Gered
door de stofzuiger
door Daphne van Dijk
De afgelopen eeuw is er ontzettend
veel veranderd in het huishouden. Ooit was vader de
kostwinner en de baas in huis, deed moeder het huishouden
en ging het hele gezin op zondag naar de kerk. Tegenwoordig
is dat wel anders. Historicus Pieter Stokvis spreekt
dan ook van een culturele revolutie in Nederland.
Hij schreef er het boek Huishouden, huwelijk, gezin.
Huiselijk leven in de twintigste eeuw' over.

Illustratie: Dilys de Jong
Wilt
u reageren op dit artikel, klik dan hier
De culturele revolutie waarbij Nederland
veranderde van een zeer conservatief land naar een
zeer libertijns land, ging eigenlijk heel snel. De
jaren tussen 1968 en 1973 waren een echt omslagpunt
naar nieuwe normen en waarden. Maar niet alleen de
komst van de pil en bewegingen als de Dolle Mina's,
de provo's, wetten als de bijstandswet en de wao of
tv-programma's als Hoepla droegen bij aan de veranderende
machtsverhoudingen. Ook de komst van elektrische apparaten
hebben een niet onbelangrijke rol gespeeld. Met als
koploper: de stofzuiger.
"Eigenlijk
is het zo snel gegaan allemaal, dat het me af en toe
nog verrast", vertelt historicus Pieter Stokvis (55),
die voor zijn boek 26 ouderen over levensstijlen interviewde.
"Mijn vader was leraar en zat op een stoel op een
podium om het verheven gezag te symboliseren. Toen
ik ging studeren in 1965 werd om elf uur 's avonds
gecontroleerd of er geen meisjes meer in huis waren.
Als men in die tijd vroeg 'Wat ben je?' zei je nooit
'journalist' of 'historicus'. Je was protestant -
gereformeerd of hervormd - of katholiek. Buiten de
zogenaamde zuil trouwen leverde grote drama's op.
Dat kunnen we ons nu nauwelijks meer voorstellen."
In 1962 had een van mijn broers
een 'ongelovig' meisje ontmoet. Dit werd aanleiding
tot een emotionele veldslag. Hij zette echter door,
maar op zijn trouwdag schitterden mijn ouders door
afwezigheid. Zij mochten niet aanwezig zijn, want
de pastoor had het hun verboden (uit: Huishouden,
huwelijk, gezin. Huiselijk leven in de 20e eeuw. Uitgeverij
Ad.Donker).
En van de ene op de andere dag waren
de rol van de kerk en de gezagsverhoudingen binnen
het gezin en de samenleving verdwenen. "Door de komst
van de televisie in 1951 leerde men de wereld kennen
buiten de eigen religieuze zuil. Protestanten zetten
echt niet de televisie uit als de KRO een uitzending
had. En door de sociale wetten als de bijstandswet
en de wao konden mensen een beroep doen op neutrale
instanties en waren ze niet meer afhankelijk van de
kerk, de buurt of een partner. Van een standensamenleving
ging Nederland langzaam naar een klassensamenleving
waar scholing en inkomen statusbepalend werden."
Maar
de grootste revolutie heeft zich volgens Stokvis misschien
wel in het huishouden voorgedaan. "Hoewel de stofzuiger
al in het interbellum werd gebruikt, toen nog vaak
voor een paar uur gehuurd, werd zijn revolutionaire
aandeel pas halverwege de jaren zestig duidelijk",
vervolgt Pieter Stokvis. "Dat kwam ook omdat men in
die tijd overschakelde van losse kleden naar vaste
vloerbedekking en van kolenkachels naar aardgas. Wim
Kan zong er zelfs over. Die kolenkachels maakten enorm
veel rotzooi, met gaskachels was dat probleem opgelost.
En vloerkleden hoefden nu niet meer met natte theebladeren
geborsteld om het stof vast te houden en wekelijks
over de keukentrap met de mattenkloppen uitgeklopt
te worden."
Zondagavond werd de was in een
zinken wasketel met soda opgekookt. 's Nachts kon
de was dan trekken. De andere dag naar de waterbaas
om warm water te kopen als men geen geiser had, en
dan met een borstel en groene zeep aan het boenen.
Bij het laatste spoelwater vers een zakje blauw (van
Reckits) gevoegd om de was witter te krijgen. Als
je geluk (geld) had, had je een handwringer die op
de wasteil bevestigd kon worden, maar velen wrongen
alles met de hand (uit: Huishouden, huwelijk, gezin.
Huiselijk leven in de 20e eeuw).
Maar wie denkt dat de wasmachine
- met natuurlijk synthetische wasmiddelen - ook een
groot aandeel heeft in de revolutie in het huishouden,
heeft het volgens Stokvis mis. Uit onderzoek blijkt
namelijk dat de wasmachine wel voor verlichting van
de arbeid heeft gezorgd, maar niet voor arbeidsbesparing.
"Men ging ook veel vaker kleding wassen. Wij wasten
één keer per jaar een wollen trui of droegen een jasje
binnenstebuiten. Dat is nu ondenkbaar."
Eenmaal in de week, vrijdags, deden
we schoon goed aan. Het gezegde 'Eén aan je bast,
één in de was, één in de kast', dat was zo! (uit:
Huishouden, huwelijk, gezin. Huishoudelijk leven in
de 20e eeuw).
Ook de koelkast - toen nog ijskast
genoemd vanwege de grote blokken ijs die nodig waren
om de boel koel te houden - heeft niet tot arbeidsbesparing
geleid. "Je kon nu in het groot inslaan, maar de boodschappen
moesten toch gedaan worden. Vroeger kwam de slager,
de bakker of de groenteman tenminste nog thuis langs.
Wat dat betreft was de magnetron revolutionairder.
Toen kon je opeens wat opwarmen en hoefde je niet
meer te koken. Ook de vaatwasser was revolutionair,
hoewel het in Nederland erg lang duurde voordat het
apparaat hier inburgerde. Samen de afwas doen, werd
lang als heilig ritueel beschouwd."
Hygiëne
De apparaten zorgden voor een verlichting
van het huishouden en een arbeidsbesparing van ongeveer
eenderde van de tijd. Daardoor hadden vrouwen meer
tijd over om bijvoorbeeld buitenshuis te gaan werken.
Maar ook de denkbeelden over een proper huishouden
veranderden. De ramen hoefden echt niet meer elke
week gewassen te worden. "Ik vind dat zo verrassend,
hoe men ineens anders over dingen gaat denken. Net
als persoonlijke hygiëne. Vroeger ging men één keer
per week in een teil in de keuken in bad en waste
men de haren eens in de paar weken."
Maar waren alle veranderingen wel
zo ontzettend revolutionair? "Ja en nee. Ja, omdat
alles steeds maar sneller gaat. Toen ik in 1975 in
Amerika onderzoek deed, waren tuinbroeken helemaal
in daar. Pas een jaar later zag je ze in Nederland.
Tegenwoordig duurt dat nog geen dag. Maar ik denk
dat elke generatie het gevoel heeft buitengewoon ingrijpende
verandering mee te maken. De komst van de stoomtrein
was voor die generatie net zo revolutionair als de
generatie die de komst van de auto of de computer
meemaakte."
Of zoals we in het boek lezen:
Mijn moeder reageerde geschokt toen (omstreeks 1920)
de meid per fiets aankwam. Ze zei: 'Waar gaat de wereld
naar toe?'
|