telegraaf.nlDe krantLaatste nieuwsSportPriveDFTDigi






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Autopagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo  
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 
 

     

"Veel zappen remmen activiteiten buitenshuis niet"
TV, redding van het gezin

door Gemma Buters

In de woonkamer spuugt de televisie een onophoudelijke stroom oorlogsbeelden van Irak uit, dochterlief kijkt boven op haar eigen kamer naar GTST, zoon is een deurtje verder nu al uren aan het chatten met zijn virtuele vrienden via internet, vader bankiert op zijn eigen pc en moeder sms't met een vriendin. Is dit nu een typisch voorbeeld van een betreurenswaardig postmodern gezin, op drift geraakt door de talloze mediatoestellen die her en der in huis zijn opgesteld?

                                                                                                     Illustratie: Dilys de Jong

 Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier

"Dat ligt er maar helemaal aan", zegt Veerle van Rompaey, communicatiedeskundige aan de universiteit van Leuven. "Soms lijken dingen negatief, bijvoorbeeld als iedereen op z'n eigen kamer zit, maar dan kan blijken dat dát juist de redding van het gezin is."

Veerle van Rompaey spreekt uit ervaring. Voor haar doctoraat deed ze recent onderzoek naar de gevolgen van informatie- en communicatietechnologie (ict) voor het gezinsleven. Drie jaar lang volgde ze tien geselecteerde Vlaamse gezinnen en hun omgang met radio, tv, internet, gsm, etc. Hoe meer van die toestellen in huis, hoe ongezelliger het wordt en hoe geïsoleerder de gezinsleden, zou je denken. Maar schijnt bedriegt.

"Gezinnen hebben steeds meer mediatoestellen in huis", beaamt ze. "Vooral de kinderkamer is tegenwoordig vaak uitgerust met een tv en een internetaansluiting. Daar is heel wat discussie over tussen ouders en kinderen omdat de ouders zicht willen houden op wat hun kroost uitvoert. Dus wordt de pc in eerste instantie in een hoekje in de woonkamer gezet, alsof het een televisie is. Maar geforceerd bij elkaar zitten, dat werkt niet."

Veerle van Rompaey vertelt van een gezin dat juist dankzij het feit dat iedereen in zijn eigen kamer een internetaansluiting had bij elkaar kon blijven. "Door de gezinsleden apart te houden, hield ict het gezin bij elkaar. Anders was er niets dan ruzie. Zo werkt het als een bliksemafleider voor conflicten."
In een ander gezin had de tienerdochter, die niet overweg kon met eigen haar broers en zussen, via internet nieuwe vrienden gevonden die ze haar 'broers en zussen' noemde. Zij vormde daarmee een soort virtueel keuzegezin dat haar beter beviel dan het echte.

"Als haar vader uit ongenoegen de kabel eruit trok, ging dat meisje helemaal uit haar dak", vertelt de onderzoekster. "De moeder pakte het slimmer aan, die ging via internet naar de chatbox waar haar dochter verkeerde en legde zo contact met haar. Ook hadden de zoon en de dochter een webcam op hun kamer, waarmee ze konden zien wat er in de huiskamer gebeurde. Zo was er toch contact in het gezin, alleen de vader had geen zin zich daar mee bezig te houden."

In nog een ander gezin, waar de vader en moeder beiden veel werkten en de kinderen amper zagen, had iedereen een gsm gekregen om het onderlinge contact te waarborgen. "Die was niet om met de buitenwereld te bellen, maar alleen voor de gezinsleden. Zij belden elkaar de hele dag door en vertelden waar ze mee bezig waren. Zo hadden ze toch een hechte band."


Deze voorbeelden klinken misschien wat wereldvreemd, maar de rode draad in haar betoog is dat niet zozeer de aanwezigheid van ict in huis een gezin kan ontwrichten, maar dat de structuur van het gezin bepaalt of de toestellen een goede of een slechte invloed hebben. Is het gezin open of gesloten, autoritair of democratisch, daar draait het om.

Veerle van Rompaey: "Het aantal toestellen of welke soort men in huis heeft, zegt niets over wat het gezin ermee doet en verandert ook niets aan de structuur van een gezin. Het gaat om de toegang: mag iedereen surfen en computeren of alleen de vader? En wie bepaalt er welk programma er op tv komt?"

Nog meer geruststellend nieuws: uit haar onderzoek blijkt ook dat veel gezap of gesurf de activiteiten buitenshuis niet noodzakelijkerwijs afremmen. "Gezinnen blijven meestal toch ook veel waarde hechten aan vrijetijdsbesteding buitenshuis. Bovendien is het niet zo dat kinderen elk sociaal contact afsluiten. Chatten doen ze bijvoorbeeld graag met een vriend of vriendin erbij en voor familieprogramma's op tv komen ze toch naar beneden."

Nu de oorlog in Irak non-stop op tv wordt uitgezonden, vindt Veerle van Rompaey het wel raadzaam om kinderen niet zomaar voor de buis te laten hangen. "Met 9 of 10 jaar zien ze pas het onderscheid tussen fictie en realiteit. Het is nu zo extreem dat je er beter bij kunt gaan zitten, zelfs met tieners tot 14 à 15 jaar. Kijk mee, beantwoord vragen en leer ze dat ze niet alles moeten geloven wat ze zien. Bepaal tevoren wat ze willen zien en leer ze keuzes te maken. Dat is nooit een slecht idee; leren dat je niet altijd je zin krijgt. Opvoeden is tenslotte ook nodig als het gaat om de omgang met mediatoestellen."


© 1996-2003 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.