verschillende criminaliteitscijfers. Deze cijfers laten zien dat wanneer er bij een kind op driejarige leeftijd agressie wordt waargenomen en het kind niet leert omgaan met zijn of haar agressie en er controle over leert te krijgen, er een langzame toename van agressie en geweld plaatsvindt naar de adolescentie toe. Wat kan leiden tot crimineel gedrag. Ook, en waarschijnlijk hiermee samenhangend, blijkt dat wanneer kinderen agressief blijven, de kans op antisociaal gedrag sterk toeneemt.
Zoals gezegd wordt slaan op de peuterleeftijd geaccepteerd als normaal gedrag, net zo goed als fysieke en in mindere mate psychische ’ruzies’ tussen broertjes en zusjes of een vechtpartij op het schoolplein. Maar het feit dat het als normaal gedrag beschouwd wordt, betekent niet dat het gedrag niet afgeleerd moet worden.
Jong geleerd…?
Al bij zes maanden oude baby’s valt er agressief gedrag waar te nemen. Sommige baby’s van deze leeftijd duwen, schoppen en slaan al wanneer ze de kans krijgen. En bij het ouder worden neemt het agressieve gedrag toe. Als we kijken naar de groep kinderen van anderhalf, dan zien we dat 50% van deze kinderen wel eens anderen geduwd heeft, 20% wel eens geschopt heeft en 15% een ander geslagen heeft. En als we deze drie agressieve uitingen samen bekijken, zien we dat 80% van de kinderen van anderhalf een van deze uitingen van agressie heeft laten zien.
Agressief gedrag bij baby’s ontstaat spontaan. Baby’s zijn nog heel erg lichaamsgericht en ook hun boosheid of frustratie uiten zij op een heel lichamelijke manier. Heel begrijpelijk, want welke andere mogelijkheid heeft een jonge baby om zich te uiten, behalve dan huilen? Tot de leeftijd van drie jaar laten bijna alle kinderen wel agressie zien. Vanaf de leeftijd van 3 jaar begint de fysieke agressie meestal sterk af te nemen. Gedeeltelijk is dit te wijden aan het feit dat het kind meer andere mogelijkheden krijgt om zich te uiten. We zien dan dat er meer verbaal uiting wordt gegeven aan agressie. Het kind hoeft niet meer te slaan, want hij of zij kan het met taal af. De fysieke agressie kan dan ook sterk afnemen terwijl de verbale agressie dan sterk toeneemt. En op verbale agressie wordt vaak toch minder kritisch gereageerd, alhoewel dit ook een opvoedkundige kerntaak blijft.
Maar agressief gedrag wordt ook afgeleerd. Het kind ervaart steeds meer dat zijn of haar omgeving, met vooral de ouders maar ook, in veel mindere mate, de leerkrachten etc., het gedrag afkeuren en vaak ook corrigeren of bestraffen. En bij het ouder worden leert een kind zich ook beter beheersen, niet alleen op het vlak van agressie, maar voor alle emoties, omdat ook dit door de omgeving van het kind verwacht wordt en dit ook bijna niet kent uit zijn opvoeding.
Agressie is op jonge leeftijd dus al zichtbaar. Dit betekent dat het dus ook op jonge leeftijd afgeleerd kan worden. En ook eigenlijk moet worden. Want niet alleen blijkt dat agressie bij het ouder worden toeneemt, wanneer het niet afgeleerd wordt, maar ook blijkt agressie voor veel problemen te kunnen zorgen voor het kind bij het ouder worden. Op de lagere schoolleeftijd kan agressief gedrag het leren danig bemoeilijken en zorgen voor slechte leerprestaties. En agressie in de puberteit kan leiden tot spijbelen, middelengebruik en problemen in het sociale en maatschappelijke verkeer… jong afgeleerd!
Het is dan ook belangrijk om al op jonge leeftijd aandacht te hebben voor agressie bij kinderen, het gedrag te herkennen en aan te pakken. Agressief gedrag bij jonge kinderen moet niet afgedaan worden als bij de leeftijd horend, want het gaat niet vanzelf over. Alleen een duidelijke boodschap vanuit de omgeving van het kind, leert het kind dat fysieke maar ook psychische agressie niet geaccepteerd wordt.
Iedere ouder wil toch dat zijn/haar kind het beste krijgt? Dat wil zeggen dat hun kinderen later sociaal en maatschappelijk redelijk goed terecht kunnen komen en met een baan waar ze tevreden mee kunnen zijn.
Laten wij dan als ouders ons ook goed inlichten in het begeleiden en opvoeden van onze kinderen met alle essentiële opvoedkundige kerntaken, zodat we weten wat we doen, in de breedste zin van het woord. Het probleem in dit aspect is dat wij het ’voorbeeldig’ gedrag niet altijd meegekregen hebben van onze ouders. Onze ouders konden het in feite ook niet helpen, want ook hun ouders wisten niet beter.
Om dit nu te doorbreken zou iedere ouder een opvoedkundige ’nales’ moeten krijgen. Deze les die we soms niet optimaal hebben gekregen van onze ouders/opvoeders!
Zoals eerder gezegd begint de opvoeding in de moederschoot. Er zijn onnoemelijk veel bewijzen en feiten dat als een kind niet goed begeleid wordt en verkeerde dingen aangeleerd krijgt, deze later een ongepast gedrag kan krijgen. Als we kijken welke zaken er in onze samenleving niet goed gaan, is duidelijk dat zeer veel feiten te herleiden zijn tot hoe we opgevoed zijn. Keer op keer weer! Op school krijgen we ontzaglijk veel les en informatie toegereikt en je krijgt hierbij jaren les in diverse vakken. Als ik soms bij mijn eigen kinderen zie wat die weten moeten over het vak geschiedenis, dan vraag ik me soms wel af of de tijd en geld in de goede onderwerpen en zaken gestoken wordt.
Belangrijke informatie/scholing hoe volwassen ouders/opvoeders hun kinderen moeten opvoeden, daar wordt niets iets preventiefs en structureels mee gedaan! Als je dit goed bekijkt, is deze ’nales’ in onze huidige drukke samenleving met alle impact en invloeden op onze kinderen van buitenaf toch echt wel nodig!
Daarom moeten de ouders/opvoeders extra ’nales’ krijgen. Dat de ouders te weten komen dat schijnbaar normale opvoeding in de ogen van de ouders tot een gedrag kan leiden waar een kind later moeilijkheden mee kan krijgen.
Nogmaals, ieder ouder/opvoeder wil toch het beste voor zijn kinderen. Laten we als ouders dan ook globaal op één lijn zitten. Natuurlijk, de uitwerking in het opvoeden van onze kinderen is best nog wel verschillend, maar je legt wel een goede basis neer waar onze kinderen later beter mee aan de slag kunnen. We moeten daarom deze opvoedkundige les verplicht stellen voor aankomende ouders. Indien deze scholing vrijwillig opgezet wordt, heb je altijd wel mensen die wel weten wat ze moeten doen. Willen we dit goed aanpakken dan moet elk gezin/opvoeder hiervoor in aanmerking komen! Natuurlijk worden de kinderen beïnvloedt vanuit hun verdere omgeving, maar als vooraf beter en kundig aandacht wordt gegeven aan het opvoeden, dan heeft elk kind een basis die absoluut beter weerstand biedt tegen zijn omgeving.
Stel dat de regering het goed geregeld heeft en voor elkaar krijgt om over enkele jaren alle (toekomstige)ouders onderwijs te geven in het opvoeden van hun kinderen, dan zit toch in feite heel Nederland op één lijn met de aankomende jeugd? Niet dan we dan alles opgelost hebben, dat zeer zeker niet, maar het betere inzicht dat de (aanstaande) ouders dan wel hebben zal absoluut positief bijdragen aan het gedrag van kinderen.
Een bijkomend voordeel dat hier dan ook nog bij komt, is dat de ouders die ’nales’ hebben gekregen in het opvoeden van hun kinderen zich niet meer kunnen verschuilen achter: wat kon ik er aan doen, ik wist niet beter enz. Je legt er een basis neer die bij alle ouders in Nederland vrij goed bekend is, wat dan ook nog een bepaalde saamhorigheid met zich meebrengt!
Belangrijk punt in deze toekomstige scholing is dat de informatie/voorlichting voor iedereen goed begrijpbaar is. Dus geen hoogdravend taalgebruik met heel diepgaande verklaringen. Gewoon direct duidelijke informatie die voor alle lagen van de bevolking klare taal is en die niet door mensen, met andere ideeën en gedachten, anders geïnterpreteerd zal kunnen worden!
Het zou zo geregeld moeten worden dat voordat je kinderen krijgt en kinderbijslag wilt ontvangen, eerst bv. een jaar lang scholing moet krijgen en hiervoor moet slagen. Ter motivatie zal de regering hierna ook nog een flinke financiële bonus kunnen toevoegen. Een extra bonus zou dan ook nog in de latere jaren uitgekeerd kunnen worden bv.
Indien deze ’nales’ van de grond mag komen, wat ik overig echt mag hopen, laat de ouders dan duidelijk weten dat niet zij fout zitten in de opvoeding/begeleiding van hun kinderen omdat vanuit de natuur elk kind een verschillend gedrag meekrijgt, wat bijgestuurd moet worden en dat wij als ouders ook niet beter wisten in het opvoeden van onze kinderen, omdat wij ook door onze ouders, die ook weer hun best deden, weer opgevoed zijn enz.
Kernpunten in de toekomstige ’nales’ zijn: voor de geboorte; niet veel alcohol, niet roken, geen drugs enz. Duidelijk erop wijzen, met klare feiten en voorbeelden wat de gevolgen kunnen zijn voor de kinderen en dat de ouders later hiermee opgezadeld zitten! Keer op keer met harde feiten komen!
Eerste levensjaren: rust, reinheid, en regelmaat, de kernwoorden in de opvoeding. Hier ook weer met vele voorbeelden en feiten komen dat dit van enorm belang is. En, zoals al doorgenomen, het afleren van ’agressief’ gedrag.
De latere jaren met als kernpunten dat mensen elkaar moeten accepteren ondanks het geloof of hoe je eruitziet. Geef het voorbeeld door eerlijk te zijn. Dit schept ook een wederzijds vertrouwen met je kinderen, wat uitermate belangrijk is. Fatsoen en behulpzaamheid, afspraken nakomen. Maar ook moet een aantal psychische aspecten aangehaald worden:
Toon begrip en geef aandacht aan de kinderen, dit geeft een vertrouwensband met elkaar, die nodig is om tegenslagen, waar elk gezin mee te maken krijgt, in evenwicht te houden. Dus het moet een kernzaak blijven dat zo veel als mogelijk ouders de opvoeding moeten blijven verzorgen.
Geef de kinderen zelfvertrouwen mee. Zelfvertrouwen is een absolute, goede basis die de kinderen nodig hebben om zich beter en sneller te kunnen ontplooien. En dan samen met de overige opvoedkundige aspecten zal je minder snel negatief ’volggedrag’ krijgen bij jongeren. We bepalen talloze wetten en eisen diploma’s in diverse vakken, noem maar op. Kunnen we onze kinderen goed begeleiden? U mag het zeggen.
Onze regering geeft miljarden uit om branden te blussen. Laat de regering geld steken in wat preventief werkt. Een goede basis, een zorg voor later!

FAM. GRIEVINK


© 1996-2004 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.